|
NIET-EUROPESE KUNST / Azië, naar
overzicht kunsthistorie
In het geheel van de niet-Europese kunst zijn, breed
genomen, twee genres te onderscheiden. In de Aziatische en in de
precolumbiaans-Amerikaanse kunst is de vormentaal doorgaans niet erg
verschillend van die van de mediterrane traditie. In de primitieve- of
etnische kunst - d.i. de in stamtraditie ontstane kunst in Afrika ten
zuiden van de Sahara, op de Zuidzee-eilanden inbegrepen de
oud-Indonesische kunst, evenals van enkele stamculturen in Amerika en Azië
- zijn een aantal essentieel verschillende vormrichtingen aanwezig, elk
met uitgesproken vormgevingsconsequentie.
Terwijl de kunst van de grote Aziatische en precolumbiaans-Amerikaanse
culturen in het Westen betrekkelijk vroeg belangstelling en meteen
esthetische waardering hebben gekend, is etnische kunst aanvankelijk
slechts ter illustratie van leefgewoonten en denkwijzen van
'onbeschaafden' benaderd, pas in het begin van de 20e eeuw ook als kunst.
Bij dit laatste hebben enkele Europese beeldende kunstenaars een grote rol
gespeeld; o.m. Vlaminck, Derain, Matisse, Picasso, ook Heckel, Kirchner,
Schmidt-Rottluf.
In de aparte vormgevingsexpressie van vooral de Afrikaanse en de
Zuidzeekunst, hebben zij a.h.w. de bevestiging gevonden van, en een
stimulans voor door hen gezochte nieuwe uitdrukkingsvormen. Sindsdien is
het besef gegroeid dat ook in niet-Europese volksculturen kunst is
voortgebracht die inzake inhouds- en vormrijkdom voor geen enkele andere
kunst dient onder te doen. Volledigheidshalve zij er op gewezen dat ook
bepaalde kunsten van Azië en van precolumbiaans-Amerika enkele Westerse
kunstenaars niet onberoerd hebben gelaten.
Kunst van Zuid- en Oost-Azië
Wanneer men het over Aziatische kunst wil hebben, is het geboden zich
vooraf bewust te zijn van de uitgestrektheid van dit werelddeel, van de
sterk uiteenlopende geaardheid van de mensengroepen die het bevolken, ook
van de even lange als ingewikkelde geschiedenis, evenals van de soms
volkomen verschillende sociaal-economische en religieuze achtergronden
van bepaalde kunstperiodes en -gebieden. Op deze aspecten kan hier niet
verder ingegaan worden.
Het wordt alleen aangehaald als scherm waarop de Aziatische kunst, althans
in de ogen van niet-Aziaten, toch als betrekkelijk eenvormig geheel
geprojecteerd wordt. Inderdaad worden in de figurale kunst overal en
steeds de verhoudingen, van het natuurvoorbeeld in acht genomen, en wat de
inhoud betreft is doorgaans religieus geïnspireerd.
Het is nuttig vooraf twee kunsthistorische feiten even te onderstrepen.
Dat er twee centrumgebieden zijn vanwaar bepaalde motieven en
stijlrichtingen zijn uitgestraald, namelijk India en China, is op zichzelf
zeker niet ongewoon. Wat evenwel uniek Aziatisch kan genoemd worden is,
dat deze uitstraling niet door militaire of gewelddadige
kolonisatie-ondernemingen gedragen werd, doch door een geheel vreedzaam
verlopende culturele expansie. Zo is de mogelijkheid ontstaan tot intense
uitwisseling, ook op artistiek gebied. In dit kader is nog te onderstrepen
dat de Aziatische landen de eigenschap hebben vertoond vreemde inbreng
niet zonder meer in het bestaande in te passen, doch geheel naar eigen
visie te herscheppen, vooral Indonesië en Japan munten daarin uit.
Aziatische kunstlinks
|