|
ANDALUSIË, geschiedenis en culinaria,
Naar regio-overzicht van
Andalusië
Maak uw keuze
Bestaansmiddelen
▲
Andalusië is voornamelijk agrarisch. Grootgrondbezit overheerst, met name in
West-Andalusië. In het Guadalquivir bekken verbouwt men citrusvruchten,
graan, olijven, vijgen, tabak, katoen en zonnebloem voor olie winning. Op de
vegas, bevloeide vlakten, tussen de bergketens liggen olijf- en amandelbossen en
wijngaarden. Wijnbouw is er vooral rond
Jerez de la Frontera, sherry, en
Málaga. Ook wordt er kurk gewonnen in de Sierra Morena, die begroeid is met
kurkeiken.
Visserij vindt plaats in de kustplaatsen. De Sierra Morena is rijk aan
kopererts, lood, ijzererts, zilver en uraan. De industrie is
geconcentreerd in de provinciehoofdsteden. In de provincie Almería wordt
zeezout gewonnen. In de jaren zestig en zeventig raakte het platteland van
Andalusië door arbeidsmigratie naar West-Europa en Catalonië gedeeltelijk
ontvolkt. Van groot belang zijn de inkomsten uit het toerisme langs de
kust en naar de historische steden Granada, Córdoba, Sevilla.
Geschiedenis
▲
In de vroegste tijden werd Andalusië bewoond door de Turteren, een vredelievend
volk, dat zich niet tegen een veroveraar kon verdedigen. De Feniciërs
stichtten hier bloeiende koloniën, zoals Tartessus,
Sevilla en
Cádiz. Later
veroverden de Carthagers de kusten.. In tweede eeuw v.C. werd Andalusië, als
deel van Baetica, een wingewest van de Romeinen. Van hier uit vestigden
zij hun gezag over heel Spanje. Seneca, een dichter, Lucanus, een wijsgeer
en Trajanus, een keizer, komen uit deze streek. Handelsvaartuigen van Cádiz en
Sevilla voeren naar alle nabij gelegen zeeën. In de 5de eeuw drongen de
Vandalen en Alanen uit Galicië en Asturië. Zij werden op hun beurt door de
Visigoten verdrongen. In de 6de eeuw heersten zij over geheel Spanje. In de 7de
eeuw werden die verslagen door de Moren en werd Córdoba tot het
middelpunt gemaakt. Meer dan zeven eeuwen hebben de Moren hun stempel op
Andalusië gedrukt. De overwonnen Goten behielden vrijheid van godsdienst en
moesten schatting betalen. De landbouw bloeide en kunsten en wetenschappen
ontwikkelden zich. Koning Ferdinand III ,1233–1250, van Castilië verdreef de
Moren. De onverdraagzame christenen verdreven de vreedzame en ontwikkelde
bewoners naar Afrika. Granada bleef nog lang Moors, dus mohammedaans. In 1492
werd Granada door de legers van Aragón en Castilië veroverd.
Conserveringsmethode
▲
Toen de eerste -mensen een vaste woonplaats kozen, zagen ze zich genoodzaakt
levensmiddelen houdbaar te maken. Door landbouw en veeteelt beschikte men na de
oogst en de slacht over een grote hoeveelheid voedsel, die men niet in één keer
op kon eten. Bovendien was het wel zo verstandig voorraden aan te leggen voor
magere tijden.
Een van de oudste conserveringsmethoden, die ongetwijfeld bij toeval ontdekt is,
is het drogen. Het principe is eenvoudig: door toevoer van warmte en het
onttrekken van vocht worden schimmel en rottingsbacteriën het leven onmogelijk
gemaakt. In hete, droge streken past men de methode simpelweg toe door het
voedsel in kwestie aan de zon bloot te stellen. Zo droogt men kleine rode
paprika’s, die vervolgens gemalen en als kruiderij gebruikt worden. Ook rozijnen
en gedroogde vijgen ontstaan op deze manier. Inmiddels zijn er ook speciale
installaties ontworpen die gebruikt worden om levensmiddelen te drogen.
Bij de bacalao, de geliefde stokvis, combineert men het drogen met zouten
of pekelen. Met zout, dat altijd al gemakkelijk uit zee te winnen was, kon men
behalve diverse vissoorten ook vlees en groente houdbaar maken.
