|
REGIO ARAGON, terug naar
overzicht Regio Aragon
Geschiedenis
900–1200
Van een zelfstandig vorstendom Aragón was vrijwel geen sprake voordat
Sancho Garcia I, koning van Navarra 905–925, dit gebied door huwelijk
verwierf. Het ontleent zijn naam aan de bergstroom, waarvan het dal zijn
eerste kern werd. Het graafschap Aragón verwierf geleidelijk een zekere
autonomie ten opzichte van Navarra, en toen de beroemdste van de
vroegmiddeleeuwse vorsten van dit land, Sancho Garcia III, ca. 1000–1035,
overleed, werd zijn derde zoon, Ramiro, de eerste koning van Aragón.
Een eeuw lang bleef het nieuwe koninkrijk een arm en weinig bevolkt
staatje. Eerst in het begin der 12de eeuw dreef de Reconquista de
mohammedanen voldoende naar het zuiden terug. Na de inneming van
Zaragoza (1118) beschikte het althans over één voorname stad. Dit was
het werk van Alfons I, die van daaruit het hele midden-Ebrogebied onder
zijn controle wist te stellen. Het land werd opnieuw bevolkt met
christenen, ten dele Mozaraben, die Alfons uit de islamitische gebieden
ging bevrijden en naar het noorden met zich terugvoerde. Ook ten noorden
van de Pyreneeën liet Alfons zijn invloed gelden; de graaf van Béarn
was zijn leenman.
1200–1400
De voornaamste Aragonese koning van de 13de eeuw was Jacobus I, 1213–1276.
Van 1229 tot 1235 veroverde hij op de islamieten twee eilanden van de
Balearen, Mallorca en Ibiza, terwijl Menorca een Aragonees protectoraat
werd. Tussen 1232 en 1245 onderwierp hij ook het islamitische koninkrijk
Valencia, zodat Aragón nu bijna geheel Oost-Spanje beheerste. Na 1258
bezat Aragón ten noorden van de Pyreneeën nog alleen het graafschap
Rousillon, de rest had het aan Frankrijk moeten afstaan.
1400–1900
In het begin der 15de eeuw heerste in Aragón een verwoede
opvolgingsstrijd. De nieuwe dynastie die aan het bewind kwam, was van
Castiliaanse oorsprong. De tweede vorst van dit Huis, Alfons V,
slaagde erin zich in 1442 meester te maken van het koninkrijk Napels, en
alhoewel ook daar later een zijtak regeerde, bereidde zulks toch de
lange overheersing van Zuid-Italië door de Spanjaarden voor. De neef
van Alfons, Ferdinand II, trad in 1469 in het huwelijk met Isabella van
Castilië, wat de eenmaking van Spanje voorbereidde en een einde maakte
aan de politieke onafhankelijkheid van Aragón, dat overigens zoals de
andere staten, in het kader van de nieuwe monarchie zijn eigen
instellingen behield en meer dan eens blijk gaf van
onafhankelijkheidsneigingen. Omwille van de opstand die tijdens de
Spaanse Successieoorlog in Aragón uitgebroken was, schafte Filips V de
privileges af. In 1833 hield Aragón op te bestaan als bestuurlijke
eenheid. Het werd toen verdeeld in de nu nog bestaande drie provincies
Huesca, Zaragoza en Teruel.
Het erfgoed op
kunstgebied
▲
Aragon is als het ware een levend en bedrijvig openluchtmuseum. Langs de
rivierbeddingen, onder en op de heuvels liggen talrijke archeologische
vindplaatsen uit de tijd vóór de Romeinen. In de streek Bajo Aragón en
de rivier de Vero bevinden zich ook rotstekeningen.
Uit de Romeinse tijd stammen de praalgraven van Fabara, Caspe en
Chiprana of die van Sádaba en Sofuentes. Prachtige voorbeelden van
Romeinse kunst kan men vinden in de stad Bi/bi/is niet ver van Calatayud,
in Celsa met een speciaal Museum bij Velilla de Ebro, evenals in Los
Banales op de weg naar Uncastillo.
Het mooiste voorbeeld van mohammedaanse kunst is het Kasteel-Paleis La
Aljaferfa van Zaragoza. In dit recent gerestaureerde bouwwerk is het
Parlement van Aragon gevestigd; een bezoek hieraan is zeer de moeite
waard. Calatayud is met vijf kastelen en lange stadswallen het oudste
vestingstadje van Spanje (IXe eeuw).
De Romaanse periode (Xle-XllIe eeuw) komt bij uitstek naar voren
in de streek Alto Aragon en in Huesca zijn talrijke monumenten in
Romaanse stijl te bewonderen.
Langs de Route van Santiago, die tegelijkertijd met het Koninkrijk
Aragon tot bloei kwam, zijn vele bouwwerken uit deze periode te zien:
kathedralen, kloosters, kapellen, kerken, kastelen ... Heel Huesca is
een lofzang op de Romaanse kunst. In de provincie Zaragoza kan de
reiziger in het gewest Cinco Villas enige hoogtepunten uit die tijd
bezoeken. In Uncastillo is het Studiecentrum voor Romaanse Kunst
gevestigd.
Cisterciënzer kunst (XIIe-XIIIe eeuw) vindt men in de kloosters
van Veruela, Piedra en Rueda, enkele van de belangrijkste toeristische
attracties van Aragon. Prachtige voorbeelden van gotische kunst zijn de
Kathedraal van Huesca, Tarazona en
La Seo van Zaragoza, recent gerestaureerd, alsmede de kerken van de
streek Bajo Aragón.
