|
ROUTE naar LIÉBANA
en PICOS de EUROPA,
naar overzicht Cantabria
Liébana
en Picos de Europa
We beginnen de route in Unquera, aan de noordwestkant van
Cantabrië, over de N-621, door de nauwe Desfiladero de la
Hermida, die negentien kilometerlang tussen verticale wanden
langs de slingerende bedding van de Deva loopt. Van uit deze
kloof kunnen we een stijlen moeizaam wandelpad nemen naar
Tresviso, waar ambachtelijk een oude scherpe kaas wordt
gemaakt met een eigen certificaat van oorsprong. Aan het
einde van de kloof komen we bij Lebeña, waarvan de
l0de-eeuwse kerk van Santa Maria het beste toonbeeld vormt
van de mozarabische architectuur van Cantabrië. De
beslotenheid van deze plek, net iets buiten het dorp, wordt
nog benadrukt door de lommerrijke begroeiing rond het
kerkje. Terug op de weg gaan we naar Potes, de
streekhoofdstad van Liébana en het geografisch en
commercieel centrum van de vijf omliggende valleien. Het
pittoreske binnenstadje herbergt twee belangrijke
15de-eeuwse torens, de Torre del Infantado en de Torre de
Oregón de la
Lama. Het stadje is ook bekend als de stad van de bruggen.
Sinds mensenheugenis is het er elke maandag marktdag, wat
een ideale gelegenheid is om de zeer geapprecieerde
streekproducten te kopen: kleine kaasjes, orujo
(brandewijn), honing, té del puerto (theesoort),
kikkererwten en worsten. Vervolgens voert deze route ons
naar de Vallei van Cameleño met het klooster van Santo
Toribio. Waarschijnlijk gesticht rond de 6de eeuw,
bereikte het grote faam in de 9de eeuw dankzij de
aanwezigheid van Beato de Liébana, auteur van de Commentaren
op de Apocalyps, een meesterwerk onder de middeleeuwse
miniaturen. Het interessantste van het geheel is de kerk; de
huidige gotische architectuur is waarschijnlijk over de
ruines van de eerste tempel gebouwd. Het geheel werd begin
18de eeuw voltooid met de bouw van de barokke kapel ter
bewaring van het Lignum Crucis, het grootste bewaarde
stuk van het kruis van Christus; volgens de overlevering
werd dit hier gebracht door de Heilige Toribio, bisschop van
Astorga. Het Klooster van Santo Toribio is naast de Weg naar
Santiago een van de vier plaatsen op de wereld waar men
volle aflaat kan krijgen (als de' feestdag van de heilige
-16 april- op een zondag valt); rond het klooster bevindt
zich een van de meest bijzondere kluizenaarsoorden van heel
Spanje. langs de route worden we voortdurend verrast door
kleine en pittoreske dorpjes die hoog tegen de
indrukwekkende hellingen van het oostelijk massief van de
Picos de Europa hangen, als Argüebanes, Brez, Tanarrio
of Mogrovejo, waarvan het silhouet zich onderscheidt door de
ranke middeleeuwse toren tegen de achtergrond van het
hooggebergte. Het zijn allemaal in een droomlandschap
verzonken, betoverende landelijke gehuchtjes waar men kan
genieten van het typische streekgerecht: de cocido
lebaniego. Aan het einde van de weg komen we bij
Fuente Dé, met het monumentale hotel Parador de
Turismo, en een kabelbaan die ons omhoog voert naar het
centraal massief van de Picos de Europa. Bovenaan is het
vergezicht onbeschrijfelijk. Andere excursies door de rest
van de valleien van Liébana voeren ons naar Piasca,
met zijn Romaanse Mariakapel (1174), of naar Llesba, bij de
pas van San Glorio, vanwaar men een spectaculair uitzicht
heeft over het Cantabrisch Gebergte.