Melkzuurgisting is ook een traditionele methode om groente te
conserveren. De natuurlijke melkzuurbacteriën in de groente zetten koolhydraten
-met name vruchtensuiker- om in melkzuur. Dit zuur, waarvan men de werking vaak
versterkt door kookzout toe te voegen, belemmert de groei van organismen die het
voedsel doen bederven.
De oude Egyptenaren, de Assyriërs en de Babyloniërs kenden reeds het inmaken in
azijn. Ze hadden gemerkt dat alcoholische dranken na verloop van tijd in
azijn veranderden en bereidden er zure gerechten mee. Bovendien gebruikten ze
azijn om vlees en groente houdbaar te maken. De Moren introduceerden deze
methode in Spanje, waar men ook vis ging inleggen - boquerones en vinagre
(ansjovis in azijn) zijn er nog steeds populair. Bij het inleggen in alcohol
maakt men gebruik van de desinfecterende werking van spiritualiën. Duizenden
jaren geleden ontdekten de bewoners van het Middellandse-Zeegebied - ook het
inleggen in olie. Groente, vis, worst en kaas blijven in olie lang goed en
hun smaak wordt intenser, zoals geitenkaas in olijfolie bewijst. Voor het
roken van vis of vlees laat men hout, in de vorm van spaanders, meel en
takjes, smeulen. De rook heeft een drogende werking en doodt bacteriën.
Bovendien kan men door bepaalde houtsoorten, kruiden en specerijen de geur en
smaak van het product beïnvloeden. Minder oud is het wecken, waarbij men
vlees, groente of fruit kookt, met of zonder suiker, en in glazen potten doet,
die luchtdicht afgesloten worden. Ook diepvriezen belemmert de activiteit
van schadelijke organismen. Groente moet voor het invriezen geblancheerd worden.
Gazpacho & Co
▲
"Del gazpacho no hay empacho", luidt het spreekwoord: 'Van gazpacho krijgt
niemand een bedorven maag." De koude groentesoep gazpacho andaluz heeft de
wereld veroverd als pittig, licht verteerbaar tussendoortje en heerlijk
verfrissend hapje op warme zomerdagen. Al voor de Romeinse tijd maakten herders
een soort gazpacho van oud brood, knoflook, azijn, olie en water. Gazpacho stilt
de honger, lest de dorst en voorziet het lichaam in de verzengende hitte van
zout en vitaminen. De benaming gazpacho is afgeleid van het Latijnse woord caspa
voor 'restant' of 'kleinigheid, , dat ook terug te vinden is in de gazpacbos
manchegos uit La Mancha. Hiervoor gebruikt men echter geen koude groente, maar
klein gesneden wild, en bovendien worden ze warm gegeten. De basis van de
klassieke gazpacho andaluz is een mengsel van brood, knoflook, azijn en olie. De
laatste twee ingrediënten dienen van zeer goede kwaliteit te zijn, want in de
volksmond heet het dat 'men met slechte azijn, en nog slechtere olie geen goede
gazpacho kan maken'. Aan het mengsel voegt men stukjes tomaat, paprika en
komkommer toe. Vroeger werd alles fijngestampt in de vijzel, tegenwoordig is het
geen schande meer een staafmixer te gebruiken. Bij de gazpacho, die gekoeld
geserveerd wordt, geeft men in aparte schaaltjes tropezones, stukjes geroosterd
brood, tomaat, komkommer, paprika, ui of hardgekookt ei, die iedereen naar
believen door zijn soep roert. Een variant van de gazpacho is de salmorijo
cordobés, die in plaats van gemengde groente alleen tomaten bevat en verrijkt
wordt met ham, tonijn of ei. Uit Málaga komt de ajo blanco (letterlijk: 'Witte
knoflooie), een koude soep van knoflook, jonge amandelen, witbrood, azijn en
olie. In Málaga geeft men er moscateldruiven, rozijnen of partjes appel bij. Ajo
colorado (rood knoflook) is een soort puree van aardappelen, tomaten, paprika,
ui, olijfolie, knoflook en zout, die warm gegeten wordt. Traditioneel serveert
men er in olie gebakken maïspannenkoekjes bij.
