|
WIJNLAND NAVARRA
Naar
overzicht regio Navarra Wijnland Navarra
Navarra was al ten tijde van de Romeinen een wijnland. Bij het dorpje Funes
heeft men een tweeduizend jaar oude wijnkelder opgegraven, die een capaciteit
van 75.000 liter had. In de vroege Middeleeuwen beperkte de wijnbouw zich tot de
kloosters die geleidelijk langs de Jacobsweg verrezen. Pelgrims uit heel Europa
prezen overal ter wereld de roem van de Navarrese wijn.
Rosé
▲
Eeuwen geleden leverden de wijnmakers van Navarra ook al voornamelijk rosé.
Meestal persten de wijnboeren de druiven echter te sterk. De aldus ontstane
rosados smaakten door gebrek aan een gecontroleerde koele gisting vaak
geoxideerd en waren bleek van kleur. Wijn van het vat was vaak onzuiver en had
een duidelijk zurige bijsmaak.
Dat rosés in dit gebied nog steeds de overhand hebben, is het gevolg van de
wijnluiscatastrofe aan het begin van de 20e eeuw. Daarna kozen de wijnboeren
hier voor de sterkere garnacha. Deze druivensoort neigt al snel tot oxidatie en
is daarom niet of nauwelijks geschikt voor een houdbare rode wijn. Tientallen
jaren werden derhalve rosados van inferieure kwaliteit bij het vat verkocht. Men
oogstte pas roem in de jaren '50, toen de coöperatie Vinícola de Navarra ertoe
overging het mengsel van most, schillen, stelen en pitten slechts een paar uur
zonder mechanische persing te kneuzen en vervolgens uit gekoelde gistkuipen of
direct uit de pers te laten lopen. Dit is de lágrima (traan), most die alleen
door de druk van bovenliggende druiven vrijkomt en nu gist. Na gisting valt de
wijn op door zuurtjeskleur. En het sterke aardbeien- en frambozenboeket. Het
procédé is inmiddels bij de wet vastgelegd in Navarra en heeft de buitengewoon
frisse Rosados de Navarra wereldfaam bezorgd. Elders worden rosés nog steeds
gewonnen uit een pulp die in elk geval licht geperst is.
Nieuwe trends
▲
Pioniers als Juan Magaña waren ervan overtuigde ook grote witte en rode wijnen
te kunnen maken. In de jaren '70 plantten zij op grote schaal Franse
druivenrassen als de cabernet sauvignon en merlot en de Spaanse topper
tempranillo. Terzelfder tijd ontstond ook het vinologisch onderzoeksinstituut
EVENA (Estación de Viticultura y Enologia de Navarra), dat in proefwijngaarden
meer dan dertig druivensoorten aanplantte. Zo ontstond er in Navarra, een zeer
afwisselend wijnlandschap, dat opvalt door de grote verscheidenheid aan druiven
én wijnen. Enkele kruisingen van tempranillo en merlot of cabemet sauvignon
hebben een belangrijke plaats veroverd en Navarra is inmiddels met zijn moderne
methoden een voorbeeld voor veel Spaanse wijnstreken.
Vijf deelgebieden
▲
De diversiteit van het wijnbouwgebied D.O. Navarra berust in de eerste plaats op
klimatologische verschillen tussen de vijf deelgebieden.
Tierra Estella, het noordwestelijk deel van het gebied, brengt onder
Atlantische weersinvloeden wijnen met een bijna Midden-Europees karakter voort,
waaronder een goede chardonnay.
In het heuvelland van Valdizarbe in het noorden heersen vergelijkbare
omstandigheden. Hier groeien elegante wijnen met fijn fruit.
Baja Montaña is het meest oostelijke gebied, waar een bergklimaat heerst. Hier
maakt men voornamelijk rosés van garnacha.
Ribera Alta is het centrum van de wijnbouw in Navarra en brengt stevige
wijnen met een mooie kern voort van een bijna mediterrane snit. Het zuidelijkste
deelgebied Ribera Baja omvat 30% van het wijnbouwareaal in de streek. In een
mediterraan landklimaat gedijen hier op droge kalkzandgronden krachtige,
temperamentvolle rode wijnen, maar ook chardonnays.
