KUNSTHISTORISCHE SCHETS,
naar overzicht
kunsthistorie
|
||||||||||||||||||
| Prehistorie | Eyptenaren | Mesopotamië |
| Kreta | Grieken | Etrusken |
| Romeinen | Vroegchristelijke kunst | Middeleeuwen |
| Kunst van de Islam | Romaanse kunst | Gotische kunst |
| Renaissance | Romantiek | Realisme |
| Impressionisme | ||
PREHISTORIE
Uit het steentijd,
tussen 40.000 en 10.000 zijn de eerste voorstellingen van mensen en dieren
bewaard gebleven. Er zijn muurschilderingen bekend uit grotten uit
Noord-Spanje en Zuidwest-Frankrijk. De gewonde bizon in Altamira is uit
20.000 v.C..
Altamira
Grot in Noord-Spanje, op 30
km afstand van Santander, in de buurt van het plaatsje Santillana del Mar,
geniet grote bekendheid als vindplaats van rotstekeningen uit de
prehistorie . De grot, die zich 270 m diep in een kalkmassief uitstrekt,
was reeds in 1868 bekend; in 1879 publiceerde de amateur Don Marcelino de
Sautuola als eerste over de tekeningen en schilderingen, waarvan echter
pas later, toen meer grotschilderingen
ontdekt waren, de
authenticiteit erkend werd. Van de ca. 150 voorstellingen bevindt zich een
dertigtal, zeer goed bewaard gebleven, in de zgn. schilderijenzaal, op 30
m van de ingang. De zoldering is bedekt met afbeeldingen waarin een rode
okerkleur overheerst en waarin ook bruin en zwart voorkomen. Ze stellen
voornamelijk bizons voor, maar ook herten en wilde paarden; verder zijn er
talrijke tekens, deels wigvormig, deels op lange laddertjes gelijkend. De
polychrome afbeeldingen die op vele plaatsen over oudere figuren heen zijn
geschilderd, moeten omstreeks 12.000 v.C. worden gedateerd.
Meer info!
EGYPTENAREN
▲
Deze wilden met hun
beeldhouwwerken bereiken dat ze bleven bestaan tot in eeuwigheid. Zij
geloofden in een leven in het hiernamaals. Alle handelingen tijdens het
aardse leven waren gericht op hun tweede leven. Zij gebruikten graniet,
leisteen en basalt, materialen die slijtvast waren, voor hun beelden. De
ziel zou er later zo in terug kunnen keren. De leider, de farao, werd als
een god vereerd. De graven, piramiden en rotsgraven, moesten altijd
blijven bestaan en werden dan ook van die slijtvaste materialen gemaakt.
De goden werden vereerd in reusachtige tempels. Priesters hielden hier in
dagelijks erediensten. De belangrijkste tempels zijn die van Karnak en
Luxor.
Tempel in Luxor
De bouw van de oude Egyptische tempel in Luxor, op de oostelijke oever van
de Nijl, is begonnen in de 12de eeuw v. C. Elke volgende dynastie bouwde
er een gedeelte bij. De tempel stond via een verhoogde, 3.5 km
lange weg met aan weerszijden honderden sfinxen in verbinding met de
tempel van Karnak
Meer info!
MESOPOTAMIE
▲
Ligt tussen de
Tigris en de Eufraat . De koning was de plaatsvervanger van de goden.
Kunst had een militair karakter en was zeer realistisch en rationeel. In
de bouwkunst voerden ze de gewelfboog in. Hun paleizen waren echte
vestingen. Tussen de gewelven werd aarde gestort en daarop werden planten
en bomen geplant, de hangende tuinen! Bekend is hun reliëfkunst en hun
glazuurkunst.
Meer info!
KRETA
▲
Meer dan 1000 jaar
later dan in Egypte en Mesopotamië ontstond er op Kreta een derde
beschaving. De Kretenzers bouwden schitterende paleizen, bijv. in Knossos
en Phaestos. Het centrum is een rechthoekige binnenhof met eromheen
vertrekken, gangen staatsietrappen en magazijnen. Men kenden al
verwarmingssystemen, stromend water en rioleringen. Wereldberoemd zijn de
fresco’s en hun beschilderde keramiek.
De Myceners bouwden op de Peloponnesus burchten, cyclopische muren en
koepelgraven. Grondpatroon van de burcht was het megaron, gewone woning:
rechthoekige zaal met in het midden een open haard tussen zuilen en er
boven een opening in het zadeldak voor de rook . Bekend zijn verder de
fresco’s met dier- en plantmotieven, edelsmeedkunst en de
beschilderde Myceense vazen.
Meer info!
GRIEKEN
▲
De oorsprong van onze
beschaving vinden we bij de Grieken. Vakken als wiskunde, atletiek en
staatsinrichting komen we al bij de Grieken tegen. Bloeitijd van de
Griekse beschaving begon omstreeks 700 v. C.. Die van de Egyptenaren nam
toen af. Het werd het begin van de Europese cultuur.. Door uitbreidingen
van het Romeinse rijk maakte West-Europa kennis met de Griekse cultuur. De
Griekse en Romeinse cultuur noemen we de “klassieken”. Invloed van de
Grieken is nog overal zichtbaar. Elke stad heeft wel een zogenaamd
neoclassicistisch gebouw uit de 19e eeuw. Zo’n gebouw uit de
vorige eeuw heeft vormen die van de Grieken en de Romeinen zijn
overgenomen. Neoclassicistisch betekent opnieuw klassiek. Veel stations,
musea en stadhuizen uit de 19e eeuw zijn in klassieke stijl
gebouwd.
Ook de wijze waarop westerse landen nu bestuurd worden is in oorsprong
Grieks. De democratie werd in Athene ca 550 v.C. voor het eerst
toegepast. Ook het gebruik van munten is afkomstig van de Grieken.