Granaatappel
▲
Als u een granaatappel eet, eet hem dan met het vruchtvlees, want dit looit de
maag, en elk pitje dat zich in de maag van een mens bevindt, verlicht zijn hart
en brengt de duivel, die hem kwaad influistert, veertig dagen tot zwijgen."
Begin 7e eeuw beschreef Abdullah Ibn Abbas, ver familielid van de profeet
Mohammed, in deze verheven taal de werking van de granaatappel, waarvan men
beweerde dat hij altijd door een druppel water uit het paradijs bevrucht werd.
Vermoedelijk brachten de Carthagers de uit Azië afkomstige granaatappelstruik
drieduizend jaar geleden naar het Iberisch schiereiland. Joden en Arabieren
kweekten granaatappels in Andalusië e noemden er zelfs een stad naar: Gharnata.
Later veranderde deze naam in Granada en nog steeds de granaatappel het embleem
van de stad. Zowel de joden als de moslims beschouwden de stralend rode
granaatappel als het symbool van vruchtbaarheid en vernieuwing. De Arabieren
gebruikten hem in dranken en bij vleesgerechten. Een aftreksel van de bloempjes
zou helpen tegen bloedend tandvlees. Vroeger doopte men de vruchten met hun
harde scil in hete pek en hing men ze aan een snoer op. Zo bleef het binnenste
lang vers en sappig
Culinaire erfenis van de
Arabieren
▲
Met de verovering van grote delen van Spanje in de 8e eeuw deed de luxe zijn
intrede in het tot dan toe Spartaanse leven van de inheemse bevolking van
al-Andalus, zoals de Arabieren deze streek noemden. Ze introduceerden openbare
baden, hulden zich in dure stoffen en geurden naar etherische oliën. Ze drukten
hun stempel op de architectuur en brachten hun kennis van de geneeskunde, de
wapentechniek en de vervaardiging van keramiek en zijde mee. Hun keuken diende
niet alleen om de honger te stillen maar ook om de smaakpapillen te prikkelen,
wat in het bijzonder in hun geraffineerde zoete gerechten tot uiting kwam.
In de landbouw introduceerden de Arabieren hoog ontwikkelde irrigatiesystemen en
bemestingsmethoden. Ook teelden ze gewassen die daarvoor onbekend waren op het
Iberisch schiereiland. Van de Perzen, die al handel dreven met India en China,
betrokken ze rijst, suikerriet en aubergines. Uit Egypte haalden ze
honingmeloenen, uit Afrika watermeloenen en uit Constantinopel vijgen. Ze
verbreidden de Voor-Aziatische citrusvruchten, perziken en abrikozen,
johannesbrood en kweeperen, amandelen en pistachenoten tot aan de kust van de
Atlantische Oceaan. Later kwamen daar dadels uit Irak en koffie uit Jemen bij.
Het vervoer over grote afstanden noopte tot het ontwikkelen van
conserveringsmethoden als het drogen van vruchten en het inmaken van vruchten in
honing. Ook kruiden en specerijen speelden een belangrijke rol in de keuken van
al-Andalus. Erg populair waren basilicum, komijn, koriander, saffraan, anijs,
munt, gember en jasmijn, naast amandelen, pistachenoten, pijnboompitten, sesam,
tamarinde en kaneel. Veel woorden in de Spaanse taal herinneren aan het feit dat
de teelt van tal van gewassen op het Iberisch schiereiland door de Arabieren
ingevoerd of verbeterd is. Denk hierbij vooral aan de woorden die met het
Arabische lidwoord al- of a- beginnen, zoals alcachofa (artisjok), albaricoque
(abrikoos), almendra (amandel), azafrán (saffraan), azúcar (suiker), arroz
(rijst) en aceite (olie). Ook begrippen als naranja (sinaasappel), berenjena
(aubergine) en zanahoria (peen) hebben Arabische wortels.
