|
CULINARIA NAVARRA
Naar
overzicht regio Navarra
Geschiedenis
Pamplona met omliggend gebied was de oudste kern van het rijk.. De eerste
koning was Sancho I 10de eeuw. Hij voerde hevige strijd met
Abdoerrahman III. Onder zijn opvolgers was Navarra een vazalstaat van het
Spaanse kalifaat. In de 10de eeuw begon de interventie van Navarra in de strijd
tussen León en Castilië. Sancho III, de Grote veroverde een deel van
Baskenland, Castilië en gebied ten noorden van de Pyreneeën, zodat Navarra
onder hem het machtigste rijk in Spanje werd. Na zijn dood viel dit rijk echter
weer uiteen. Strijd tussen verschillende opvolgers en inmenging van Franse
vorsten beheersten hierna enkele eeuwen de geschiedenis van Navarra.
Thibaud IV van Champagne erfde in 1234 het gehele koninkrijk Navarra, dat
inmiddels ook gebied ten noorden van de Pyreneeën omvatte. Na het uitsterven
van het Huis Champagne in de mannelijke lijn ontstond een hevige strijd om
Navarra tussen Frankrijk, Castilië en Aragón. Johanna, dochter van de
laatste koning, koos ten slotte partij voor Frankrijk. Haar dochtertje werd
uitgehuwelijkt aan de latere Filips IV van Frankrijk (1275). Navarra behield
onder Franse soevereiniteit zijn eigen wetten en instellingen. Steeds als de
prins uit het Franse koningshuis die als koning van Navarra optrad, koning van
Frankrijk werd, nam een andere prins het koningschap van Navarra over. In 1322
werd aldus Johanna, dochter van Lodewijk X van Frankrijk, koningin van
Navarra. Door haar huwelijk ging het koninkrijk Navarra over op het Huis
Évreux. In de 15de eeuw wisselden weer tal van dynastieën elkaar onder
voortdurende troonstrijd af. Het Huis Aragón regeerde o.a. een tijdlang in
Navarra, daarna het Huis Foix. De toestand van feodale anarchie bleef echter
endemisch. Het koninklijk gezag had al sinds lang geen enkele reële betekenis
meer. De steden profiteerden van deze toestand door hun macht en vrijheden uit
te breiden. Ferdinand II van Aragón voegde het zuiden van Navarra ten slotte
bij zijn rijk, waarna dit in de Spaanse staat opging Het gebied ten
noorden van de Pyreneeën, nu het departement Basses-Pyrénées, kon hij
niet ontnemen aan het Huis Albret, dat aanvankelijk geheel Navarra had geërfd
van het Huis Foix. Jeanne d'Albret maakte Navarra tot een calvinistische
staat. Haar zoon Hendrik, die als Hendrik IV koning van Frankrijk werd,
trok Navarra in 1589 aan de Franse kroon. Tot 1791 heetten de Franse koningen
officieel koningen van Frankrijk en Navarra.
Navarra culinair
▲
Niet zo lang geleden moesten de koks van de Franse adel over de grens zich meten
met de kunsten van hun vakbroeders uit Navarra. Deze waren al eeuwenlang de baas
in de keuken, waarbij ze werden geholpen door de aarde van hun Noord-Spaanse
geboortestreek, die de fijne keuken van oudsher van prima ingrediënten voorziet.
Trots en zelfverzekerd waren de Navarrezen altijd al geweest en altijd wilden
zij graag een woordje meespreken - in de politiek, in de kunst en in de keuken.
Al in het jaar 850 stond Iñigo Arista, de eerste koning van Navarra, zijn
onderdanen een vergaand recht van inspraak toe. Dit werd door de eeuwen heen
steeds weer bekrachtigd en sterkte zo het zelfbewustzijn van het kleine volk.
Zelfs toen het koninkrijk Navarra na lang touwtrekken tussen Castilië, Aragon en
de Fransen onder de kroon van Castilië viel, behield het eigenzinnige volkje de
voorrechten van zijn status aparte. Pas in 1841 strekte de unitaristische
grondwet van Spanje zich ook over Navarra uit en nog altijd geniet het als
autonome provincie van Spanje verregaande onafhankelijkheid. In de Middeleeuwen
veranderde de bedevaartsroute naar Santiago de Compostela Navarra in een
bloeiend cultuurlandschap met talrijke kloosters en kerken, die tezamen de rijke
erfenis van de pelgrims uit heel Europa vormen. In landschappelijk opzicht biedt
de streek een dwarsdoorsnee in een notendop door alle klimaat- en
begroeiingszones van Spanje: van de ongenaakbare pieken van de Pyreneeën in het
noorden loopt het land in zuidwaartse richting af en raakt het bedekt met dichte
wouden van sparren, eiken en beuken - een betoverende wereld van sprookjes en
sagen.