Grieken pasten de architraaf bouw toe. Op twee pilaren rust een
horizontale balk. Ze bouwden tempels voor hun goden. De gelovigen bleven
buiten, alleen de priesters kwamen binnen. De binnenruimten waren dan ook
niet groot. Bij de bouw hechtten zij veel belang aan goede verhoudingen.
Zo stond de dikte van de zuilen in verhouding met de hoogte.
De mens stond bij de Grieken in het middelpunt. Hun cultuur was mens
gericht. Gevolg hiervan was dat zij het aardse leven en prestaties hoog
vereerden. De goden werden als ideale mensen voorgesteld, bijv. als
atletische figuren en wel zo natuurgetrouw mogelijk.
De kunst moest bij de Grieken nuttig zijn. De gebruikte materialen waren
steen en brons. Meer info!
ETRUSKEN
▲
Vanaf de 8e
eeuw v.C. stichtten de Etrusken hun steden tussen de po vlakte en Rome.
Florence en Rome waren de belangrijkste centra. De Romeinen noemden de
bewoners van deze streek, Etrurië, Etrusken.
De Etruskische taal is nog niet ontcijferd. Er zijn veel inscripties,
meestal kort, gevonden. Helaas kent men alleen enkele getallen en woorden.
De materiële cultuur is ons goed bekend. Veel musea hebben voortbrengsels
van Etruskische oorsprong. Dit zijn sarcofagen, kleine askisten, urnen
met afsluitdoppen in de vorm van mensenhoofden, metalen voorwerpen en nog
veel meer. Ze zijn vooral afkomstig van Etruskische graven.
Rond 500v.C. was de macht van Etrurië op z’n hoogtepunt. Hierna
verminderde deze. Grieken en Romeinen werden steeds machtiger en intern
kwamen er tegenstellingen.
De Etrusken kenden geen centraal gezag. Er was een soort staten bond van
twaalf steden, dodekapolis. Hier behoorden toe: Bolsena, Volterra,
Fiësole, Cortona en Perugia. Elke stad had zijn eigen leger en
bestuursapparaat. Hun kunst stond geheel in dienst van de godsdienst. Wat
er aan Etruskische cultuur over is heeft betrekking op vondsten in graven
en op het grafritueel.
Van de steden bouw is weinig bekend, want op alle stedelijke centra zijn
door de Romeinen nieuwe steden gebouwd en in de middeleeuwen hierop vaak
weer nieuwe.
Hun begraafplaatsen, necropolis, lagen buiten de steden of waren in rotsen
uitgehouwen graftomben.
Belangrijke steden en vindplaatsen zijn: Arezzo, Chiusi, Cortona, Fiësole,
Populonia, Roselle, Sovana, Vetulonia, Vulci en met name Volterra met een
grote goed bewaarde stadsmuur en stadspoorten.
De Etrusken waren aanvankelijk echt uit op de werkstukken van Griekse
kunstenaars en handwerkslieden. In grote hoeveelheden werden ze ingevoerd.
De Griekse kunst was een belangrijke stimulans voor de kunst in Etrurië.
De Etruskische kunst vormt een belangrijke schakel tussen de Griekse en
Romeinse kunst.
Zo is de klassieke traditie in de Romeinse wereld te begrijpen. In de 6e
eeuw v.C. was Rome een Etruskische stad, geregeerd door Etruskische
koningen. Geleidelijk aan zijn de Romeinen de Etrusken gaan overheersen.
De Etruskische steden zijn toen veelal beroofd van hun kunstschatten. De
Romeinen hebben er hun openbare en particuliere gebouwen mee verfraaid..
Tot in de 1e eeuw v.C. bleef men in Rome de zelfde technieken
in de architectuur en andere kunsten toepassen. Het Etruskische heeft zich
vermengd met het Romeinse.
Meer info!
ROMEINEN
▲
Alexander de Grote is
de laatste belangrijke Griekse staatsman en veroveraar. Na zijn dood, 323
v.C., begint het geweldige rijk uit elkaar te vallen. De Romeinen
heroveren grote delen. Ook naar het noorden breidden zij hun rijk uit. Zo
maakt West-Europa kennis met een nieuwe cultuur.
Orde en regelmaat waren kenmerkend voor de Romeinen. Vijf eeuwen wisten
zij hun rijk te handhaven. Dit was mogelijk door hun goed geordende
rechtspraak, bestuur, leger en door hun techniek. Zij namen van anderen de
kunst over, vooral van de Etrusken en de Grieken. Zij wijzigen die zo dat
de kunst in dienst staat van hun eigen doel, wereld staat opbouwen en
handhaven. De Romeinen waren praktisch van aard, op de eerste plaats kwam
doelmatigheid. Met name in de bouwkunst komt dat tot uiting. Romeinse
kunst is uiterlijke pracht en praal. Kunst moet indruk maken en hun macht
bevestigen.
Aan architraaf bouw en tongewelf voegden zij het kruisgewelf, twee elkaar
kruisende tongewelven, toe. Zij bouwden in heel hun rijk: atriumhuizen XG
"atriumhuizen" , insulae of woonkazernes, villa’s of landhuizen, tempels,
basilicae, thermen, theaters, amfitheaters, triomfbogen, triomfzuilen,
mausolea, bruggen en stadspoorten.
Ze maken veel kopieën van Griekse beelden. In het nauwkeurig weergeven van
een bepaalde mens, portret, waren ze zeer bedreven. In hun reliëfs, Titus
ereboog, zuil van Trajanus, zuil van Marcus Aurelius, geven ze historische
gebeurtenissen weer. De met name vloer mozaïekkunst was verspreid over de
gehele Romeinse wereld.