Als eiwitbron gaven de Arabieren de voorkeur aan schapen- en lamsvlees en aan
vis en ze brachten hiervoor de geschiktste bereidingswijzen mee, waarbij ze zich
hadden laten inspireren door Perzische koks en Egyptische en Turkistaanse
gewoonten. Ze combineerden vlees en vis met vruchten, kruiden en specerijen en
bedachten gerechten als tonijn met morellen, stokvis met sinaasappel,
schapenvlees met abrikozen en lamsvlees met een saus van munt of komijn. De
Arabieren introduceerden de in Spanje nog.steeds populaire rijstpudding met
honing en ook allerlei amandelgebakjes en koekjes, kweeperenmarmelade en gevulde
dadels met noten en amandelen zijn van hen afkomstig. Al raakten veel culturele
verworvenheden van toen in vergetelheid toen de christenen Spanje heroverd
hadden, de kunst van het zoetigheid bereiden is niet verloren gegaan: in tal van
kloosters houden nonnen deze traditie hoog.
Fruitparadijs Andalusië
▲
De naam alleen al doet exotisch aan: Costa Tropical noemen de Andalusiërs de
landstreek in de provincie Granada met plaatsen als Motril, Almuñécar en
Salobreña. Massieve bergketens beschutten deze kustvlakte tegen de koude winden
uit het noorden en de zon schijnt er tot in de winter, zodat hier inderdaad
tropische vruchten gedijen. Behalve suikerriet, dat wordt gebruikt voor de
bereiding van rum, groeien hier mango's en maracujás, papaja’s en paraguaya’s,
mispels en limoenen, kaki's en avocado's. Zelfs met lychees experimenteren de
telers aan de Costa Tropical. Cherimoya
Hier gedijt ook de cherimoya, een tropische vrucht die zelden bij de
groenteboer te vinden is. Pogingen om de smaak te beschrijven, doen dan ook heel
exotisch aan: ze gaan van een mengeling van ananas, aardbei en banaan tot de
zoete verlokking van frambozen met room. De cherimoya (Annona cherimolia) kwam
oorspronkelijk alleen voor in de Andes in Zuid-Amerika, maar is al heel lang
bijna inheems aan de Costa Tropical, waar het nooit vriest, en op de Canarische
Eilanden. Deze groenige geschubde boomvrucht behoort tot de groep van de
tropische roomappels en wordt ook wel jamaica-appel genoemd. Onder de kwetsbare
schil zitten in het zoete vruchtvlees talrijke grote zwarte pitten schuil. Bijna
de totale opbrengst cherimoya’s, die in Andalusië op ca. 3350 ha geteeld en in
oktober geoogst wordt, blijft in het binnenland. In de omgeving van Motril maakt
men er een fruitige likeur van.
Kaki
In de wintermaanden hangen in Andalusië tot op 1000 m hoogte glanzende
kaki's aan de kale takken. De stralend oranje vruchten van de kakiboom zien
eruit als grote, iets verbleekte tomaten, maar zijn in feite zeer nauw verwant
aan de sharonfruit. De kakiboom is een ebbenhoutgewas dat uit China stamt. In
Spanje werd hij aanvankelijk als sierplant gekweekt in parken en tuinen. Pas
vijftig jaar geleden ontdekte men de culinaire kwaliteiten van de vruchten.
Tegenwoordig teelt men de kaki vooral in de kuststreken van de provincies
Granada en Valencia. De smaak doet denken aan abrikoos, perzik en peer.
Rozijnen uit Malaga
Rozijnen uit het bergachtige achterland van de provincie Málaga werden in de
18e eeuw al heel Europa verhandeld als verfijnde lekkernij. Tegenwoordig
produceren ruim 2400 kleine boeren in 35 dorpen jaarlijks 19 ca. 1,7 miljoen kg
pasas de Málaga met het keurmerk D.O. Meestal gebruikt men hiervoor druiven van
de soort moscatel de Alejandría. Na de pluk in augustus en september spreidt men
ze uit op speciale droogvlakten (paseros) op zuidelijke hellingen. De rijpste
druiven legt men aan de rand, want die drogen het snelst en zo kan men ze
gemakkelijker verzamelen. De drogende druiven moeten steeds weer met de hand
gekeerd worden. Als er regen of mist op komst is, legt men er dekzeilen
overheen. Het duurt tot december of januari voordat de druiven gelijkmatig
gedroogd en donker genoeg zijn. Van topkwaliteit zijn de bijzonder grote en
gelijkmatig gerijpte rozijnen, die als hele tros (racimo) op de markt komen. De
losse rozijnen zijn tweede kwaliteit. Ze worden niet van de steeltjes geplukt,
maar voorzichtig afgeknipt, met een speciale schaar, zodat ze niet beschadigd
raken. De beste, met de hand uitgezochte rozijnen worden stuk voor stuk in
kratjes van populierenhout gelegd en met papier afgedekt en w komt de kostbare
waar in de handel.