Pamplona, de beroemde hoofdstad met zijn beruchte
fiësta, ligt op de
noordelijke uitloper van het zacht glooiende landschap van Midden-Navarra, dat
overgaat in het vruchtbare dal van de Ebro. Verder zuidwaarts vormt het
steppengebied van de Bárdenas Reales een sterk contrast met het weelderige groen
van het noorden. De keuken profiteert van het feit dat Navarra grenst aan
Aragon, Castilië, Baskenland én Frankrijk. Het contact met Frankrijk heeft er in
de laatste decennia beslist toe bijgedragen dat in Navarra het gastronomische
reveil eerder begon dan in de rest van Spanje. Daarbij dienen we wel te beseffen
dat deze nieuwe, verfijndere manier van koken tegelijk een logische voortzetting
van de Navarrese volkskeuken is. Die heeft door de alomtegenwoordige groenten
van oudsher een natuurlijke elegantie en lichtheid. De wijnen uit de streek
reisden al eeuwen geleden via de jakobsweg naar het buitenland en nemen
tegenwoordig een vooraanstaande plaats in onder de Spaanse wijnen.
Forel
▲
De Amerikaanse schrijver Ernest Hemingway roemde de forellenrijkdom van Navarra
in lyrische bewoordingen. In de omgeving van Burguete, zo berichtte hij, heeft
hij de grootste kanjers van zijn leven gevangen. Zelfs Alexandre Dumas, een
genadeloos criticaster van de Spaanse keuken, had voor de forellen van het land
slechts lof. De Franse literaat gaf echter de voorkeur aan de Castiliaanse
exemplaren. Vast staat dat een vliegvisser in Navarra en Castilië de meeste kans
op succes heeft. In de Pyreneeën - en het Cantabrisch Gebergte ontspringen veel
rivieren die net datgene bieden waar forellen van houden: erg koel, zuurstofrijk
en schoon water. Vliegvissers slaan in het noorden meestal de beekforel (fario)
aan de haak, een vrij kleine forel met stevig vlees en weinig vet. De vis is
gemakkelijk te herkennen aan zijn zilverkleurige huid en de rode en zwarte
stippen waarmee die bedekt is. In de Spaanse beken voelt ook de zalmforel
(trucha asalmonada) zich thuis. Het dier heeft een heel lichte huid en lichtroze
vlees, maar is welbeschouwd geen afzonderlijke soort. Zijn sterke kleuring en
delicate smaak zijn namelijk het gevolg van het enorme aantal kreeftjes dat deze
forel naar binnen werkt. De in alle kleuren glanzende regenboogforel (trucha
arco iris) komt in de meeste gevallen uit een kweekvijver. Met forel kan men in
de keuken alle kanten op: van vastenspijs tot feestmaal. Net als zo veel andere
eenvoudige gerechten uit de keuken van de gewone man is het beroemde recept voor
trucha a la navarra ooit uit nood geboren. in het bergland van de Pyreneeën was
spijsolie nog tot na de oorlog een luxegoed. De mensen kookten bij voorkeur met
reuzel en spek. Ook forellen belandden in het varkensvet. In tijden van
voorspoed kwam daar wat magere ham bij, want, zo vinden alle Navarrezen, de
smaak van aan de lucht gedroogde jamón serrano past wonderwel bij het malse
vlees van bergforel. Hartgrondig oneens zijn ze het vervolgens over de vraag of
de ham nu onder of in de vis thuishoort. In heel Spanje treft men variaties op
gemarineerde forel (trucha en escabeche) aan. Inleggen in wijn of azijn was
vroeger namelijk een van de weinige mogelijkheden om vis langer houdbaar te
maken. Andere recepten voor gevulde forel zijn vooral in de zuidelijke helft van
Spanje ontstaan. Voor de vulling zijn naast gehakt en zeebanket groenten en
paddestoelen ook zeer geschikt. Forellensoep is een Castiliaanse specialiteit.
In de moderne keuken combineert men de malse zoetwatervis graag met gebakken
rode paprika.