Mozaïek
Een compositie die is
opgebouwd uit kleine stukjes kleurige steen of glas. Het ontwerp wordt
eerst getekend op een karton. Vroeger bracht men de tekening over op de
muur en zette de gekleurde blokjes (marmer, geëmailleerd baksteen,
gekleurd ondoorzichtig glas, goud achter glas) in een mortelbezetsel.
Thans stelt men de delen samen op het atelier, door de steentjes op papier
te kleven. Men brengt deze onderdelen op het bezetsel en weekt het papier
af wanneer de mortel begint af te binden. Door kloppen verkrijgt men een
tamelijk effen oppervlak
Meer info!
VROEG CHRISTELIJKE -
en BYZANTIJNSE KUNST
▲
Sluit aan op de
Romeinse kunst. Een van de laatste Romeinse keizers is Constantijn . Deze
verklaarde in 313 het christendom tot staatsgodsdienst. De bouw van kerken
komt nu op gang. Uitgangspunt was niet een klassieke tempel want die bood
te weinig ruimte en in verband met de godenverering niet gewenst.
Uitgangspunt werden de markt- en keizerlijke basiliek (G. basilikos =
koninklijk). Een dergelijk gebouw kon veel mensen bevatten. Het interieur
werd aangepast, muren werden bedekt met voorstellingen; schilderingen en
mozaïeken. Kunst moest imponeren, niet voor de mens maar voor God.
Voorbeelden uit de 4e eeuw zijn: oude Sint Pieter, Sint Jan in
Lateranen en de St. Paulus buiten de muren.
Byzantijnse koepelkerk is gekenmerkt door een centraalbouw op een rond of
veelhoekig vlak. Wereldberoemd is de Aya Sophia te Constantinopel. Er
wordt gebruik gemaakt van hanggewelven onder de koepel in de vierhoeken.
Halve koepel gewelven XG "Gewelf:halve koepel gewelf" vangen de druk in
een richting op en in de andere richting door dwars tongewelven De San
Vitale in Ravenna heeft een achthoekig grondplan. De koepel rust op acht
pijlers met er tussen open nissen. San Marco in Venetië is een voorbeeld
van de kruiskoepelkerk, behalve de centrale koepel zijn er nog vier
kleinere koepels.
Mozaïeken zijn de meest typerende schepping van de Byzantijnse kunst.
Vermaard zijn de indrukwekkende mozaïeken van Ravenna en van de San Marco.
Ook miniaturen en ikonen zijn typisch Byzantijns
Byzantijnse mozaïeken
Dit zijn de
belangrijkste mozaïeken, ze dateren van na 313. In vroeg-christelijke
basilieken, grafkapellen en doopkerken kreeg deze techniek de beste kans
op de muren en de gebogen vlakken van de apsis
en later, in de Byzantijnse
kerken, in de tongewelven en koepelschalen. Toen de Byzantijnse koepelkerk
volledig was ontwikkeld, werd het gewoonte alle muren tot aan de
kroonlijst met platen gekleurd marmer en alle muur- en gewelfvlakken
daarboven met glasmozaïek op gouden fond te bekleden, m.n. sinds de 6de
eeuw; vóór die tijd was het fond blauw, in de 4de eeuw nog witachtig. In
de vroeg-christelijke kerken werd het mozaïek een onafhankelijke
fantasiekunst, sterk aansluitend bij de architectuur. In de regel is het
expressiekunst met louter statische figuren en groepen. Ook de keuze van
de motieven is groots; in de apsis
kalot staat of troont Christus in Zijn
majesteit, omringd door de apostelen of de titelheiligen; na de 6de eeuw
werd ook de Moeder Gods als zetel der Wijsheid afgebeeld; aan de muren en
gewelven zijn de mysteriën des heils in voorname, spoedig onveranderlijke
composities weergegeven.
In het Griekse Oosten zijn de vroeg-christelijke monumenten vrijwel alle
vernietigd in de tijd van het iconoclasme. De meeste Byzantijnse mozaïeken dateren
dan ook van na 1000. Die in het rijk zijn later weer door de Turken
vernietigd; de grote ensembles zijn slechts bewaard in de
uitstralingsgebieden: Kiëv, Sicilië, Venetië, Ravenna
Basiliek
In de oudheid een grote zaal
met zuilengalerij, bestemd voor de rechtspraak; vroegchristelijk
langwerpig kerkgebouw met drie of meer beuken, door bogenrijen op zuilen
gescheiden en lichtopeningen in de hogere middenbeuk. Zit hier een
dwarsschip en koor aan dan spreekt men van kruisbasiliek.
Baptisterium
(Lat.,
v. Gr.: baptistèrion = oorspronkelijk: waterbekken; later doopvont;
Ital.: Battistero) of Doopkapel
Naam van het gebouw waar in de vroeg-christelijke periode vanaf de 4de
eeuw de catechumenen, staande in een in de vloer aangebracht waterbassin
(piscina), werden gedoopt. Het was een vrijstaande kapel, bijna
steeds achthoekig van vorm (symbolisch getal van het nieuwe leven) met in
het midden de eveneens achthoekige piscina. Meestal had het baptisterium
een eigen altaar, gewijd aan Johannes de Doper. Tot de 8ste eeuw waren de
doopbassins meestal zo diep dat de dopelingen (toen uitsluitend
volwassenen) er tot hun middel in konden staan. Een decreet van Karel de
Grote, uitgevaardigd in 789, waarbij werd voorgeschreven dat voortaan de
doop diende te worden toegediend aan de kinderen in de loop van hun eerste
levensjaar, leidde tot het invoeren van de doopvont. Daarna ontstonden
geen baptisteria meer, met uitzondering van Italië, waar men ze tot ver in
de middeleeuwen bouwde, waarbij evenwel de doopvont het vloerbassin
verving. De inwendige decoratie bestond uit mozaïeken
of fresco's
, met voorstellingen als de
doop van Christus in de Jordaan, de doortocht door de Rode Zee, de herten
bij de waterbron.