DE ZONE VAN SAJA-NANSA,
naar overzicht Cantabria ▲
De rivierdalen van de Saja en de Nansa begrenzen de
centralewestelijke zone van Cantabrië. Vertrekkende over de
N-634 vanuit Cabezón de la Sal, waar begin augustus
de Dag van Cantabrië wordt gevierd, komen we bij
Ruente, met de geologisch gezien interessante
Fuentona. Dan: Valle, de hoofdstad van Cabuérniga
met een kruising van wegen. Naar rechts slaan we af naar
Carmona, Tudanca enPolaciones waarheen we onze route delen
met de Nansa
terwijl we, als we rechtdoor gaan, stroomopwaarts langs de
Saja trekken. Als we het hebben over het rivierdal en de
valleien van deze laatstgenoemde rivier dan hebben we het
over eiken-, beuken- en hulstbossen, het Nationaal
Jachtreservaat - het grootste van Spanje - en het
natuurreservaat parque Natural Saja-Besaya; ware ecologische
paradijzen met het meest representatieve van de Cantabrische
flora en fauna. Langs deze routes komen we, via unieke
dorpjes met uitmuntende, rurale architecturen, bij het
cultuurhistorisch geheel van Bárcena Mayor, waar de tijd
lijkt te hebben stilgestaan. In de hele vallei van Cabuérniga verdient het aanbeveling kennis te maken met het
meest typische regionale gerecht: de cocido montañés.
Als we vanuit Valle rechts afslaan komen we bij een even
opmerkelijk geheel van volksarchitectuur:
Carmona.
Tussen de huizen valt het paleis op van Rubin de Celis,
tegenwoordig een pittoresk hotel. In Carmona is nog het oude
ambacht bewaard gebleven van de klompenmakerij, met de
vervaardiging van de albarcas, een typische lokale
klomp die hier nog steeds gebruikt wordt. Onze route voert
dicht langs San Sebastián de Garabandal, een plaatsje dat
halfweg deze eeuw plotseling beroemd werd vanwege de
vermeende verschijning van de Heilige Maagd voor een paar
meisjes. Het tegen de berghelling gebouwde Tudanca
bewaart nog het statige huis van de grote humanist en
schrijver José Maria de Cossio (opengesteld voor het
publiek). Bij het stuwmeer van La Cohilla komen we in de
vallei van de Polaciones, met magnifieke voorbeelden van
plaatselijke bouwkunst (Puente, Pumar, Uznayo,
Lombraña ... ) en met diepgewortelde muzikale tradities.
HET RIVIERDAL VAN
DE BESAYA, naar overzicht
Cantabria ▲
De Besaya ontspringt in de buurt van Reinosa en komt samen
met de Saja uit in de delta van Suances. Zijn loop
doorkruist het centrum van de regio en is een voortdurende
opeenvolging van scherpe bochten en brede valleien; sinds de
Romeinse tijd was het de voornaamste toegangsweg tot de
Castiliaanse Meseta. Vanuit Torrelavega, met het
monumentaal geheel van Viérnoles, bestaande uit paleizen en
herenhuizen uit de 18de tot de 20ste eeuw, en met de
Nationale Veemarkt, komen we in Cartes bij de eerste
dorpskern; we vinden hier een uitstekend toonbeeld van
civiele berglandarchitecturen uit de 17de en 18de eeuw,
waaronder vooral opvallen de twee met een boog verbonden
torens die het symbool vormden van de middeleeuwse macht van
het geslacht Manrique. Zowel Cartes als het naburige
Riocorvo zijn verklaard tot cultuurhistorische
stadsgezichten. Vlakbij de laatste verrijst de kerk van
Santa Maria de Yermo, een prachtig toonbeeld van Romaanse
bouwkunst. Wat verder op de route komen we bij Las Caldas,
met zijn kuuroord en een midden zeventiende-eeuws klooster
dat een opmerkelijk en veel aanbeden altaarstuk herbergt.