Groenten uit Navarra
▲
Aanvankelijk zult u twijfelen: moet hier dan de beste groente van Spanje
groeien? Overschaduwd door tafelbergen wekt de Ribera de Navarra niet direct de
indruk van een bovenmatige vruchtbaarheid. Langzaam wordt de bezoeker beneden in
het dal her en der enkele uitgestrekte moesvelden gewaar. Ribera betekent
simpelweg 'oever' of 'dal'. Zo noemt men in Navarra en de naburige streken
Aragón en La Rioja de vruchtbare vlakten langs de Ebro, die eersteklas groenten
voortbrengen. De Arabische bewoners bleven lang genoeg in het stroomgebied om
een uitgekiend irrigatiesysteem te ontwikkelen, waarvan de bevolking hier nog
altijd profiteert. De moesvelden in de Ribera, die slechts hier en daar door
struikgewas of bomen onderbroken worden, verschillen hemelsbreed van de
onafzienbare monoculturen in Zuid-Spanje. Een veld van 2 hectare noemen ze in
Navarra al groot en de meeste groentetelers zijn familiebedrijven.
Kaarde (cardo),
▲
Een bijzonder delicatesse van de Navarrese tuinders is de kaarde, een
gewas dat in grote delen van Europa in de vergetelheid geraakt is en ook in
Spanje zelf steeds zeldzamer wordt. Botanisch gezien is de plant verwant aan de
artisjok, maar wat de bruikbare delen betreft is hij eerder te vergelijken met
bleekselderij. Kaarde verbouwen is bijzonder arbeidsintensief en lijkt in dat
opzicht op de aspergeteelt: elke plant wordt liefdevol aangeaard of afgedekt om
de scheuten niet bitter en vezelig te laten worden. Na het wassen en verwijderen
van de draden snijdt men de stengels in stukken en worden ze gekookt. In
Noord-Spanje giet men bechamelsaus over de kaarde, maar men grijpt ook vaak naar
kruiden of een vinaigrette. In Aragon is kaarde met amandelsaus een geliefd
begin van het kerstdiner.
Slasoorten
De lekkerste van de meer dan dertig slasoorten die in Navarra verbouwd worden,
zijn zonder twijfel de cogollos de Tudela. De jonge en zeer tere kropjes worden
zo’n 10 cm groot en men eet ze meestal als voorgerecht, met wat mayonaise of een
lichte dressing van olijfolie, zout en citroensap of azijn. Dan nog een vleugje
knoflook en zo komt de verfijnde smaak het best tot zijn recht.
In het begin van de zomer kan geen Navarrese kok het stellen zonder de jonge
bonen (pochas), die vers en nog wat groen verwerkt worden en zo hun fijne, iets
zoetige smaak behouden. In een grote populariteit verheugen zich verder de
sperziebonen judías verdes), tuinbonen (habas), jonge knoflooksprieten (ajetes),
snijbiet (acelgas) en spinazie (espinacas). Maar het zijn de witte asperges
(espárrago) en de rode paprika’s (pimientos del piquillo) die het meest aan de
goede naam van de Navarrese tuinders bijdragen
Pimientos del piquillo
▲
Alleen al de naam van de illustere pimientos del piquillo doet veel
Spanjaarden watertanden. De smakelijke paprika’s zijn niet langer dan zo'n 8 cm
en dieprood. De verse, rauwe paprika’s lijken met hun wat bittere smaak geen
culinaire topper. Daarom worden ze boven een open vuur gegrild en dan ontveld,
van de zaden ontdaan en als conserven verkocht. Goedkoop zijn de piquillos niet,
want ze zijn nogal bewerkelijk. De iets rokerige geur van het houtvuur en de
uitgesproken smaak van deze paprikasoort gaan goed samen met vis en
paddestoelen. Geen wonder dat men niet alleen in Navarra de mond vol heeft van
pimientos del piquillo.
Eendenfokkerijen
▲
De Spanjaarden hameren op de oorspronkelijkheid van hun eetcultuur en worden
niet graag aan Franse invloeden herinnerd. Toch bestaat er in een grensstreek
als de Pyreneeën van oudsher een levendige uitwisseling op cultureel en
gastronomisch gebied. Met het feit dat de eenden, duiven en zangvogels, die
vroeger vaak in Spaanse pannen belandden, over de Pyreneeën uit Frankrijk kwamen
aangevlogen, hebben de Navarrezen minder moeite. Holenduiven, houtduiven,
lijsters en zwaluwen werden al in de 15e eeuw zeer gewaardeerd en zelfs aan het
Navarrase hof werd er ondanks de over het algemeen betere tafelmanieren gewoon
gekloven. Het vangen van zangvogels is tegenwoordig streng verboden, maar de
duivenvangers van Echalar leggen nog altijd elk jaar hun netten uit om de door
hun vlucht over de Pyreneeën afgematte vogels te verschalken. Ook wilde eend
geniet in Navarra een goede reputatie. Tamme eenden waren hier veel minder en de
traditionele Spaanse keuken wist dan ook niet veel met dit pluimvee aan te
vangen. Daarom heeft het ook lang geduurd voor zoiets Frans als de
eendenfokkerij zijn intrede deed. Het direct aan Navarra grenzende Landes is de
streek in Frankrijk waar de meeste eenden gemest en verwerkt worden. Nadat in de
jaren '70 ook in Spanje de eetcultuur een renaissance beleefde, nam de
buitenlandse invloed toe en in 1985 kreeg Navarra zijn eerste eendenfokkerij.
