|
KUNST van de ISLAM, naar overzicht
kunsthistorie
In
622 predikt de Bedoeien Mohammed, ca. 580-632, zijn nieuwe leer, de islam. Dit
woord betekent : volledige overgave aan Allah, de God. Deze leer is
hoofdzakelijk geïnspireerd op de Israëlitische geloofstraditie, doch geheel
ingesteld op het leefmilieu van de Arabische woestijn. In het verloop van
nauwelijks een eeuw veroveren de moslims in naam van Allah Vóór-Azië en
Noord-Afrika; tegen het einde van de 8e eeuw heersen zij, met het Arabisch als
voertaal, van Spanje tot Indië. Goed drie eeuwen later valt het islamrijk
uiteen; niettemin wordt nadien nog Klein-Azië geïslamiseerd, daarentegen gaat
Spanje verloren. Geschiedenis en cultuur zetten zich dan verder in die van een
aantal afzonderlijke staten.
De islam brengt geen artistieke nieuwigheden
De in de verschillende gebieden bestaande bouwvormen en kunstambachttechnieken
worden aan de nieuwe behoeften aangepast. Dit gebeurt dermate karaktervol, dat
precies daarin de eigen islamcreativiteit naar voren komt en deze kunst,
ongeacht de etnische verscheidenheden, als een betrekkelijke eenheid ervaren
wordt.
Belangrijke heersersgeslachten
Aan een aantal belangrijke heersersgeslachten is de naam ontleend voor
verschillende stijlen die in de onderscheiden gebieden en gedurende bepaalde
perioden tot bloei zijn gekomen : de Omajaden, 661-750, vroegste islamkunst;
vooral nog hellenistisch-christelijke invloeden, de Abassieden, 750-1258,
Arabische traditie wijkt ten gunste van Iraanse en Turkse, de Fatimieden,
669-1171, islamkunst bereikt Sicilië en Zuid-Italië, de Turkse Seldjoeken,
1037-1300, vestigen islamgezag in Vóór-Azië, de Timoerieden, 1369-1502, bloei
van Iraans-Mongoolse stijl in Centraal-Azië, de Mameloeken, 1250-1517, invoering
van heraldische motieven en schrifttekens in de versieringspatronen, tenslotte
de Almoravieden en de Almohaden, Spaans-Moorse stijl, 1031-1492, in Noord-
Afrika en Spanje. Na de val van de islamheerschappij op het Iberisch
schiereiland werken islam-kunstvormen in Zuid-Europa nog een tijd door,
overigens niet zonder invloed op de ontwikkeling van de vroegrenaissance. Voor
de latere tijd dienen in de eerste plaats de Osmanen, 1300-1923, vermeld,
Klein-Azië in de 16e en 17e eeuw zeer belangrijk centrumgebied van islamkunst,
talrijke kunstambachtproducten bereiken Europa; vervolgens de Safawieden,
1502-1736, hoogtepunt van keramiek-, tapijt- en miniatuurkunst in Iran. Onder de
Moghoel heerschappij, 1525-1857, in Indië is een door onvoorstelbare luxe
gedragen indisch-islamitische stijl tot stand gekomen.
Geest en karakter: eenheid en verscheidenheid
De kunst van de islam hangt ten nauwste samen met de godsdienst. In de
islammaatschappij wordt alles terug- gevoerd en herleid tot Allah; in de kunst
is dit opvallend te ervaren in een sterke drang tot schematiseren en herhalen.
De Koran, boek der openbaringen van Mohammed, verbiedt de vervaardiging en het
gebruik van godsbeelden; in de praktijk is daaruit een algemeen afwijzende
houding ontstaan ten aanzien van het afbeelden van alle levende wezens. Vandaar
dat de artistieke behoeften van de islam zich bijna uitsluitend op het
decoratieve vlak uitleven.
De kunst van de islam wortelt in die van het oude Oostbyzantijnse rijk, tevens
in de kunsttraditie van Iran ten tijde van de Sassanieden. Daarnaast waren de
andere onderworpen gebieden evenmin zonder artistiek verleden. Ook hadden
sommige culturen buiten het eigenlijke islamgebied wel eens invloed, onder meer
de Chinese. Zo is het geenszins verwonderlijk dat de islamkunst van gebied tot
gebied een ander accent heeft gekregen. Doch waar en wanneer ook, steeds zijn
twee karakteristieke elementen aanwezig: de moskee, naast andere religieuze en
profane gebouwen, en de in alle kunsttakken opvallende zin voor beheerste praal.