De volksbouwkunst is rijk gevarieerd met heel verschillende bouwwerken
in de bergen in vergelijking met die in de dalen. De meest bijzondere
kunstuiting van Aragon is echter de mudejarstijl (XIIe-XIVe
eeuw), een ode aan de baksteen en de Arabische verbeeldingskracht, tot
uitdrukking gebracht door na de herovering achtergebleven Arabieren,
mudéjares genoemd, die gebruik maakten van bouwtechnieken van de
thristelijke veroveraars.
De dorpen in het dal van de rivieren Jiloca en Jalón vormen met hun
prachtige kerken tezamen een rozenkrans van mudejarkunstwerken. Teruel
is een ware mudejarstad en de torens zijn door de UNESCO tot
Werelderfgoed verklaard.
De renaissancekunst heeft een buitengewone stimulans betekend
voor de civiele bouwkunst van Aragon. Naast La Lonja van Zaragoza zijn
er talrijke paleizen van rijke families die in de XVIe eeuw naar de
hoofdstad kwamen. Vele daarvan zijn tegenwoordig in gebruik als museum;
in het bijzonder de Gemeentehuizen in de streken Moncayo en Bajo Aragón
zijn zeer de moeite waard.
De XVIIe- en XVIIIe-eeuwse baroken neoklassieke stijl is terug
te vinden in vele kerken en ook in enkele burgerlijke en bisschoppelijke
paleizen.
De basiliek van EI Pilar in Zaragoza en talrijke altaarstukken in de
hele streek getuigen van de schitterende Aragonese barokstijl. Van het
modernisme en historisme zijn prachtige voorbeelden te zien in Teruel en
bij openbare gebouwen in Zaragoza (Heelkundefaculteit, Provinciaal
Museum, Slachthuis, Markt). Ook de hedendaagse architectuur is bijzonder
genoeg om bij het erfgoed gevoegd te kunnen worden, zoals bijvoorbeeld
de concertzalen, tentoonstellingsruimten en sportpaviljoenen. Er wordt
veel tijd en aandacht besteed aan restauratiewerkzaam heden.
Het erfgoed op natuurgebied
▲
Aragon beschikt over een buitengewoon gevarieerd prachtig landschap. In
de Pyreneeën bevinden zich in de zone van de valleien van Ansó en Hecho
enorme bossen met Atlantische invloeden en een rijke fauna; het uit de
ijstijd daterende Dal van Tena met het kuuroord Panticosa; het Nationaal
Park van Ordesa y Monte Perdido dat reeds in 1918 uitgeroepen werd tot
beschermd gebied vanwege de bijzondere natuur; en de PosettsMaladeta
zone met de hoogste toppen van de Pyreneeën en de zuidelijkste
permanente gletchers van Europa. In het Pyrenees laaggebergte het
Natuurgebied van Landelijk Belang San Juan de la Pena en de beroemde
Mallos de Riglos, spectaculaire formaties als gevolg van
erosieprocessen; in de Sierra de Guara diepe ravijnen, steile rotswanden
en diep uitgesleten bergengtes en in La Ribagorza de kloven en het
Massief van Turbón.
De Moncayo, de hoogste berg van de Cordillera Ibérica, is eveneens een
Natuurpark met een rijke flora en fauna. In de bergen van Teruel
Albarracin en Montes Universales met hoogvlaktes en afgeplatte heuvels
waar de rivier de Taag ontspringt tussen het weelderig gebladerte;
Javalambre, Sierra de Gûdar met mooie dennenbossen en veel verschillende
soorten bomen; EI Maestrazgo met het Cultuurpark van Molinos en de
bijzondere Kristalgrotten en de Bergpassen van Beceite met het landschap
van EI Parrisal vormen de belangrijkste natuurgebieden in de Aragonese
bergen, die vaak over bezoekerscentra beschikken.
In de dalen zijn de rivieren Mesa en Piedra dichtbij Nuévalos
noemenswaardig, evenals in de Ebro Los Galachos de Juslibol, het
Natuurreservaat van Galachos de Pastriz en het breed uitwaaierende
stuwmeer
Mar de Aragón. Een waar spektakel vormen de watervogels bij La Estanca
de Alcaniz, het stuwmeer van La Sotonera en vooral bij de Lagune van
Gallocanta, die duidelijk staan aangegeven op wegenkaarten en
routebeschrijvingen.
Jaca
▲
terug naar
Regio Aragon
Ligt in de provincie Huesca, op 820 m hoogte in de zuidelijke
uitlopers van de Pyreneeën.
Ter plaatse is een dependance van de Universiteit van Zaragoza. Er is
een zetel van een rooms-katholiek bisschop. Middeleeuws stadscentrum
heeft een in oorsprong Romaanse, 11de eeuw, kathedraal, die later in
mudéjarstijl werd veranderd. In het interieur zijn Romaanse fresco's en
plateresco-decoraties. De imposante citadel is uit de 16de eeuw.
De stad, voorheen bekend als Iacca, was destijds een van de weinige
Spaanse steden die geen langdurige Moorse bezetting hebben gekend. Ze
werd in 1035 hoofdstad van het koninkrijk Aragon. De militaire opstand
te Jaca was in 1931 de aanleiding tot de vorming van de Tweede Spaanse
Republiek, 1931–1939.
|