Meer info!
MIDDELEEUWEN
▲
In de 4e eeuw verdwijnt het Westromeinse rijk. Door de steeds
slechter wordende economie en invallen van vreemde volkeren komt er een
einde aan het Romeinse rijk. Hunnen, onder leiding van Attila, trekken
vanuit Azië Europa binnen, Vandalen, uit Noord Duitsland trekken via
Spanje door tot in Noord Afrika, Westgoten uit het Donau gebied trokken
Italië in en plunderden in 410 Rome. Het zal eeuwen duren voordat
West-Europa opnieuw tot de zelfde prestaties in staat is als de Grieken en
de Romeinen. Opnieuw is dan de Griekse en Romeinse kunst het voorbeeld.
Deze periode wordt de Middeleeuwen genoemd. Het is de tijd van de
Vikingen, Karel de Grote, de kruistochten en de kathedralen bouw.
Vikingen vestigen zich in de 9e eeuw in Ierland, Bretagne en
Engeland. Ze bekeren zich tot het christendom en erkennen het gezag van de
paus. Ze dringen zelfs door tot in Sicilië en Zuid-Italië. De staat en de
kerk waren de opdrachtgevers voor de kunstenaars. Veel kunst uit die
eeuwen, 1000-1800, heeft bijbelverhalen als onderwerp. Bouwkunst is vooral
kerkenbouw.
Het is ook de tijd van de kloosterorden. Zo sticht Benedictus in 529 de
benedictijnenorde en richt overal abdijen op. Deze groeien uit tot
middelpunten van nieuw cultureel leven. Paus Gregorius begint met de
bekering van de Angelsaksen en vandaar trekken missionarissen Nederland en
Duitsland in. Meer info!
KUNST van de ISLAM
▲
In 622 predikte
Mohammed zijn nieuwe leer, de islam, de volledige overgave aan Allah, de
God.
De kunst van de islam hangt samen met de godsdienst. Alles wordt
teruggevoerd en herleid tot Allah. Dit leidt in de kunst tot schematiseren
en herhalen. Uit het feit dat de Koran het maken van godsbeelden verbiedt
in de praktijk ook een afwijzende houding ontstaan tot afbeelden van
levende wezens. Vandaar is er veel decoratieve kunst in het vlak.
Twee karakteristieke elementen zijn er altijd aanwezig in de islamitische
kunst; de moskee, naast religieuze en profane gebouwen en de beheerste
praal in de kunst.
In de moskee wordt het gemeenschapsgebed verricht. Oorspronkelijk bouwplan
ervan is een vierkant of rechthoekig plein dat omsloten is en aan één
zijde een zuilengalerij heeft. In de gebedsruimte is een nis en er staat
een kansel. Vanaf de minaret richt de gebedsoproeper zich tot de
gelovigen. Kenmerkend is ook de koepelbouw, afkomstig van de Byzantijnse
cultuur. Een andere bouw is het platte dak, gedragen door zuilen. In de
voorhof treffen we de fontein met bekken aan, waar gelovigen zich
reinigen. De opvallendste versieringen van de moskee zijn de talrijk
voorkomende bogen en de mozaïeken aan wanden en koepels.
In de westerse moskee ontwikkelen zich het versierende metselwerk of
arabesken en de in steen uitgehouwen teksten. In Spanje en Noord-Afrika
zien we hoefijzerbogen ontstaan en de vierkante minaret. Moskee van
Cordoba geldt als een meesterwerk van de bouwkunst voor het gehele islam
gebied.
De genoemde versieringen en techniek zijn ook toegepast bij
grafmonumenten, theologie instituten, badhuizen en gastenhuizen. Het
portaal is hierbij vaak opvallend. Hoogtepunt van paleisbouw is het
Alhambra in Granada. De schilderkunst uit zich vooral in kalligrafische
kunst. De met goud omzoomde letters zijn kunstwerken van miniatuurkunst.
Aardewerk wordt beschilderd in aantrekkelijke kleuren. Tegels en
tegelmozaïeken worden gebruikt om gebouwen te versieren. In
metaalbewerking is men ook goed. Dienbladen, schalen, kommen kruiken,
wierookbranders en wapens worden van goud of zilver vervaardigd. Sierweven
wordt toegepast bij de vervaardiging van fluweel, satijn, damast en
brokaat. Tapijtknopen is al bekend uit de 11e eeuw. In
houtsnijwerk ziet men vaan geometrische motieven, vaak in combinatie met
inlegwerk van ivoor, parelmoer of metaaldraad.
Meer
info!
ROMAANSE KUNST
▲
Bouwkunst
Van ongeveer 1000-1200 wordt er Romaans gebouwd, daarna gotisch.
Vooral in Frankrijk worden in die tijd veel kerken gebouwd. In het geheel
katholieke Frankrijk waren veel kloosters. Met name de benedictijnen
hebben van uit Cluny veel invloed gehad op de kerkenbouw. Zowel op
kerkelijk als op staatkundig terrein werd Frankrijk steeds machtiger. Veel
steden konden de bouwkosten opbrengen. Er waren veel pelgrimstochten,
bijv. naar Santiago de Compostella, waarbij kerken rustpunten vormden.
Het kruis, symbool van het Christendom, vormt de plattegrond. De kerken
uit de 4e eeuw leken veel op een Romeinse basiliek. In de 11e
eeuw heeft de kerk een eigen vorm. Er zijn echter nog veel Romeinse vormen
en constructies zoals rondbogen, tongewelven, koepels en bijna platte
daken. Vandaar dat men spreekt van Romaanse bouwstijl.
