|
NEO-IMPRESSIONISME, naar overzicht
kunsthistorie
In het impressionisme zit de mogelijkheid
dat, door te grote aandacht voor het vluchtige en de atmosfeerschildering,
vorm en kleur volledig zouden opgelost worden. Sommige kunstenaars zoals
Georges Seurat en Paul Signac zijn zich hiervan bewust en passen,
voortgaande op de waarnemingen van het impressionisme, een nieuwe techniek
van de kleur toe. Het is het neo-impressionisme, zo genoemd naar de
theoretische uiteenzetting van de kunstcriticus Félix Fénéon in het
Brusselse tijdschrift L'Art Moderne in 1886.
Het neo-impressionisme bedrijft de kleurvlektechniek op zuiver
berekende, wetenschappelijke basis.
Door het divisionisme, of de ontbinding van iedere kleur tot haar
grondelementen, en het pointillisme (point is het Franse woord voor
punt), of het in stippen naast elkaar plaatsen van die zuivere onvermengde
kleur, wordt de volle intensiteit van de kleur op het doek bereikt. Beide
technieken steunen op de theorieën van Chevreul over de analyse van de
lichtverschijnselen en de beginselen van het kleurenprisma. Door een
streng berekende opbouw en de toepassing van wetmatige technieken
vermijden ze de vergankelijkheid van de impressionistische indruk, maar
vervallen onvermijdelijk in verstarring en systematische formules.
Pointillisme werd ook nog toegepast in het begin van de 20e eeuw, door het
fauvisme en het kubisme, evenals door het Italiaans futurisme.
Vooraf
Klikt u op een naam dan komt u bij Art Cyclopedia. U kunt dan een
van de hoofdcategoriën (Skip to) kiezen, bijv. Image Archives en
dan een van de subcategoriën, bijv. Olga's Gallery. Via Art
Cyclopedia kunt u alle bekende werken van een kunstenaar vinden en
online bewonderen!
Afb.
Pointillisme, Paul Signac, Gezicht op St. Tropez
Franse neo-impressionisten
Georges
Seurat (1859-1891) is de hoofdfiguur van deze beweging.
Zijn eerste impressionistische ervaringen worden door hem wetenschappelijk
doorgevoerd en bepalen zijn compositie en vormgeving, waarin de
constructieve opbouw opvalt en de lijn opnieuw belangrijk wordt, zowel als
begrenzing van vorm en vlak, als in zijn decoratieve functie. Hij baseert
zijn techniek op de simultane contrasten van de kleuren en van de lijnen
volgens Chevreul. Tot zijn belangrijkste werken behoren Un dimanche
d'été a la Grande Jatte (1884-1886) en Le cirque (1891).
Paul
Signac
(1863-1935) was de theoreticus van de groep waarvan bij, na de
dood van Seurat, de leider wordt. In zijn later werk vervangt hij de
kleine kleurstippen door korte bredere toetsen, wat een indruk van mozaïek
aan zijn werk geeft. Vooral zijn haven- en kustgezichten zijn bekend. Hij
publiceert D'Eugène Delacroix au néo-impressionnisme (1899), waarin
hij de stellingen van de beweging uiteenzet.
Henri-Edmond Cross (1856-1910) voorspelt in zijn vlakke
structuur en zeer sterke kleurentaal, het fauvisme.
Afb.
Danseressen in het blauw, Edgar Degas, 1890
Franse post-impressionisten
Enkele kunstenaars kunnen niet direct bij impressionisme of
neo-impressionisme gerekend worden, maar hebben in die post-
impressionistische periode enerzijds aandacht voor een gevoelige
sfeerschildering, anderzijds voor steviger vormen en lijnen.
Edgar
Degas (1834-1917) blijft, met zijn bewondering voor de
classicistische schilders, in het bijzonder voor Ingres, aandachtig voor
de structuur in een werk, en zal, niettegenstaande zijn betrachting een
bepaalde momentimpressie vast te leggen, zijn composities vaste vorm
geven. Taferelen uit het dagelijkse leven, uit de balletwereld en het
milieu van de paardenrennen genieten zijn voorkeur. Hij geeft de beweging
in haar opeenvolgende momentopnamen weer. Hij gebruikt bij voorkeur pastel
maar zal, bijna blind op het einde van zijn leven, ook beelden van
danseressen en naaktfiguren maken.
Henri Toulouse-Lautrec HTL(1864-1901).Reeds jong, ten gevolge van een val,
kreupel geworden, wijdt hij zich aan de schilderkunst. Hij onttrekt zich
aan zijn aristocratisch milieu en neemt als geliefd thema Montmartre. Zijn
scherp observatievermogen tekent zijn modellen met ironie, maar tevens met
grote gevoeligheid. Trouwe bezoeker van de Moulin Rouge, schildert
hij er de sfeer van figuren zoals Jane Avril. Door enkele
kleurtoetsen en door de tot de meest essentiële herleide lijn, weet hij
raak situaties en karakters weer te geven. Hij ontwerpt voor cabaret en
theater affiches.
Neo-impressionisten buiten Frankrijk
In België is het vooral
Theo van Rysselberghe (1862-1926) die,
getroffen door Un dimanche d'été a la Grande Jatte van Seurat, in 1886 te
Brussel tentoongesteld, overschakelt op de pointillistische techniek,
waarin hij portretten en landschappen vastlegt. Hij heeft grote invloed op
zijn omgeving en lag mee aan de basis van de oprichting van de groep Les
XX in 1884 te Brussel, die de belangrijkste buitenlandse kunstenaars in
België doet kennen.
Henry van de Velde (1863-1957) past in zijn schilderijen, in een
gevoelige harmonie het pointillisme toe zoals in Vrouw bij het raam
(ca. 1889).
In Nederland gaat
Jan Toorop (1858-1928) na zijn impressionisme en
reeds tijdens zijn symbolisme, tot het neo-impressionisme in portretten en
landschappen over, waarbij hij, in navolging van Signac brede toetsen
gebruikt.
Post-Impressionisme
|
Neo-Impressionism
|
Vincent
Van Gogh (Dutch)
Symbolisme
Gustave
Moreau (French)
|
Paul
Gauguin (French)
|
James
Ensor (Belgian)
|
Fernand
Khnopff (Belgian)
|
Jean
Delville (Belgian)
|
Franz
von Stuck (German)
| Edvard
Munch (Norwegian)
Ibiblio.org/wm/paint/auth/degas/ Degas
Ibiblio.org/wm/paint/auth/toulouse-lautrec/ Toulouse Lautrec
Ibiblio.org/wm/paint/auth/seurat/ Georges Seurat
** Via
Hotels/Appartementen/Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een
accommodatie in 92 landen. Laagste prijsgarantie, maximale
keuze, tevreden gasten, onpartijdige hotelbeoordelingen, boeken in uw
taal is mogelijk!
** Hoe maak ik een
printversie van
de pagina"?
** Zie ook de boekenpagina
eens!
** Door
Tekengrootte te
wijzigen kunt u de leesbaarheid van de tekst sterk verbeteren.
▲
|