Hier, bij de firma Martiko, mesten ze alleen Mulard-eenden. De Franse buren
hebben immers goede ervaringen met dit ras opgedaan. Mulards leveren veel vlees
en kunnen zo’n 6 kg worden. Fijnproevers waarderen de vergrote lever (foie
gras), maar vooral de bouten van dit ras, die sappiger en veel malser zijn dan
die van andere eenden. Ook de eersteklas confit de pato, eendenvlees dat in
lichaamseigen vet is ingemaakt, is exquise. (Een Spaanse term voor 'confit' is
er overigens nog niet.) Verse levers (higado depato), eendenborst (pechuga de
pato), eendenharten (corazones de pato), gerookte eendenbout (jamón de pato
ahumado) en eendenfilet (solo- millo de pato) zijn belangrijke handelswaar, maar
het pluimvee wordt natuurlijk ook levend verhandeld.
Inmiddels heeft de pionier van de fokkerijen gezelschap gekregen. Een van zijn
concurrenten komt uit het Catalaanse Sant Marti Sapresa, waar een firma onder de
naam van moederbedrijf Mas Parés verse en verwerkte eendenproducten aanbiedt.
Verder krijgt Noord-Spanje steeds meer fokkerijen, waar kippen in de open lucht
gehouden worden (pollo de granja of pollo de corral. Veel koks zijn namelijk
bijzonder kritisch en slap en bleek vlees uit de bio-industrie komt bij hen de
pan niet in.
Heksensabbat van Zugarramurdi
▲
Op 23 juni, de dag van de zonnewende, branden in Spanje de Sint-Jansvuren. Elke
streek begroet het fascinerende natuurfenomeen op zijn eigen manier en het
bijgeloof viert hoogtij. Vooral de vete natuurlijke holen in het Baztán-dal, een
van de fraaiste plekken van de Pyreneeën, hebben van oudsher de fantasie van de
mensen geprikkeld. Het is dus niet verbazingwekkend dat hier elk jaar met San
Juan de heksen dansen. Aan het ontstaan van de heksensabbat van Zugarramurdi is
een volksverhaal verbonden: in de 16e en 17e eeuw zouden vrouwen uit het dorp in
de cueva de las brujas, het heksenhol, duistere missen voor de duivel gehouden
hebben. Hij verscheen aan hen in de gestalte van een bok. De vrouwen gebruikten
een wonderzalf om te vliegen en vielen hier elke vrijdag uit de lucht om hun
sabbat te vieren. Maar deze eeuwen waren in Navarra ook de tijd van de
Inquisitie. In 1610 werden veertig vrouwen uit de omgeving van Zugarramurdi door
een kerkelijke rechtbank in Logroño beschuldigd van hekserij en twaalf van hen
eindigden op de brandstapel. Toch hebben tot op de dag van vandaag veel
Navarrezen iets met de magie - al was het maar een keer per jaar. In drommen
komen ze op San Juan naar het heksencongres van Zugarramurdi om de oude
geestenbezweringen nieuw leven in te blazen, die in Noord-Spanje akelarre
genoemd worden. Als heks verkleed dansen de dorpelingen om een groot vuur, tot
bij het invallen van de duisternis alle lichten in de grot uitgaan. Nu komen in
schapenvacht gehulde mannen naar binnen. De stilte wordt alleen doorbroken door
de schellen op hun lichaam, die klinken als ze met roeden op de grond slaan. Het
gebruik dateert uit voorchristelijke tijden en heeft nog altijd hetzelfde doel:
de boze geesten verdrijven.
Bron CULINARIA ESPAÑA, Könemann. ISBN:
3-8290-1964-5. U vindt hier ook een keur van recepten behorend bij bovengenoemde
producten. Prachtig geillustreerd werk! Van Uitgeverij Könemann is ons
geen URL, WAP of EMAIL bekend
|