Kenmerken:
·
kruisvorm als plattegrond,
·
rustige en duidelijke vormen,
·
de vormen zijn goed te onderscheiden,
·
bijna platte daken,
·
in het midden een zware toren,
·
kleine ramen,
·
horizontaal, zwaar (dikke muren) en
laag,
·
rondboog, ton- of koepelgewelf,
·
versiering, idee van triomf
Boog
Constructie die een opening tussen twee
steunpunten overspant. Vangt de bovenliggende last op. Men onderscheidt:
de rondboog, een halve cirkel; segmentboog, een cirkelsegment;
hoefijzerboog, onderaan doorgetrokken halve cirkel; de spitsboog, twee
elkaar bovenaan rakende cirkelsegmenten.
Gewelf
Overdekkende constructie.
Koepelgewelf: kegel- of halfbolvormig gewelf op ronde of veelhoekige
plattegrond. Tongewelf: halfrond gewelf tussen twee muren. Kruisgewelf: de
doorsnijding van twee tonnen. Arcade
: (L. arcus
=boog) reeks bogen op zuilen of pijlers.
Voorbeelden
Frankrijk: St Lazares in Autun; St Trophime in Arles die gebpuwd is op de
ruïnes van een Rome XG "Rome" inse rechtszaal; abdij kerk in Cluny XG
"Cluny" , St Sernin in Toulose, de grootste bewaard gebleven Romaanse kerk
aan de route naar Santiago, heeft een lang schip met tongewelven, hoge
arcaden en ruime galerijen; de monumentale abdijkerk van Tournus in
Bourgondië; St Madeleine van Vezelay, met het unieke tongewelf.
Italië: Normandische dom van Cefalu op Sicilië; San Martino in Lucca; San
Zeno in Verona; San Michele in Pavia.
Nederland: Munsterkerk in Roermond; Onze-Lieve-Vrouwekerk in Maastricht.
Beeldhouwkunst en schilderkunst
De bekendste werken van de Romaanse beeldhouwkunst zijn reliëfs die
aangepast zijn aan het bouwwerk waar voor ze bestemd waren. Bouwkunst en
beeldhouwkunst zijn als het ware met elkaar versmolten. Zo werd het
bouwwerk een nog beter beeld van de Kerk. Op de bovendrempels en in de
boogvelden van de kerkdeuren werden de reliëf voorstellingen gekapt. Later
werd het vlakreliëf hoogreliëf. De kerkdeur krijgt echt een omlijsting en
wordt een portaal. Zuilen worden behandeld als beelden. Levensgrote
beelden komen meer en meer op.
Ook de kapitelen worden van beeldhouwwerk voorzien.
Naast beeldhouwwerk komt bronswerk en edelsmeedkunst op. In
schrijfateliers van abdijen worden perkamenten handschriften verlucht met
miniaturen. Wat hierbij opvalt is de mooie vlakvulling, sierlijke
lijnenspel en de prachtige kleuren.
Origineel in het Romaanse westen is de kunst van de gebrandschilderde
glasramen in lood.
Aanbevolen: het
schitterende boek “Romaanse Kunst ”, samengesteld door Rolf Toman. Uitg.
Könemann. Meer info!
GOTISCHE KUNST
▲
De 13e eeuw
brengt in West-Europa een culturele eenheid. Politiek komt er meer orde en
rust. Bedelorden, franciscanen en dominicanen, vergroten de invloed van
Rome en het godsdienstig leven wordt verdiept. Steeds meer regelen gilden
het sociale leven in de steden. Economie herleeft en het handelsverkeer,
vooral internationaal, neemt toe. Wetenschappen bloeien en overal ontstaan
universiteiten. Dit alles bevordert de grotere bouwplannen van adel,
clerus en burgerij.
Bouwkunst
In deze eeuw verandert de constructie aan de kerkenbouw. De gotiek
ontstaat in Frankrijk waar ze wordt toegepast in de kerkelijke bouwkunst.
Binnen 100 jaar werd er in geheel West-Europa zo gebouwd. De rondboog werd
vervangen door de spitsboog. Het gewicht wordt recht naar beneden
afgevoerd via zuilen, luchtbogen en steunberen. De muren zijn als
ondersteuning niet meer nodig. Zo konden er veel grotere ramen, in de vorm
van spitsbogen, geplaatst worden.
Kenmerken:
·
kruisvorm als plattegrond,
·
drukke, ingewikkelde en veel
verschillende vormen,
·
daken steil,
·
kleine lichte toren in het midden,
·
grote, hoge en vaak gekleurde ramen,
·
twee westtorens,
·
verticaal, licht, hoog, streeft naar
omhoog,
·
kruisribgewelf met steunberen en
luchtbogen en daarmee samenhangende spitsbogen.
Kruisgewelf
Samengesteld uit twee elkaar doorsnijdende
tongewelven, met diagonale raaklijnen of graten. Kruisribgewelf: de
gewelfkappen liggen op elkaar kruisende ribben. Steunbeer: schoorpijler,
staat dwars op de muren vangt zo de zijdelingse druk op van een gewelf.
Luchtboog: stenen schoor, in boogvorm, tussen steunbeer en schipwand.
Kathedraal
Of domkerk: hoofdkerk van een bisdom in de zetelplaats van de bisschop,
waarin deze de bisschoppelijke plechtigheden verricht en waarin het
domkapittel zijn vaste koordienst houdt. Ook groot r.k. kerkgebouw.
Voorbeelden
Frankrijk: Nôtre Dame van Parijs en Amiens; kathedraal van
Chartres, koningin onder de kathedralen; Nôtre Dame van Reims, gaat voor
de mooiste door; Nôtre Dame van Rouen heeft zeven torens.
Nederland: Sint Janskerk in den Bosch; Sint Laurenskerk in Alkmaar; Grote
kerk in Dordrecht.
Italië: domkerk in Orviëto; Santa Maria in Siëna.
Spanje: kathedraal in Burgos; nieuwe kathedraal in Salamanca;
kathedraal in Segovia; Santa Maria in Sevilla, de grootste gotische kerk;
kathedraal in Toledo.