Rosado of clarete
▲
Verwarring in het wijnglas: gewoonlijk verstaat men onder clarete een
lichte rode wijn en onder rosado een rosé. In Castilië en enkele andere
wijnstreken gebruikt men de term clarete echter ook voor rosés. Vroeger werd er
onder deze vlag zelfs vaak een coupage van witte en rode wijnen verkocht, maar
aan deze praktijk heeft Brussel inmiddels een eind gemaakt. Hiermee zijn de
verrassingen echter nog niet voorbij. Wie stoutmoedig een clarete bestelt, weet
nooit precies waar de ober mee aan komt zetten: een echte rosé, een roodvergiste
wijn met een hoog gehalte witte most of stiekem toch weer versneden witte en
rode wijn.
De reden voor deze spraakverwarring? In vroeger tijden waren gemengde
wijngaarden gebruikelijk. Blauwe en witte druiven werden tegelijk geplukt en
geperst. Zo ontstonden lichte rode wijnen, die in de volksmond clarete heetten.
Tegenwoordig persen wijnboeren de witte druiven meestal apart. Vervolgens voegen
ze de pulp van blauwe druiven toe aan de versgeperste witte most en vergisten
dit op dezelfde manier als een rode wijn. Bij een echte clarete, zoals die nog
in Valdepeñas te vinden is (tegenwoordig aangeduid als Tinto de Valdepeñas of
Aloque), wordt ten minste 250/o blauwedruivenpulp met witte most vergist,
terwijl een echte rosado juist geheel geperst hoort te zijn van blauwe druiven
die voor de persing een paar uur zijn gekneusd. Dit kneuzen is cruciaal omdat
bijna alle blauwe druiven wit vruchtvlees hebben. Alleen geperst zou dat -net
als witte druiven- een witte most opleveren. De kleur komt geheel en al van de
schil. Wie van een echte rosé wil genieten, dient dus in eik geval het juiste
woord paraat te hebben: rosado.
Pacharán
▲
Geen grotere genoegdoening voor zinnelijk ingestelde mensen dan wanneer hun
kleine zwakheden op wetenschappelijke gronden te rechtvaardigen zijn! Van de
pacharán, de traditionele sleedoornlikeur, wordt beweerd dat bij een weldadige
werking op de maag en de zenuwen heeft. Volgens sommige geneeskundigen helpt een
matige pacharán-consumptie zelfs hartinfarcten en arteriosclerose voorkomen.
Oorspronkelijk was de nationale likeur van Navarra alleen op boerderijen te
vinden. De bereiding was de taak van de grootmoeders. Zij oogstten in de nazomer
de sleedoornpruimen, de blauwzwarte vruchten die in Spanje pacharanes of endrinas
heten. Vervolgens legden ze de vruchten gewoon in de sterke drank. Later boden
de pacharaneros, sleedoornpruimenplukkers, de vruchten ook in de steden te koop aan.
Menig waard was afnemer en al gauw werd de likeur in cafés geschonken. Een
pacharán is gemakkelijk zelf te maken: vul een fles voor tweederde met volrijpe
sleepruimen en schenk er een lichte anijslikeur (zoet of halfzoet) bij.
Eventueel kunt u een kaneelpijpje of wat koffiebonen toevoegen. Laat de likeur
twee tot vier maanden trekken en schud de fles van tijd tot tijd lichtjes, zodat
het aroma van de sleepruimen zich gelijkmatig verspreidt. Dorpelingen zetten de
flessen bij voorkeur in vensterbanken op het zuiden om het proces te versnellen.
Toen de rest van Spanje eenmaal de smaak van deze Navarrese specialiteit te
pakken had, begonnen diverse stokerijen de drank fabrieksmatig te bereiden. Hun
producten hebben een Sleepruimen, de vruchten van de sleedoorn, geven de
pacharán smaak en kleur. De vruchten worden op een zoete of halfzoete
anijslikeur gezet. alcoholgehalte van 25 tot 30% en mogen geen kunstmatige
aroma’s of kleurstoffen bevatten. De productie heeft zo'n hoge vlucht genomen,
dat de in het wild groeiende sleedoorns van Navarra niet meer toereikend zijn.
De stokerijen moeten een deel van de benodigde vruchten dus invoeren. Sinds 1992
zijn er in Navarra speciale sleedoorngaarden voor de pacharán-productie. U kunt
het drankje het best als digestief of afzakkertje op een temperatuur van 3 tot 7
'C drinken. Zet de fles ijskoud weg, want van ijsblokjes in het glas gruwt de
ware pacharán-liefhebber: ze maken de drank te waterig. De hype rond de
cocktails heeft de pacharán niet onberoerd gelaten: de likeur gaat goed samen
met sinaasappel- of ananassap, en een scheutje sherry.
