|
CASTILIË
Naar overzicht
Castilië-Leon;
Madrid en
Castilla-La Mancha. Castilla is een historisch gebied in Spanje, beslaat globaal de 600 tot 1100 m hoog gelegen hoogvlakte, meseta, die het centrale deel van het Iberisch Schiereiland vormt, en bestaat uit de autonome regio's Castilië-Leon, Madrid en Castilla-La Mancha. Het is een typisch plateaulandschap, waar het Castiliaanse Scheidingsgebergte hoog boven uitsteekt. In het noorden grenst het gebied aan de Golf van Biskaje en in het zuiden wordt het begrensd door de Sierra Morena (Andalusië). Geschiedenis Het verzet van de Spaanse christenen tegen de islamitische overheersing had in de 8ste eeuw het koninkrijk Asturië doen ontstaan. Daaruit ontwikkelde zich in de 9de eeuw het koninkrijk Léon, dat reeds het gebied tot aan Burgos, Simancas, Zamora en Toro omvatte. In dezelfde eeuw ontstond ten oosten en ten zuidoosten van León het markgebied Castilië, waarvan de benaming waarschijnlijk ontleend is aan de castelli of burchten, die het pas veroverde land moesten beschermen tegen de Moren. De mark werd beheerd door graven onder controle van de koning van León. In de 10de eeuw werd Castilië tijdelijk bezet door Almanzor, de machtige minister van de kalief van Córdoba. Na 1009 kwamen de Castilianen echter zelf weer aan de macht. De 11de en de 12de eeuw ▲ In de tweede helft van de 11de eeuw werd Castilië de leidende christelijke mogendheid op het Iberisch Schiereiland. Ferdinand I (1035–1065), die zich als eerste koning van Castilië noemde, veroverde het koninkrijk León en breidde zijn gezag uit tot aan Santander, op de kust van de Golf van Gascogne. De islamitische vorsten van Toledo, Badajoz, Sevilla en Zaragoza werden schatplichtig en Portugal werd tot aan Coimbra op de islam veroverd. Het uitgestrekte gebied, dat Ferdinand onder zijn gezag had weten te plaatsen, werd echter bij zijn dood verdeeld onder zijn zoons. De derde zoon, Alfons VI (1065–1109), bleef ten slotte alleenheerser en herstelde de eenheid in 1072. Hij veroverde in 1085 Toledo, zodat de grens nu samenviel met de middenloop van de Taag. Guadalajara, Madrid en zelfs, meer naar het westen, Talavera, ontnam hij aan de Moren. Voortaan bestond naast Oud-Castilië, ten noorden van de Sierra de Guadarrama, ook Nieuw-Castilië, ten zuiden daarvan. De bevolking ▲ Van dit grote Castiliaanse rijk bestond uit christenen, joden, islamieten (mudéjares), gearabiseerde christenen (mozaraben) en, in mindere mate, uit ‘Franken’; deze laatsten waren huursoldaten uit Frankrijk die hulp geboden hadden bij de Reconquista. Deze bevolkingsgroepen behielden lang hun eigen recht, vastgelegd door de vorst in privileges (fueros), waarvan vele de ontwikkeling van de steden bevorderden. Er kwam weldra een geweldige islamitische reactie: de Almoraviden, fanatieke islamieten uit Noord-Afrika, versloegen Alfons VI te Sagrajas nabij Badajoz (1086). Maar ondanks moeilijkheden met Rodrigo Diaz, de beroemde El Cid van de kronieken en de epische literatuur, slaagde de koning erin de Taag als grens te behouden. De lange minderjarigheid van Alfons VII (1126–1157) veroorzaakte tal van moeilijkheden en kort voor zijn dood verdeelde deze vorst het rijk onder zijn zoons. Daardoor ontstond een bijna voortdurende strijd tussen het opnieuw onafhankelijk geworden León en Castilië, dat reeds verzwakt was door de verheffing van Portugal tot koninkrijk en door de bijna volledige autonomie van Galicië onder de kerkvorsten van Compostela. Alfons VIII (1158–1214) werd aanvankelijk in het nauw gebracht door de opstand van het adellijk geslacht der Laras, maar kon de toestand later meester worden dankzij de steun van de stedelijke burgerij. In deze tijd ontstonden de geestelijke ridderorden, die een grote rol speelden in de oorlogen tegen de islam. De orde van Calatrava (1158) was vooral werkzaam in de Sierra Morena, die van Santiago (1160) en van Alcántara (1166) in Estremadura. Een nieuwe islamitische vloed uit Afrika bedreigde Castilië, toen dit in 1195 door de Almohaden te Alarcos verpletterend verslagen werd. Nieuw-Castilië moest bijna volledig worden prijsgegeven. 