Aanbevolen: het boek KATHEDRALEN, Honderd wonderen van het
avondland. Uitg. Michon, Helmond
Beeldhouwkunst
Aanvankelijk stond die in dienst van de bouwkunst, met name die van
kathedralen. Geleidelijk maken zij zich daar van los. Sierlijkheid,
beweging en expressie van gemoedstoestand zijn de kenmerken. Er wordt een
derde dimensie aan toegevoegd en daardoor worden de beelden realistischer.
Schilderkunst
De muurschilderingen in de kerken dienden om de gelovigen, die voor het
grootste deel ongeletterd waren, met de geest van de Heilige Schrift
vertrouwd te maken, hun de christelijke moraal voor ogen te houden. Van de
muurschilderingen is slechts een klein deel bewaard. De tekening werd
eerst in zware contouren gemaakt en daarna in figuren met kleuren ingevuld
of verguld, meestal zonder schaduwpartijen. De achtergronden waren
eenkleurig. Het ornament was, evenals de figuren, gestileerd
(muurschildering in Berzé-la-Ville, ca. 1100).
De miniaturen in de diverse manuscripten uit de kloosterscriptoria van
Noord-Frankrijk, België en Engeland vormen een verdere verfijning van de
Karolingische en Ottoonse verluchte handschriften, waarin duidelijke
Byzantijnse invloed te bespeuren valt.
Algemene kenmerken zijn: vloeiende lijnen, sierlijkheid en aandacht voor
detail. Ook in de miniatuurschilderkunst, ivoorreliëfs,
interieurdecoraties, tapisserieën, meubelen, kostuums en edelsmeedkunst
komt de gotiek als stijl voor.
Centra: Parijs, Zuid-Nederlandse steden, Londen, Keulen, Florence, Siena,
Venetië en Genua.
Triforium = smalle loopgang onder de
vensters van de hoofdbeuk. Is in de dikte van de muur uitgespaard en open
naar het schip door bogen.
Scheiboog = boog tussen twee beuken.
Fiaal = spits bekroningstuk boven verticale bouwdelen, bezet met hogels en
uitlopend in kruisbloem.
Hogel = knopvormig siermotief, ook openkrullend bladmotief.
Pinakel = siertorentje.
Kapiteel, Caput=hoofd, naar boven breder wordend kopstuk op een zuil.
Dient om de last op een smaller draagvlak over te brengen. Dorisch
kapiteel: zwaar breed kussen en zware vierkante dekplaat, geen
versiering. Ionisch kapiteel: eierlijst onder het kussen,
geflankeerd door twee parallelle voluten, spiraalvormige versieringen, en
dunne dekplaat. Korintisch
kapiteel: korfvorm bekleed met rijen
omkrullende acanthus bladeren, vier voluten en uitgesneden dekplaat.
Kelkkapiteel: met naar boven uitzwaaiende cilinder met bladknoppen of
historische voorstellingen.
Meer info!
RENAISSANCE
▲
Betekent letterlijk
“wedergeboorte”. Kunst en wetenschap gaan in de 15e en 16e
eeuw met sprongen vooruit. Met name is er een wedergeboorte van de mens.
Men denkt na over: het mens zijn, het leven op aarde, rol van God en die
van de natuur. Vragen zijn bijv. wordt leven bepaald door de natuur of
door God; is de aarde plat of rond; gaat men af op het heldere verstand of
wat de kerk zegt?
Wetenschappen als natuurkunde, sterrenkunde en geneeskunde gaan sterk
vooruit. Men onderzoekt en kijkt hoe de dingen er uitzien. Ook vallen in
deze eeuwen de grote ontdekkingsreizen. De mens hecht veel aan het aardse
leven: comfortabel leven, goed gekleed gaan en fraaie interieurs.
Zelfbewustzijn wordt sterker en het saamhorigheidsgevoel van de kerk komt
in gevaar. Hier willen Luther en Calvijn o.a. tegen optreden. In deze tijd
zijn er zogenaamde universele kunstenaars als Michelangelo, Leonardo da
Vinci en Rafaël. Renaissance betekent ook de wedergeboorte van de antieke
beschaving. Men wilde anders dan Romaans en gotiek en zo werden Grieken en
Rome het voorbeeld.
Kenmerken:
- mens ontdekt zich zelf,
- wordt zich bewust van eigen wil,
- klassieke kunst wordt opnieuw en anders weergegeven,
- er is een andere manier van leven,
- men treedt de toekomst anders te gemoed,
- de mens is het middelpunt, niet de kerk,
- Portugezen en Spanjaarden vergroten de westerse wereld door
ontdekkingsreizen,
- Copernicus en Galileï breidden de wetenschappen door onderzoek
uit,
- kunst is rustig, evenwichtig, symmetrisch, ideale verhoudingen,
universele kunstenaars,
- perspectief en platte vlak worden toegepast.
In de 15e
eeuw zijn er in Italië vijf grootmachten, Milaan, Venetië, Florence,
Napels en de Kerkelijke Staat. Zij zijn tevens grote kunstbeschermers en
opdrachtgevers. In de 16e eeuw breidt de Renaissance zich over
geheel West-Europa uit.
Kenmerken:
·
mens ontdekt zich zelf,
·
wordt zich bewust van eigen wil,
·
klassieke kunst wordt opnieuw en
anders weergegeven,
·
er is een andere manier van leven,
·
men treedt de toekomst anders te
gemoed,
·
de mens is het middelpunt, niet de
kerk,
·
Portugezen en Spanjaarden vergroten de
westerse wereld door ontdekkingsreizen,
·
Copernicus XG "Copernicus" en Galilei
breidden de wetenschappen door onderzoek uit,
·
kunst is rustig, evenwichtig,
symmetrisch, ideale verhoudingen,
·
universele kunstenaars,
·
perspectief en platte vlak worden
toegepast.