Sherry
▲
"Als ik duizend zonen had, zou ik hen voorhouden, als het hoogste menselijk
gebod, waterige dranken af te zweren en zich te laven aan sherry?', dweept
ridder Falstaff in Shakespeares tragedie Hendrik IV Al drieduizend jaar worden
er in het westen van Andalusië druiven verbouwd, maar sherry is waarschijnlijk
pas in de 13e of de 14e eeuw uitgevonden. In die tijd ontdekten Andalusische
zeelieden op hun reizen dat wijn lang goed bleef als er wijngeest aan toegevoegd
was. Zo ontstond de oervorm van sherry. In 1587 deed Sir Francis Drake een inval
in Cádiz, waarbij hij 2900 vaten sherry meegenomen zou hebben, die in de haven
opgeslagen lagen en voor de Spaanse armada bestemd waren. Van toen af aan
verscheepten Britse zeelieden regelmatig sherry uit Jerez de la Frontera naar
hun land, waar de drank populair werd. De Arabische naam Xeris, uitgesproken als
sjeriesj voor de stad Jerez werd door de Engelsen verbasterd tot sherry.
Deze benaming is tegenwoordig gereserveerd voor wijn uit de 'gouden driehoek die
de steden Jerez de la Frontera, Sanlúcar de Barrameda en El Puerto de Santa
Maria in de provincie Cádiz vormen. De druiven groeien opwitte krijtgronden
(albarizas), die elke druppel water in deze regenarme streek opzuigen. Op 94%
van de grond teelt men de druif palomino fino, die bij uitstek geschikt is voor
de bereiding van sherry, en voor de rest pedro ximénez en moscatel, die de
wijnen zoeter moeten maken.
Allereerst laat men de most van de palomino-druiven gisten tot een droge witte
wijn. Deze wordt met wijngeest op een alcoholgehalte van 15 á 16% gebracht en in
eikenhouten vaten gedaan, die men voor tweederde vult, zodat de vochtige en
zuurstofrijke lucht van de Atlantische Oceaan erin door kan dringen. Het eerste
jaar brengt de wijn door in de koelte van de bodega. De grof gevlochten matten
van espartogras voor de ramen laten weinig licht door, maar de zeewind heeft
vrij spel. Onder deze omstandigheden vormt zich op de jonge wijn al na een paar
weken een witte laag gistschimmel, de zogenaamde flor (bloem). Na zes tot tien
maanden proeft de keldermeester de wijn voor het eerst om te zien hoe hij zich
ontwikkelt. Met zijn venencia, een smalle zilveren beker aan een lange stok,
neemt hij uit elk vat wat wijn, die hij test op kleur, helderheid, geur en
smaak. Vooral de hoedanigheid van de wattige schimmellaag bepaalt de toekomst
van de Wijnen. De keldermeester noteert zijn bevindingen met krijtstrepen op het
vat. Wijnen met een bijzonder mooie flor zijn bestemd voor fino. De laag
schimmel groeit aan en voorkomt oxidatie van de wijn. Bovendien ontleent dit
type sherry zijn kenmerkende kruidigheid en zijn vleugje bittere amandelen aan
de schimmel. Wijnen zonder flor worden opgevoed tot oloroso. Men voegt er
opnieuw wijngeest aan toe, zodat ze 18 tot 20 % alcohol krijgen. De gistcellen
gaan dood en de wijn rijpt door in verbinding met zuurstof uit de lucht.
Langzamerhand wordt hij donkerder, geuriger en voller. Een amontillado komt
voort uit een rijpende fino waarvan de schimmellaag is afgestorven, zodat de
wijn zich verder onder invloed van lucht ontwikkelt. Voor een zoete sherry voegt
men aan een oloroso of een amontillado zoete, van pedro ximénez of moscatel
gemaakte wijn toe.