Als we verder trekken langs de Besaya door de vallei van
BueÎna komen we langs het magnifieke, gigantische monument
van Barros (Cantabrisch grafmonument) en de toren van
admiraal Pero Niño. Dicht daarbij toont Bostronizo
ons een bezienswaardig geheel van 18deeeuwse landhuizen en
een prachtige mozarabische kapel tussen de bomen. In Las
Fraguas verreist op een prachtig landgoed het luxueuze
Palacio de Hornillo, gebouwd in Engelse stijl, alsmede de
bijzondere, neoklassieke kerk van San Jorge. Arenas de
Igufia en de hele verdere vallei (vooral Silió) is een
etnografisch referentiepunt, met traditionele uitingen als
de marzas (liederen ter viering van de komst van de lente)
en feesten als de
Vijanera (gemaskerd feest op de eerste dag van het jaar).
Tussen Pie de Concha en Somaconcha ligt nog een goed
aangeduid stuk (een kleine 5 km) van de oude Romeinse weg
die de nederzetting van Julióbriga (in Campoo) verbond met
Portus Blendium (Suances).
CAMPOO EN VALDERREDIBLE,
naar overzicht Cantabria ▲
Het volgende grote gewest is het meest zuidelijke van
Cantabrië. Het bezit een rijk en vruchtbaar akkergebied dat
wordt bevloeid door de Ebro, die vlak na te zijn ontsproten
haar wateren verzamelt in een uitgestrekt stuwmeer; het
klimaat en de vegetatie verschillen sterk van de rest van de
regio. Het landschap is niet al te oneffen, behalve bij de
toppen van Alto Campoo, waar het wintersportgebied ligt.
De route over de N-611 vangt aan bij Reinosa, de
grootste stadskern en streekhoofdstad. De oorspronkelijke
middeleeuwse vesting zou zich al vroeg ontwikkelen dankzij
de strategische ligging aan de weg naar de Meseta, We vinden
er een interessant geheel van architecturen in natuursteen
uit de 16de en 17 de eeuw. Een erg populaire lekkernij in
Reinosa is de "pantortilla", van zoet bladerdeeg. De
weg naar het wintersportgebied van Alto Campoo voert ons
naar de bronnen van de Ebro, in Fontibre (aan de voet
van de weg), en naar het Kasteel van Argüeso, een
middeleeuws fort, gevormd door twee torens verbonden door
een centraal lichaam. In Espinilla vinden we een
aantal grafzuilen, en in Proaño een prachtige toren,
terwijl in Abiada een curieus volksfeest wordt
gevierd: Los campanos, waar versierde koeien worden
geshowd, met hun karakteristieke koebellen,
De bruine beer, in uitstervingsgevaar, snuffelt nog rond in
de omgeving van Mazandrero onderweg naar de bergen
van Peña Labra. Terug in Reinosa gaan we langs het stuwmeer
naar Bolmir en Retortillo; deze twee plaatsjes
vormen de kern van wat de voornaamste Romeinse nederzetting
was van Cantabrië, Julióbriga, waar nog enkele ruïnes
bewaard zijn gebleven. In Cervatos kunnen we de
collegiale kerk van San Pedro bezichtigen, 12de eeuws,
Romaans, gebouwd op een oud klooster. Ook in Arroyo, aan de
voet van het stuwmeer, staat een kerk in Romaanse stijl,
maar het centrum van devotie in deze streek is het
Monasterio de Montesclaros, een eenzame plek in een zeer
mooie omgeving. Nabij Polientes, hoofdstad van
Valderrible, zijn enkele Romeinse vindplaatsen (Santa Maria
de Hito) en een groot aantal Romaanse monumenten te zien,
waarvan het belangrijkste de collegiale kerk van San Martin
de Elines is, alsmede een enkel verdedigingsbolwerk als de
Toren
van Ruerrero. Maar het meest kenmerkende van deze streek
zijn de primitieve in de rots uitgehouwen grotkapelletjes
die een beeld bieden van het laatmiddeleeuwse, christelijke
Cantabrië; de beste voorbeelden zijn te vinden in Cadalso,
Arroyuelos, Santa Maria de Valverde en Campo de Ebro.