Bouwkunst : de moskee
Een van de 5 religieuze hoofdplichten van de moslim schrijft een persoonlijk
gebed voor op 5 gestelde tijden van de dag. Het gemeenschapsgebed wordt verricht
in de moskee. Het oorspronkelijk bouwplan van deze bidplaats toont een vierkant
of rechthoekig omsloten plein, met aan één zijde een zuilengalerij. In de
gebedshal staan, beide naar de heilige stad Mekka gericht, een nis, mihrab, en
een kansel, mimbar.
Aanvankelijk richtte de gebedsoproeper zich tot de gelovigen van op het
galerijdak, doch later zijn voor dit doel naast de gebedshal slanke torens,
minaret, opgetrokken; sindsdien maakt de minaret essentieel deel uit van een
moskeesilhouet. Even karakteristiek voor dat silhouet is ook de koepelbouw,
overgenomen van de byzantijnse architectuur in Syrië. Nochtans zijn niet alle
moskeeën van een koepeldak voorzien, doch komen er ook voor met een door zuilen
gedragen plat dak. Tenslotte is de fontein met bekken in het voorhof
onafscheidbaar van het begrip moskee; daar reinigen de gelovigen zich vooraleer
ongeschoeid de bidplaats te betreden. De talrijk voorkomende bogen, waarvan
sommige geheel eigen zijn aan de islam, en ook de versiering van wanden en
koepels met mozaïeken, zijn de meest opvallende decoratieve elementen van het
moskeegebouw. Volumeverhoudingen en raamopeningen zoals in de Sultan
Hassan-moskee te Cairo, lijken wel uitsluitend berekend in functie van licht- en
schaduweffecten op genoemde sierelementen.
Westers moskeetype
In de loop van de 12e eeuw komt in het westen een kruisvormplan in zwang.
Tegelijk ontwikkelt zich decoratief metselwerk, arabesken, en het gebruik in
bepaalde architectuuronderdelen in steen uitgehouwen teksten aan te brengen,
overigens ook bekend in het oosten. In Noord-Afrika en Spanje ontstaat voorkeur
voor hoefijzerbogen en vierkante minaretten. De moskee van Córdoba geldt als een
meesterwerk van religieuze bouwkunst voor het gehele islamgebied.
Oosters moskeetype
Dit type is nagenoeg gelijk aan het westerse, doch vaak gaat de architectuur
geheel schuil onder overdadige versiering, vooral muurbekleding met kleurige
gleiswerktegels.
Een tegelijk technisch briljant en esthetisch buitengewoon gaaf bouwwerk is de
Suleiman-moskee te Istanboel, een van de 140 werken tijdens de 2e helft van de
16e eeuw in Turkije verwezenlijkt door de uit Griekenland of Armenië
stammende bouwmeester Sinan.
Profane bouwkunst
Koepelbouw en alle hiervoren aangehaalde versieringselementen en -technieken
zijn ook toegepast in semi-religieuze gebouwen als koebba's, grafmonumenten, en
medrese's, theologie-instituten; vaak is van zulk gebouw het bijzonderste
onderdeel het portaal.
Het ligt voor de hand dat hetzelfde is vast te stellen bij kastelen, paleizen,
paviljoenen, zelfs bij sommige badhuizen (hammam) en gasthuizen (han of
karavanserai).
Een meesterwerk van islamitische paleisbouw is het Alhambra te Granada, waar
overdadig gebruik is gemaakt van de ook in Turkije geliefde stalactietgewelven.
De meest lyrische uiting van de gehele islam bouwkunst is ongetwijfeld te vinden
in Indië, waar vooral vanaf de 16e eeuw, tijdens de Mongolenheerschappij,
schitterende monumenten zijn gebouwd. Het terecht meest beroemde daarvan is het
geheel van wit marmer opgetrokken mausoleum Taj Mahal te Agra; de minaretten
zijn zo islamitisch als maar kan, de dakpaviljoenen zijn niet minder typisch
hindoe, het geheel echter in ongeëvenaarde harmonie.
Schilderkunst: verlichte handschriften
De voorname plaats van religie en letterkunde in de Iraanse cultuur leidt als
vanzelf tot vermenigvuldiging van hand- schriften. Uit de Arabische en daarmee
verwante schriftsoorten, gekenmerkt door een sierlijke lijnvoering, ontstaat in
de 11e eeuw een kalligrafische kunst. Met goud omzoomde letters zijn bijzonder
geliefd. Vanaf de 13e eeuw worden in Iran, naast religieuze en mystieke,
romaneske en historische, ook weten- schappelijke werken geïllustreerd. Deze
miniatuurschilderkunst komt vooral na de Mongoolse invasie tot grote bloei. In
de 15e eeuw zijn Herat en Tebriz beroemde centra, en de Safawiedenvorsten
stellen dan een keur van schilders te werk in een soort hofacademie.