1300–1350 De hopeloze toestand waarin christelijk Spanje verkeerde, maakte voor enige tijd een einde aan de oorlogen tussen de Iberische staten. In 1212 sloten Alfons VIII, Peter II van Aragón en Sancho VII van Navarra een verbond en behaalden op de Moren de schitterende van Las Navas de Tolosa. De grens van Castilië was nu de Sierra Morena. Van daar uit werd Andalusië aangevallen. Ferdinand III (1217–1252) kon in 1230 León weer onder zijn gezag brengen en ten gevolge van deze machtsversterking was het hem mogelijk Córdoba (1236) en Sevilla (1248) te veroveren. De taak van Castilië in de Reconquista was nu bijna volledig volbracht. Alleen het koninkrijk Granada moest nog veroverd worden, maar dit lukte pas eind 15de eeuw. Bijna geheel Centraal-Spanje was nu Castiliaans. De voltooiing van de Reconquista ▲ Werd vooral belemmerd door de eindeloze burgeroorlogen, die Castilië vanaf het einde van de 13de eeuw teisterden. Deze eeuw was echter ook die van de opkomst van de Cortes, de standenvertegenwoordiging, waarin de steden welker milities hadden bijgedragen tot de Reconquista, een invloed uitoefenden die soms opwoog tegen die van de feodale adel en geestelijkheid. De 14de eeuw begon met een inwendige crisis, veroorzaakt door de infantes, Sp., = kroonprinsen, de la Cerda. Alfons X , 1252–1284, had nl. zijn oudste zoon, Ferdinand de la Cerda, van de troonopvolging uitgesloten ten gunste van Sancho IV. Onder deze laatste koning en zijn zoon Ferdinand IV werden de opstandige afstammelingen van Ferdinand de la Cerda ondersteund door Frankrijk en Aragón. Andere adellijke families namen weldra deel aan de strijd, waarbij ook Portugal en zelfs Granada hun voordeel zochten. Alfons XI kon de wantoestand eerst niet verhelpen, maar een dreigende islamitische inval bracht weer eenheid en de door de koning behaalde overwinningen versterkten zijn prestige. 1350–1500 Onder Peter IV de Wrede (1350–1369) ▲ brak in 1356 weer een burgeroorlog uit ten gevolge van een opstand van de bastaardzonen van Alfons XI. Een hunner, Hendrik van Trastamare, begon in 1365 een belangrijke rol te spelen. Hij kreeg steun van Aragón en van Franse huurlingen onder Du Guesclin en kon zich aldus tot koning laten kronen onder de naam Hendrik II . Met hulp van Engeland en Navarra versloeg Peter hem te Nájera (1367), maar moest twee jaar later het onderspit delven te Montiel. Hendrik regeerde toen nog tien jaar onder de grootste moeilijkheden. Zijn opvolgers moesten zich voortdurend verdedigen tegen het aanmatigend optreden van prinsen van den bloede en leden van de hoogadellijke families. Van het voltooien van de Reconquista kwam gedurende deze periode natuurlijk niets. Ook onder de regering van Hendrik IV heerste in Castilië nog steeds de grootste verwarring. Zijn zuster Isabella, die deze kinderloze vorst opvolgde, was in 1469 gehuwd met Ferdinand van Aragón. Dit echtpaar slaagde erin de orde in Castilië te herstellen en verwezenlijkte de eenheid van Spanje, doordat Ferdinand achtereenvolgens Aragón, 1479 en Navarra, 1485, verkreeg en in 1492 een einde werd gemaakt aan het bestaan van het koninkrijk Granada. Hetzelfde jaar ontdekte Columbus Amerika. Spanje zou nu een overwegende rol spelen zowel in de Oude als in de Nieuwe Wereld. Het aandeel van Castilië was daarbij het grootst. Door de achteruitgang van de handel in de Middellandse Zee verloor Aragón veel van zijn belang en weldra ook, vooral onder Filips II, van zijn autonomie. De staatkundige leiding berustte bij de Castilianen, terwijl hun ook de kolonisatie voorbehouden was. León Naam van een voormalig Spaans koninkrijk, dat behalve de huidige landstreek León ook Galicië en Asturië omvatte. Het koninkrijk vormde de kern van het verzet tegen en van de heroveringen op de Moren, zowel in Spanje als in Portugal. Ook Noord-Portugal viel vroeger onder de koningen van León als leenheren. Naarmate de Moren naar het zuiden werden teruggedrongen, ontstonden bondgenootschappen en verenigingen tussen León en (Oud-)Castilië, die door onderlinge twisten weer uiteenvielen. In 1230 werd de vereniging van León en Castilië definitief, in 1385 de afscheiding van Portugal eveneens.
|
30-10-2011 |