DE
OOSTKUST, naar overzicht
Cantabria ▲
De oostelijke kust van Cantabrië strekt zich uit tussen de
baai van Santander en de stad Castro Urdiales, op de grens
met Baskenland. Dit stuk van de kust biedt een
aaneenschakeling van kliffen, waardevolle getijden
landschappen en magnifieke stranden. Vertrekkende vanuit
Santander komen we bij Pedreña, waar een koninklijke
golfclub is gevestigd, en waar men kan genieten van de
heerlijke amayuelas, zeer fijne mosseltjes, exquisiet
van smaak. Pedreria is via een brug verbonden met het eerste
grote zandgebied van de kust: El Puntal de Somo (met
tal van keramiekwerkplaatsen) en Loredo, met meer dan
4 kilometer prachtig zandstrand, waar elk jaar in de zomer
zeer spectaculaire paardenrennen worden gehouden. Van Loredo
naar Cabo de Ajo wordt de kust meer onherbergzaam maar toch
zijn er nog prachtige stranden als dat van Langre en
Galizano of, reeds bij Ajo, Antuerta en Cuberris. De
volgende kustplaatsjes zijn het bij uitstek toeristische
Isla en Noja in het eerste zijn vooral de
gerechten op basis van schaal- en schelpdieren (vooral
langoest en zeekreeft) erg gewaardeerd; ten aanzien van de
architectuur verdienen de aandacht drie prachtige torens en
het paleis van de graaf van Isla, gebouwd in de
17de eeuw. Noja heeft vier ruime stranden die de hoge
bezettingsgraad van de stad kunnen opvangen: Ris, Joyel,
Noja en Trengandin. Van Noja gescheiden door de punt van El
Brusco die toegang geeft tot het strand van Berria, ligt
Santoña, een havenstadje bij uitstek. Hier is een enorme
conservenindustrie gevestigd (de belangrijkste van Spanje,
goed voor 80% van de nationale productie), gericht op de
tonijn en ansjovisvangst. Het belangrijkste monument hier is
de Romaanse kerk van Santa Maria del Puerto, uit de 14de
eeuw; karakteristiek zijn ook de militaire fortificaties die
vanaf boven op de berg Buciero waakten over de begeerde en
strategisch gelegen havenbaai waaraan de bakermat lag van de
illustere zeeman Juan de la Cosa, de reder van de Nao Santa
Maria van Columbus. Laredo, de hoofdstad van de 'Costa
Esmeralda', de kust van smaragd, gesitueerd tegenover de
kade van Santoña, bezit een van de mooiste en meest
uitgestrekte stranden van de regio: La Salvé; een immense
zandvlakte van vijf kilometer waaromheen zich een krachtige
toeristenindustrie heeft ontwikkeld. De oude binnenstad, de
'Puebla Vieja', heeft een regelmatig stratenpatroon,
bekroond door de parochiekerk van Santa Maria, gotisch van
ontwerp en met een magnifiek Vlaams altaarstuk. Het meest
bekende en populaire feest, de bloemenstrijd, wordt gevierd
aan het einde van de zomer en biedt een waar spektakel van
licht en kleuren. Castro Urdiales, de oude Romeinse
havenstad Flaviobriga, bewaart nog de elegante air van de
vorige eeuwwisseling toen het een zomerbestemming werd voor
de gegoede burgerij van het naburige Baskenland. De
belangrijkste monumenten hier, van verschillende stijlen en
tijden en met zeer rijke ornamentiek, steken sterk af tegen
de sobere zeemansstijl van het betoverende oude
binnenstadje. Het meest representatieve stadsgezicht van
Castro Urdiales wordt geboden door het architectonisch
geheel van de kerk van Santa Maria (belangrijkste toonbeeld
van Cantabrische gotiek) met het kasteel annex vuurtoren,
welke vanuit elk punt van het stadje te zien zijn. De
taveernes en restaurants aan de haven zijn de plaatsen waar
men op het Andreusfeest, zoals de lokale traditie gebiedt,
slakken en zeebrasem komt eten; de rest van het jaar biedt
de kaart uitstekende traditionele gerechten. De meest
populaire feesten, officieel van regionaal toeristisch
belang verklaard, zijn de Coso Blanco en La Pasión Viviente.