In de 15e
eeuw zijn er in Italië vijf grootmachten, Milaan, Venetië, Florence,
Napels en de Kerkelijke Staat. Zij zijn tevens grote kunstbeschermers en
opdrachtgevers. In de 16e eeuw breidt de Renaissance zich over
geheel West-Europa uit. Meer info!
BAROK
en ROCOCO
▲
Kunstenaars uit de 17e
eeuw wilden meer gevoel en emotie in hun werk brengen. Er komt beweging en
onrust in hun werk en de ordening wordt asymmetrisch.
De katholieke kerk kreeg de Reformatie en de Beeldenstorm over zich heen.
Na het midden van de 16e eeuw begint geleidelijk de bloei weer.
In de 17e en 18e eeuw laten kerk en vorsten hun
absolute macht gelden. Zij geven de belangrijkste opdrachten. Door pracht
en praal willen ze indruk maken. Barok is plechtig en triomfantelijk. Het
woord Barok is afkomstig van het Portugese woord “barocco” wat
onregelmatig gevormde parel betekent.
In de Nederlanden wordt de 17e eeuw ook wel de “Gouden Eeuw”
genoemd. In de schilderkunst XG "Gouden Eeuw:schilderkunst" komen we
namen van: Rubens, Jordaens, van Dijck, Frans Hals, Rembrandt, Vermeer,
Ruysdael en Hobbema. In de 18e eeuw wordt alles nog meer
overdreven. Interieur van paleizen van het Franse hof, buitenkant en
binnenkant van gebouwen en kerken zien er feestelijk uit.
Kenmerken
·
kerken moeten hemelse heerlijkheid
uitstralen,
·
kostbare materialen, marmer en
bladgoud,
·
plattegrond van kerk is ovaal en
rechte lijn wordt zoveel mogelijk vermeden,
·
vormen zelden symmetrisch en steeds
beweeglijk,
·
in rococo zelfde vormen als in barok
alleen nog fijner en grilliger.
Rococo: Ongelijkheid als een rotswand, Fr. rocaille, zorgt voor de
naam van de nieuwe stijl
voor de kunst in de 18e eeuw.
Italië
De
kerkelijke barok werd na het Concilie van Trente de kunst van de
Contrareformatie (die op haar beurt een groot deel van haar stuwkracht en
haar propagandistische activiteit ontleende aan de hevige accenten van de
barok); vandaar dat Rome er het centrum van werd. In Rome bouwde men vele
nieuwe en grote kerken – met als hoogtepunt de St.-Pieter in zijn
uiteindelijke vorm – waarin niet alleen architecten, maar ook beeldhouwers
en schilders ongekende kansen kregen. De Romeinse barok combineerde in het
algemeen de genoemde kenmerken met een wat onbarokke, onduidelijke opbouw,
die elders in Italië (Turijn, Venetië, Napels, Lecce, Sicilië) niet steeds
voorkwam en buiten Italië (Spanje, Zuid-Duitsland en Oostenrijk, de
Zuidelijke Nederlanden) nog veel minder.
Buiten Italië
Buiten de
rooms-katholieke landen, waartoe ook Hongarije en Polen behoorden, kreeg
de kerkelijke barok veel minder kansen. Frankrijk nam haar maar aarzelend
en zeer ten dele aan. Toch beleefde de barok er onder Lodewijk XIV een
korte, maar hevige bloeiperiode, minder op kerkelijk dan op profaan
gebied. De invloed die van het meesterwerk van de Franse barok, het paleis
van Versailles, is uitgegaan, was zeer diepgaand, ook in de
niet-katholieke landen van Europa, en veel intenser dan die van de profane
barok uit Italië, die vooral tot Oostenrijk en de aangrenzende landen
beperkt bleef. In Nederland is het koninklijk paleis (aanvankelijk
stadhuis) op de Dam in Amsterdam het belangrijkste monumentale burgerlijke
barokgebouw, uitgevoerd naar ontwerp van Jacob van Campen (1648–ca. 1665).
Meer info!
19e eeuw
▲
Eind 18e
eeuw is het ineens afgelopen. Men moet het kunnen zien. Uitvindingen als
de stoommachine en weefgetouw zijn het begin van de industriële revolutie
. Er komt verzet tegen koningen. Franse revolutie van 1789 is het begin.
Vanaf begin 19e eeuw wordt de “gewone” man steeds belangrijker.
Kerk en vorsten hebben als opdrachtgevers afgedaan. Maatschappij verandert
dus ook de kunst. Deze periode kan ingedeeld worden in : classicisme,
romantiek en realisme.
Meer info!
CLASSICISME
▲
De bouwkunst heeft een
eigen stijl, vroegere stijlen worden weer toegepast, Griekse beelden zijn
weer het voorbeeld, onderwerpen komen van de Klassieken, koele kleuren en
statische ordening. Er komen gebouwen met een andere funktie: stations,
postkantoren, banken en concertzalen. Eerder waren dit soort gebouwen er
niet. Ook andere materialen als beton en gietijzer kwamen in gebruik.
Kenmerken
·
er worden vroegere stijlen toegepast,
·
Griekse beelden zijn het grote
voorbeeld in de beeldhouwkunst. Gladde, marmeren vormen maakt men,
·
de “zuivere lijn” is in de
schilderkunst heel belangrijk,
·
meestal gebruikt men Griekse of
Romeinse onderwerpen,
·
koele kleuren en statische vormen.
Meer info!
ROMANTIEK
▲
Is een aanduiding
van een cultuurbeweging die ontstond aan het eind van de 18de eeuw en een
reactie was op de Verlichting en het rationalisme.