Typerend voor alle traditionele sherry’s is het jarenlange verouderingsproces,
solera genaamd. Het solera-systeem bestaat uit minstens drie rijen op elkaar
gestapelde vaten. De vaten met de oudste wijnen, de soleras (van suelo, 'vloer')
liggen onderop. Hieruit haalt de keldermeester om de zoveel tijd een bepaalde
hoeveelheid wijn. Deze wordt vervangen door dezelfde hoeveelheid uit de volgende
criadera-laag, die weer wordt aangevuld met wijn uit de laag daarboven. Dit gaat
zo door tot de vaten in de bovenste laag weer met jonge wijn gevuld zijn. In de
loop der jaren verhuist de sherry in stapjes van boven naar beneden. Ondertussen
rijpt de wijn, doordat jongere sherry steeds weer een 'huwelijle aangaat met
oudere. Sherry moet minstens drie jaar rijpen, maar in de meeste bodega’s laat
men hem veel langer liggen. Bij heel fijne, oude sherry staat de jaargang van de
oorspronkelijke wijn op het etiket. Zo kunt u een sherry voorgezet krijgen
waarvan de solera halverwege de 19&,eeuw is begonnen. Enkele druppels van het
edele vocht zijn dan wel 150 jaar gerijpt.
Soorten sherry
▲
Fino
Deze lichte, goudgele, droge sherry heeft een iets bitter aroma, dat bepaald
is door de vorming van de schimmellaag op de wijn in het vat. Kenmerkend is het
vleugje amandel. Het alcohol- gehalte is 15,5 tot 17%. Fino is een klassiek
aperitief, dat de laatste tijd ook in een lichte variant, met 15% alcohol, in de
handel is. In Andalusië drinkt men fino ook bij het eten.
Manzanilia
Deze lichte, zeer droge fino mag alleen uit Sanlúcar de Barrameda komen.
Door het bijzondere microklimaat aan de Atlantische kust 'bloeit' de
schimmellaag, die de wijn behoedt voor oxidatie en hem een zeer kruidig aroma
verleent, het hele jaar door (in Jerez de la Frontera alleen in de lente en de
herfst). Zo krijgt manzanilla zijn droge, bittere kruidigheid en zijn zilte geur
en smaak.
Amontillado
Als fino lang genoeg rijpt, sterft de gistschimmel. De wijn oxideert en
wordt donkerder en geuriger. Amontillado heeft een alcoholgehalte van 16 tot 18%
en is droog of halfdroog. Behalve het krachtige bouquet, dat aan noten doet
denken, is een bittere toets kenmerkend.
Oloroso
Deze sherry is door de inwerking van zuurstof uit de lucht geoxideerd en
heeft nooit flor gehad. Hij is donker en vol, met een weelderig aroma van noten
en vaak wat restsuikers. Hij is droog of halfdroog en bevat 18% tot 20% alcohol.
Pale Cream
Hieronder verstaat men een fino van palomino-druiven, die versterkt is met
geconcentreerd druivensap, waardoor hij de kenmerkende zoete smaak heeft
gekregen.
Cream
Deze sherry ontstaat door vermenging van oloroso met zoete wijn van pedro
ximénez. Hij is zoet, geurig en donker, met een mahonieglans.
Palo Cortado
Deze in geringe hoeveelheden geproduceerde sherry houdt het midden tussen
amontillado en oloroso. Hij rijpt zonder flor, is donker van kleur en bevat 18%
tot 20% alcohol.
Pedro Yiménez
Deze fluwelige zoete wijn met de donkere kleur van mahoniehout en een aroma
van rozijnen bevat 17% alcohol.
Hemelse verlokkingen
Enkele kloosterorden hebben hun zoete geneugten uitgerekend aan moslims te
danken. 'De Moren brachten de kunst van de bereiding van zoetigheid naar Spanje.
Ook de zondige Wijn speelde een rol in de geschiedenis van de lekkernijen uit de
kloosters. Voor het klaren van sherry en rode wijn werd vroeger namelijk geklopt
eiwit gebruikt. De dooiers die overbleven, gingen als aalmoes naar de kloosters,
en de nonnen maakten er zoetigheid van voor de verkoop of als dankbetuiging aan
gulle gevers. Toen dergelijke begunstigers steeds zeldzamer werden, pakten de
kloosters het anders aan: ze begonnen de zoetwaren direct te verkopen om in hun
levensonderhoud te voorzien.