Heilzame elixers
▲
Waar fruit en wingerd groeien, stoken boeren van oudsher sterke drank. Het
verhaal gaat dat de drank in Navarra in de 18e eeuw zo populair was, dat de
moraal en het arbeidsethos van de bevolking er sterk onder leden. Daarom verbood
het bestuur van Pamplona in 1757 de verkoop van gedestilleerd. Een uitzondering
maakte men voor medicinale toepassingen - en dus was sterke drank lange tijd
alleen op recept verkrijgbaar. Niet dat de Navarrezen daar erg mee zaten: in een
land met zo veel fruit, wilde vruchten en kruiden was de productie van allerlei
likeuren eenvoudig. Daar zat minder alcohol in en men beweerde veelal dat de
verschillende toevoegingen een goed middel vormen tegen allerlei kwaaltjes.
Alcoholische aftreksels waren immers van oudsher beproefde middeltjes tegen de
meest uiteenlopende klachten. Kloosters speelden een belangrijke rol bij de
productie van deze zoete elixers. Zij beschikten altijd over een kruidentuin en
meestal ook over een apotheek (botica) niet allerlei gedroogde kruiden, zaden en
specerijen. De monniken en nonnen ontwikkelden zich tot ware specialisten op het
gebied van likeur. Hun elixers bereidden ze uit venkel en kamille, munt en
engelwortel, rozenbottel, bramen, sleedoorn en morellen. In het langs de
Jacobsweg gelegen klooster Leyre stoken de monniken tot op heden een likeur van
meer dan dertig verschillende planten. Ook het Catalaanse klooster van
Montserrat is bekend om zijn kruidenlikeur. Veel mensen bereiden thuis op de
ouderwetse manier een likeur op anijsbasis, waaraan ze bijvoorbeeld kamille,
wilde appels of kweeperen toevoegen. Maar men zet niet alleen vruchten op
alcohol: een eenvoudige maar heel aparte likeur is komkommeranisette (anis de
pepino). Men zet een glazen fles over een jonge komkommervrucht. de vrucht de
gewenste grootte bereikt heeft, snijdt men de steel door en wordt de fles gevuld
met anisette. Na veertig dagen kan de likeur gedronken worden. Men zegt dat de
drank verlichting biedt bij koliek. Een ander eeuwenoud recept schrijft groene
noten voor (licor de nueces ): zet groene walnoten op een mengsel van water met
40% wijnalcohol en voeg wat muskaatnoten, kinabast, citroensap en suiker toe.
Laat het mengsel zes weken staan. In sommige streken in het noordoosten van
Spanje noemt men dit drankje ratafla de nueces. Geen echte likeur, maar in de
wijnstreken van Navarra, La Rioja en Baskenland zeer geliefd bij feestelijk
gelegenheden is zurracapote, een soort Noord-Spaanse variant op de sangria. De
drank bestaat uit rode wijn of rosé, water, suiker, kaneel, kruidnagels en
citroensap of -schil. Zurracapote wordt gekoeld in een aardewerken kruik
geserveerd. Met Kerst kookt men gedroogde vruchten in de drank.
Bron CULINARIA ESPAÑA, Könemann. ISBN:
3-8290-1964-5. U vindt hier ook een keur van recepten behorend bij bovengenoemde
producten. Prachtig geïllustreerd werk! Van Uitgeverij Könemann is ons
geen URL, WAP of EMAIL bekend
** Hoe we met
Google naar
afbeeldingen van Toulouse Lautrec zochten.
** Hoe kunnen we werken met
"Google Aangepast Zoeken"?
** Zie ook eens Kunst in Spanje!
** Naar gastronomie in
Spanje.
** Naar geschiedenis in
Spanje.
** Hoe maak ik een
printversie van de pagina"?
** Door tekengrootte te
wijzigen
kunt u de leesbaarheid van de tekst sterk
verbeteren.
** Zie hier onze
algemene boeken pagina.
** Algemene
informatie over Spanje
** Met het vernieuwde zoekveld kunt u zoeken in "Stedentips"en op "Internet".
|