Algemene kenmerken
In de kunsten betekende deze omkering van waarden en accentueringen:
anticlassicisme, verwerping van stringente regels, onderwerping van de
vorm aan de fantasie, van het cerebrale aan de emotie: triomf van de
individualiteit als spiegel van het goddelijke.
Architectuur en beeldende kunst
Al in de eerste decennia van de 18de eeuw
deed het romantische element zijn intrede in de Engelse tuinkunst met de
landschapstijl. De landschapstuin komt voort uit een mystieke
natuurbeschouwing die sterk in tegenstelling staat tot het rationele
natuurbegrip van de Verlichting. De landschapstijl verspreidde zich later
in de 18de eeuw buiten Engeland, ook in Nederland.
Architectuur
De nieuwe natuurbeschouwing en het nieuwe
historisch besef vormden de grondslag voor de romantische architectuur en
beeldende kunst. Belangstelling voor de geschiedenis leidde in de
architectuur tot herleving van oude bouwstijlen. In dit licht wordt het
classisisme, de inspiratie door klassieke bouwwerken naar het voorbeeld
van bouwmeesters uit de renaissance, beschouwd als deel van de romantiek
(romantisch classicisme). Het classicisme manifesteerde zich het eerst
(ca. 1720) in Engeland. De klassieke bouwvorm werd, in tegenstelling tot
de barokke, gewaardeerd vanwege de duidelijke functie van de
bouwelementen. Functionalisme werd ervaren als natuurlijk, in
overeenstemming met de natuur. Hierdoor kan tevens het samengaan van
classicistische gebouwen en landschapstuinen in Engeland verklaard worden.
De classicistische bouwstijl verspreidde zich in Europa en de Verenigde
Staten, evenals de neogotiek, die midden 18de eeuw, eveneens in Engeland,
tot ontwikkeling kwam met als hoogtepunt de Houses of Parliament in Londen
(begonnen 1836). De gotische bouwstijl brengt het pittoreske naar voren;
constructie en functie gaan erachter schuil. Na 1800 kregen de Europese
landen door het toegenomen nationalisme meer interesse voor de eigen
architectuurgeschiedenis en werd de neogotische stijl vaker toegepast dan
het classicisme.
Omstreeks het midden van de 19de eeuw volgde nog een herleving van de
bouwstijlen uit de renaissance en de barok. In de late romantiek kwam de
vermenging van die stijlen in gebruik, bijv. in de Opéra in Parijs
(1861–1874) en de paleizen van koning Lodewijk II van Beieren, zoals bijv.
Neuschwanstein.
Schilderkunst
Ook in de schilderkunst was er geen
‘romantische stijl’. De sinds de renaissance traditionele naturalistische
weergave van de werkelijkheid bleef gehandhaafd. Wel was de techniek
divers: van precies en gedetailleerd tot los en dynamisch. Compositie,
kleurgebruik en modellering werden vrijer. Beeldend kunstenaars vonden
nieuwe uitdrukkingswijzen voor de eigen emotie, fantasie en mystieke
beleving, o.a. in het landschap. Het aquarelleren werd ontwikkeld tot een
volwaardige tak van de schilderkunst. De romantische landschapschilder
werd getroffen door de zuiverheid en de grootsheid van het landschap,
woedende elementen, duisternis en het contrast van licht en donker.
Scholen van romantische landschapschilders waren: in Frankrijk de School
van Barbizon, in Nederland de Haagse School.
Goya schilderde in Spanje actuele
gebeurtenissen tijdens de bezetting door Napoleons troepen in een
expressieve stijl. Meer info!
REALISME
▲
Leven van alle dag is
onderwerp. In de beeldhouwkunst zijn het vooral veel historische
monumenten. Meer info!
IMPRESSIONISME
(v. Lat. impressio = indruk)
De benaming voor
een beweging die zich in de kunsten, met name in de schilderkunst, in
Frankrijk na 1860 ontwikkelde.
Schilderkunst
Het impressionisme was de reactie van een groep jonge schilders tegen de
heersende opvattingen van hun tijd. Zij stelden zich ten doel het
onmiddellijk geziene weer te geven, zonder opzettelijke veranderingen of
toevoeging van literaire of andere elementen. Zij hadden grote
belangstelling voor lichtwerking en atmosfeer. Vooral het steeds
wisselende zonlicht, weerspiegeld en teruggekaatst door de omringende
wereld, had hun aandacht. De elementaire kleuren werden in los naast
elkaar geplaatste toetsen aangebracht; schaduwpartijen waren niet zwart,
maar in kleuren. Om de spelingen van het licht direct te kunnen weergeven
werd in de open lucht (plein air) geschilderd. Het waren Claude Monet en
Camille Pissarro die in de jaren zeventig de techniek van de
kleurverdeling vanuit Engeland invoerden; het was ook Monet wiens
schilderij Impression, soleil levant (1872; Musée Marmottan,
Parijs) de journalist Leroy inspireerde tot de spotnaam ‘impressionisten’,
die in 1877 de officiële naam werd. Dit gebeurde in 1874 op de eerste
tentoonstelling van de groep, bij de fotograaf Nadar
aan de Boulevard des Capucines in
Parijs, waar naast het genoemde stuk van Monet werk te zien was van
Renoir, Pissarro, Cezanne en Degas.
Beeldhouwkunst
In de beeldhouwkunst werden de principes van het impressionisme, het spel
van licht en schaduw, toegepast door Rodin en Degas (plastieken)
Meer info!
© Gerard van Kempen,
** U kunt via
Hotels/Appartementen/Wereldwijd zoeken naar uw accommodatie in
92
landen. Laagste prijsgarantie
** Hoe maak ik een
printversie van
de pagina"?
** Zie ook de boekenpagina
eens!
** Door
Tekengrootte te
wijzigen kunt u de leesbaarheid van de tekst sterk verbeteren.
▲
16-04-2011 |