Het eerste wordt elke eerste vrijdag van juli gevierd en
bestaat uit een massale, nachtelijke optocht van door de
lokale ambachtslui opgetuigde praalwagens; het tweede draait
rond een enscenering van Goede Vrijdag die door de straten
van de stad trekt.
DE VALLEIEN VAN PAS,
naar overzicht Cantabria, ▲
De streek van Pas heeft zonder twijfel het meest markante
karakter van heel Cantabrië en hier bestaan nog vanuit
etnografisch oogpunt zeer interessante traditionele
leefwijzen voort. Het geografisch isolement, te wijten aan
het sterke reliëf van dit groene landschap, afgelegen van de
belangrijkste verbindingswegen, het extreem vochtige klimaat
(met de meeste regenval van Cantabrië), alsmede het
historische belang van de veeteelt gaven aanleiding tot een
heel eigen vorm van nomadenbestaan: de muda. Dit bestaat uit
het van hut naar hut trekken, met de complete familie en de
hele inboedel,voortdurend op zoek naar de beste weidegronden
voor het vee. Talloze hutten met daken van gestapelde
stenen, zijn verstrooid over de berghellingen en geven een
eigen karakter aan het landschap hier. De streek van de Pas
draait rond drie steden:
Vega de Pas, San Pedro del Rorneral en San Roque de Riorniera. De eerste
twee liggen in de Valle de Pas, de vallei rond de
gelijknamige rivier, en de derde ligt in de aangrenzende
vallei de Valle del Miera. Maar ook veel van de omliggende
gemeenten, zoals Luena.
Ruesga, Soba.... delen de leefwijze en de gewoonten van de
streek van de Pas.
De kwaliteit van de melkproducten, bestemd voor, onder
andere, een heel goede ambachtelijke boter, biedt de basis
voor de sobaos en de quesadas, lekkernijen van
een heerlijke smaak en samenstelling. Over de N.634 gaan we
van Solares (mineraalwaterbron) naar Pámanes,
waar in het barokke 17de-eeuwse paleis van Elsedo een
interessant moderne-kunstmuseum Îs ondergebracht.
Stroomopwaarts langs de Miera komen we in Liérganes;
gelegen aan de voet van twee kleine bergen, bekend als 'de
tieten', herbergt het waardevolle classicistisch 17de- en
18de-eeuwse architecturen. Het stadje is bekend vanwege de
sacristanes, bladerdeeg koekjes, en vanwege de
legende van de "Visman" die wil dat deze zich in de Miera
wierp om later proestend op te duiken in Cadiz. Onmiskenbaar
is ook de dualiteit van Liérganes met zijn
negentiendeeeuwse kuuroord. Langs de loop van de Miera
komen we bij San Roque de Riomiera, omringd door
spectaculaire, in de winter vaak besneeuwde landschappen. We
steken de vallei over naar Selaya, met het
Sanctuarium van de Maagd
van Valvanuz, waarvoor de bevolking van de Pas grote devotie
aan de dag legt. Een kilometer verderop ligt
Villacarriedo, met het pompeuze Paleis van Soñanes
(18deeeuws), een juweel van de Cantabrische barok. We keren
voorts terug naar Selaya en komen door de kronkelige en
altijd groene pas van Braguia bij Vega de Pas, een
uniek ruraal dorpsgeheel met een etnografisch museum en een
economie die draait rond de productie van de sobaos en de
quesadas. Verder zuidwaarts ligt, reeds in de provincie
Burgos, het laatste van de stadjes van Pas: San Pedro del
Romeral, een betoverend plaatsje, omringd door groen
berglandschap.