In het klooster San Leandro in Sevilia leven nog twaalf augustijner nonnen. Ze
produceren de beroemde yemas, de verrukkelijke eierkoekjes, waarvan het
recept uit de 15e eeuw stamt en die in principe nog precies zo worden gemaakt
als in de Middeleeuwen. De enige vernieuwing in de bakkerij van het klooster is
een mengmachine en een speciaal apparaat dat het eiwit scheidt van de dooier.
De nonnen van Santa Inés bakken luchtige balletjes van meel, suiker en
sesampoeder (bollitos de Santa Inés), gebakjes met suiker, anijs en een
vleugje olijfolie (tortas de aceite), gevulde koekjes (cortadillos) met
sukade en pompoen- of appeljam en zandtaartjes en koekjes van reuzel met chocola
of amandelen (polvorones en mantecados).
In het klooster Santa Paula verkopen de nonnen in een winkel op de binnenplaats
naast met pompoenmoes gevuld gebak (cabello de ángel) heerlijke
marmelades van perzik, kweepeer, sinaasappel en heel bijzonder tomaat.
Ook in de provincie, in het klooster Santa Clara in Alcalá de Guadaira
bijvoorbeeld en in Bormujos, Lebrija, Marchena en Morón de la Frontera, verkopen
kloosterlingen zelfgemaakte zoetigheid. Bij sommige orden mogen de nonnen zich
nog steeds niet aan hun bezoekers vertonen. Hier opent belgerinkel de weg naar
het zoete paradijs. Achter een houten draaideur, de torno, klinkt een
vrouwenstem, die de klant vraagt wat hij wenst. Deze geeft zijn bestelling op en
legt het geld, gepast graag, op de houten plaat in de draaideur. Daarna draait
de onzichtbare van binnenuit de torno. De klant neemt de waar in ontvangst en
aan de andere kant incasseert de non het geld. Dorpsbewoners groet ze soms met
een zacht "Deo gratias", waarop zij 'Ave Maria purísima' zeggen.
Aanbevolen
*
Het boek Andalusië met tekst van Éliane Faure en
foto's van o.a. Christian Sappa. Hoa Qui is het fotoagentschap. Uitgave van
Librero b.v., Hedel. Foto's uit dit boek zijn in deze site aangeduid met de naam
"Hoa Qui".
* Voor wie echt alles over over
Spaanse specialiteiten wil weten: CULINARIA ESPAÑA,
Könemann. Geeft warenkennis, achtergrondinformatie, wetenswaardigheden en
220 recepten. Voor veel van de hier gegeven informatie is dit boek de
bron! Van Uitgeverij Könemann is ons geen URL,
WAP of EMAIL bekend
O.T.S.T.A.
/ Turismo Andaluz, S.A.
Ctra. Nal 340,km 189.6 - Marbella Es..
Tel.: +34.95.283.87.85 - Fax: +34.95.283.63.69..
E.mail: otsta@turismo-andaluz.com
Een uitstekende kaart is: Mapa Turístico de Andalucía.
Oficina de Turismo
▲
Paseo de la Castellana, 15-2 Edrcha. - 28046 Madrid. -
Tel.: +34.913.080.440. Fax: +34.913.080.427. -
E-mail: info@andalucia.org
** Voor geheel Spanje kunt u goed uw accommodatie
boeken via
Hotels/Appartementen/Spanje. U betaalt in het hotel! Let ook op de
beoordelingen door gasten die de hotels bezochten! U kunt de ligging van de
hotels via Google Earth bekijken!
** Waarom kiezen voor
Booking?
** Zie hier
voor lettertype, grootte en hoe de leesbaarheid te verbeteren.
** Zie
hier voor: "Hoe maak ik
een printversie van de pagina"?
** Het zoekveld is
vernieuwd! U kunt nu aangepast zoeken op "Stedentips".
** Uw "Tablet-pc"
en Stedentips
voor Trips, een ideale combinatie!
▲
-
|