|
FLAMENCO Maak uw keuze
Inleiding
In
149 valt Granada , de laatste stad in Spanje waar de Moren heersen. Aan
het vreedzame samenleven van Moren, Christenen en Joden komt een einde. Een
ongehoorde rijke cultuur verdwijnt uit de geschiedenis. De boodschap van de
katholieke koningen is duidelijk: wie zich niet bekeert, moet weg. Grote
groepen vertrekken, sommigen bekeren zich. Een derde opstandige groep weigert en
trek zich terug in onherbergzame gebieden, grotten, zoals de beroemde Sacromonte, en bergstreken. Niet langer vindbaar voor de Inquisitie. Hier in de
afzondering ontstaat uit de smeltkroes van zigeuners-, joden-, en christenparia’s
de cante jondo. Gezang, diep uit de ziel, een klacht, een schreeuw
van het leven. Muziek van pijn, trots en verlangen. Langzamerhand vermengt de
cante jondo zich met de Andalusische volksmuziek en wordt tot flamenco. De
oorsprong van het woord “flamenco” is niet duidelijk. Er is een
theorie dat wij, Nederlanders, hiermee te maken hebben: in het vervolg van
Philips de Schone bevonden zich Nederlanders. De muziek van deze “flaminganten”,
zoals de Spanjaarden ons noemden, klonk de gemiddelde Spanjaard al even bizar en
lawaaierig in de oren als de zigeunermuziek. Een scheldwoord was geboren:
Flamenco!
De Engelse schrijver George Borrow, die de taal van de Zigeuners spreekt, weet
door te dringen tot de gesloten zigeunergemeenschap en hoort omstreeks 1841
tijdens een bruiloft flamenco. De mannen sprongen hoog in de lucht, hinnikten,
balkten en kraaiden; terwijl de gitanas op hun eigen manier met hun vingers
knipten, luider dan castagnetten, hun lichamen in allerlei obscene houdingen
verdraaiend en woorden uitend die te afschuwelijk zijn om te herhalen.
Flamenco in de 19de en 20ste eeuw
▲
Toch ontdekt het “gewone volk” de Schoonheid van de flamenco en in de 19de
eeuw ontstaan de zogenaamde café cantantes. Hier tussen de schemer en de rook
van de kroeg, gaat de flamenco bovengronds.
Allereerst gaat in de cafés alle aandacht naar de zanger; de gitarist
ondersteunt. Niet voor lang, want er ontstaat een ware wedijver tussen de zanger
en de gitarist om de populariteit bij het publiek. De gitarist wordt steeds
vituozer om de aandacht te trekken.
Omstreeks het begin van de 20ste eeuw zijn de hoogtijdagen van de
cafés voorbij, de flamenco verhuist naar het theater. Federico Garcia
Lorca stimuleerde de authentieke volksmuziek en de flamenco. In de feria
van april dragen de vrouwen de traditionele
flamenco-jurk.
In de jaren ’50 van de twintigste eeuw volgde een nieuwe inzinking, de
flamenco wordt een toeristisch muziek, gevolgd door een opleving, in gang gezet
door dansers.
Flamenco in Sevilla
▲
De flamenco is puur gevoel. Hij gaat steeds tot het uiterste en brengt zowel
liefde en hartstocht als jaloezie en haat tot uitdrukking. De Spaanse dans stelt
de schone mensengestalte in staat zich te tonen in natuurlijke bewegingen, in de
castagnetten weerklinkt de hartslag. De dans kan tot hartstocht opgevoerd
worden, maar overschrijdt nooit de grenzen van de schoonheid..." Deze
geestdriftige beschrijving van de flamenco gaf Hans Christian Andersen in zijn
boek In Spanje, dat in 1866 verscheen. De bakermat van deze beroemde
dans is Andalusië, om precies te zijn de velden tussen Cádiz en Sevilia, waar de
zon vaak meedogenloos brandt en melancholie en levenslust tot een intens, alles
omvattend gevoel versmelten.
Romeinse geschiedschrijvers maakten al gewag van een beroemde danseres uit
Cádiz, die uitgenodigd werd om in Rome haar kunsten te vertonen. Wat zij danste,
was een voorloper van de flamenco. Later, toen de Arabieren naar Spanje kwamen,
namen ze de Andalusische volksmuziek op, vermengden haar met hun eigen muziek en
ontwikkelden haar verder - daarom klinkt het Arabische zo sterk door in de
flamenco.
Na de Moren
▲
Na de verdrijving van de Moren zochten degenen die wilden blijven het
gezelschap van de zigeuners, die min of meer getolereerd werden. Ze ontmoetten
elkaar in het geheim om feest te vieren en muziek te maken. Samen cultiveerden
ze de liederen en dansen van Andalusië. Zo ontstond de flamenco als een geniale
"these van verschillende tradities, als uitdrukkingsvorm van de
verschoppelingen, van de mensen aan de rand van de samenleving. Pas vanaf de 18e
eeuw, toen Karel 111 de zigeuners meer vrijheid gaf, werd de flamenco ook op
bedevaarten en jaarmarkten gedanst. In de loop der jaren ontwikkelde de dans
zich tot een ware kunstvorm, met verschillende stijlen, en inmiddels hebben
bulerias, soleares, fandango's en seguidilla’s de podia van de wereld veroverd.
Tot op de dag van vandaag worden de dansers alleen begeleid door gitaren en
gezang en het ritme van klappende handen en roffelende hakken. De liederen gaan
Vrijwel altijd over pijn, jaloezie en liefdes verdriet. De sevillana's, die tot
vele Europese dansen zijn doorgedrongen horen trouwens niet bij de echte
flamenco. Het zijn volksdansen, die op geen enkele Andalusische fiësta mogen
ontbreken - en die iedereen gemakkelijk kan leren.
Museo del baile flamenco
(flamenco dans museum).
In april 2006 werd het museo del baile flamenco voor het publiek geopend,
gevestigd in het hart van Sevilla. Het museum verbindt zich met het culturele
erfgoed van Andalusië: de flamenco. Ons doel is om op een subtiele wijze de
magie van de flamenco te introduceren bij de bezoekers van Andalusië en Sevilla.
om dit te kunnen verwezenlijken is het museum uitgerust met de meest
geavanceerde multimedia technologie. Dit maakt het tot een echt museum van de
21ste eeuw. Onze gasten beamen dat het museo del baile flamenco tot één van de
mooiste musea behoort die zij hebben bezocht op hun reis door Andalusië.
Museo del baile flamenco - c/ manuel rojas marcos 3 -
41.004 sevilla -
info@museoflamenco.com - tel.: 0034954340311 - fax:
0034954340364
Ons toegezonden door: Lies Vernooij
|