DE VALLEIEN VAN
ASÓN EN SOBA, naar overzicht
Cantabria, ▲
De streek rond de bedding van de Asón en de daarop bij
Ramales instromende Gándara beslaat het oostelijke deel van
Cantabrië. Het merendeel. bestaat uit grote kalksteenbergen,
doorregen .met honderden grotten die een waar paradijs
vormen voor liefhebbers van speleologie. Het is gebied met
belangrijke autochtone bossen en prachtige nauwelijks door
mensenhand beroerde landschappen, waaronder vooral de
bronnen van Asón met een indrukwekkende meer dan 50 meter
hoge waterval vermelding verdienen. Stroomafwaarts tot de
riviermonding van Treto biedt Limpias, een oude
havenstad die bekend werd door het wondere beeld Van Santo
Christo de la Agonía belangrijke civiele architecturen.
Typisch zijn hier de plaatselijke wentelteefjes met warme
chocolademelk. Niet ver van hier ligt Ampuero, een
plaats met pittoreske beglaasde galerijen waar begin
september beroemde fiestas worden gehouden, bekend
als pequeños sanfermines, met op het programma het
loslaten van wilde stieren. De plaats biedt een uitstekende
keuken en een heel gezellige sfeer in de weekeinden. Daar
vlakbij voert een afslag ons naar de hoogte van Somahoz,
vanwaar men een wonderschoon uitzicht heeft en waar de
schutsvrouwe van Cantabrië haar kapel heeft in het
Sanctuarium van La Bien Aparecida. Rond het kleine
gotische heiligenbeeldje wordt op 15 september een
belangrijke jaarmarkt gehouden ter nagedachtenis van de
mysterieuze verschijning van de Maagd in 1605. Terug op de
weg laten we Rasines achter ons (met een bijzondere,
vierkante stierenarena), om aan te komen bij Ramales de
la Victoria, de hoofdstad van de streek van de de Alto
Asón, aan de bovenloop van de rivier. De stad dankt zijn
bijnaam aan de victorie van de liberalen tijdens de
Carlistenoorlog (1839); sindsdien viert men er de "Verbena
del Mantón", de Kermis van de Omslagdoek, zo geheten omdat
er in de verwarring van de strijd, een kist opdook boordevol
met omslagdoeken uit Manilla. Ramales kent voorts een
excellente gastronomische traditie en belangrijke
grotformaties waarvan enkele (de Covalanas) magnifieke
grotschilderingen hebben. Vanuit Ramales trekken we naar
Arredondo, bijgenaamd 'de wereldhoofdstad' vanwege de
talloze 'Indianen', emigranten naar Amerika, die uit dit
dorp vandaan kwamen. Het plaatsje heeft een neoklassieke
kerk, geflankeerd door een buitensporige cilindrische toren,
van waaruit de 'Indiaan' Antonio Gutiérrez Solana de zee
Limpias pretendeerde te zien. In de omgeving vestigen we de
aandacht op de grotkapel van San Juan de Socueca (10de eeuw)
en een buitengewoon onderaards gangensysteem bekend als het
Sistema Cueto-Coventosa.,
Bron: Brochure Cantabrië, Spanje van Turespaña
** Zie
hier voor:
"Hoe maak ik een printversie van de pagina"?
** Zie hier onze
algemene boeken pagina.
** Zie
hier voor
lettertype, grootte en hoe de leesbaarheid te verbeteren.
** Uw "Tablet" en
Stedentips voor Trips, een ideale combinatie!
|