In de Iraanse en Indische schilderkunst worden, als uitzondering op de regel,
wel mensen en dieren afgebeeld. Merkwaardig is dat men ook in de schildering van
deze onderwerpen niet geheel loskomt van het decoratieve; er wordt opvallend
graag gestileerd. In de landschappen komen schaduwspel en perspectief bijna niet
aan bod. Daarin is juist Indische, en bovendien ook Chinese invloed te
herkennen. De Iraanse miniaturen treffen vooral door hun warm koloriet, terwijl
de Indische opvallen door discreet licht- en schaduwspel.
Toegepaste kunst : uitmuntende smaak en techniek
Zoals reeds aangegeven biedt de islamtraditie in regel geen plaats voor figurale
kunst, zodat alle artistieke inspiratie en techniek zich uitleven in
verschillende. takken van toegepaste kunst. In het algemeen kan daarvan gezegd
worden dat zij getuigen van verfijnde decoratieve eenheid en grote technische
vaardigheid.
Aardewerk is, onder- of bovenglazuurs beschilderd in warme aantrekkelijke
kleurstellingen, in talrijke daarvoor beroemde centra vervaardigd. Naast tegels
en tegelmozaïeken voor opsmuk van gebouwen, is ook vaatwerk gemaakt. In Iran is
vaak invloed van Chinese keramiek en porselein te ontwaren, zonder dat echter
ooit de kwaliteit daarvan is bereikt; echter doet de Iraanse keramiek tegelijk
meer spontaan en intiem aan.
Op gebied van metaalbewerking is grote bedrevenheid vast te stellen in het
demaskeren en in het drijven en incrusteren van goud en zilver bij de
vervaardiging van dienbladen, schalen, kommen, kruiken, lampen, wierookbranders,
wapens en wapenrustingen.
Inzake textielkunst
is in de geïslamiseerde landen de reeds voordien door Iran, Syrië, Byzantium en
de Kopten verworven roem in ere gehouden op gebied van de vervaardiging van
fluweel, satijn, damast, brokaat, borduurwerk en verschillende technieken van
sierweven. Een aparte plaats neemt het tapijtknopen in, reeds in de 1 Ie eeuw in
Klein-Azië ingevoerd uit Oost-Turkestan. Anatolische tapijten zijn reeds vanaf
de 14e eeuw op Europese schilderijen te zien. In de zowel in hofwerkplaatsen als
door nomaden en plattelandbewoners vervaardigde vloer-, dek- en bidtapijten zijn
talrijke zeer oude religieuze en heraldische symbolen verwerkt. Opvallend is
steeds de warme kleurstelling en -harmonie. Technisch en decoratief zijn Iraanse
tapijten ongeëvenaard; op een Keshantapijt zijn 120 knopen per cm2
geteld. Typisch voor Turkije zijn ook de kilimtapijten, met hun typische
kleurvakspleetjes.
Reliëfsnijwerk in hout
treft men vooral aan in de vorm van venstertraliewerk, deurpanelen, op nissen,
kansels en koranlezenaars, waar de geometrische motieven vaak tegelijk in open
snijwerk zijn aangebracht, of gecombineerd met inlegwerk van ivoor, parelmoer of
metaaldraad. Van de kristalsnij- en slijpkunst, die een hoogtepunt kende onder
de Sassanieden en de Fatimieden, is slechts een gering aantal, zij het zeer
fraaie stukken overgebleven. Daarentegen is heel wat glaswerk tot ons gekomen;
bekers, flessen, in het bijzonder moskeeluchters, vaak zeer elegant van vorm,
werden beschilderd met emailkleuren.
Al komen hier wel eens genretaferelen voor, toch overheerst ook hier het zuiver
decoratieve ; vaak zijn ingewikkelde patronen opgebouwd van geometrische
motieven, van gestileerde plantaardige motieven, moresken, terwijl ook soms erg
kunstmatig gestileerde schrifttekens als versieringselement zijn aangewend.
Zie voor links de site van Christopher
Witcombe:
Basis bron: Het boek
"Kunst van Altamira tot heden", F. Adriaens c.s.. A'dam
** U kunt via
Booking -
Wereldwijd zoeken naar uw accommodatie in 71 landen. Laagste
prijsgarantie
** Hoe maak ik een
printversie van de
pagina"?
** Zie ook de boekenpagina eens!
** Door
Tekengrootte te wijzigen
kunt u de leesbaarheid van de tekst sterk verbeteren.
▲
|