|
HERENTALS, provincie
Antwerpen. Heeft een voor
Vlaanderen kenmerkende ontstaansgeschiedenis. In de 12de eeuw was er een allodium van de
Sint-Waldetrudiskerk te Mons, Bergen, dat een nederzetting vestigde rond
de huidige Bovenkerk; ten noorden daarvan, bij de Kleine Nete, ontstond
ongeveer tegelijkertijd een koopmansnederzetting onder Brabants recht,
die in 1209 stadsrecht verkreeg van Hendrik 1, hertog van Brabant , naar
stedenlijst België / Luxemburg, naar
provincie
kaart Belg./Lux. Geleidelijk
groeiden beide nederzettingen naar elkaar toe. Maar tot het einde van Herentals het Ancien Régime bleven er twee heren te Herentals. In de 14de
eeuw bloeide hier de lakennijverheid, zoals in vele kleine Brabantse
steden; in de 16de eeuw ontwikkelde zich de linnennijverheid. Tijdens de
Boerenkrijg, 1798, stond de stad aan de zijde van de opstandelingen.
Sint-Waldetrudiskerk of Bovenkerk
Ruime kerk, een van de kleine kathedralen van
Vlaanderen, in Brabantse gotiek, met vieringtoren en dwarsschip uit het
begin van de 14de eeuw, koor en schip uit de 15de eeuw. Ze bezit
gebeeldhouwde kapitalen, een opmerkelijk laatgotisch eikenhouten retabel
van Paschier Jan Borreman uit Brussel, eind 15de eeuw, met De marteling
van de H.H. Crispinus en Crispinianus, een barok koorgestoelte en barokke
biechtstoelen, een Romaanse doopvont in Doornikse steen , een orgelbuffet
en doksaal van Verbuecken en schilderijen van o.a. Frans Franeken de Oude,
17de eeuw, een Herentals schilder.
Begijnhof
Gesticht in 1266; dit is het oudste begijnhof van de
Kempen. Er resten nog: een beschermd poortgebouw, de begijnhofkerk,
gotisch met barok meubilair, een aantal opvallende 17de-eeuwse huizen, o.m. het Fondatiehuis, en de infirmerie uit 1715.
Besloten Hof of Sint-Jozefdal
Voor de norbertinessen gesticht in 1410; in 1836 door
de franciscanessen overgenomen. Het huidige aanzicht is uit de 17de eeuw:
poortgebouw, convent, proosdij. De gotische kapel uit de 15de eeuw werd in
de 18de eeuw deels afgebroken, maar in 1855 opnieuw opgebouwd.
Sint-Elisabethgasthuis
Ook al vroeg gesticht, 1253. Er zijn nog vier
gebouwen overgebleven uit de 17de eeuw: poortgebouw, kapel, klooster en
een grote schuur. De nieuwe gebouwen dateren uit 1938 en 1965.
Stadhuis
Dit is de voormalige Lakenhalle, herbouwd in 1534, met belfort uit 1590,
beiaard van 50 klokken. In de raadzaal hangt een hedendaags
wandtapijt van Gaspard de Wit, 1959.
Andere bezienswaardigheden
Van de oude wallen en poorten uit de 14de eeuw zijn
nog de Zandpoort en de Bovenpoort overgebleven. Er zijn ook nog mooie
burgerijhuizen en kleine kastelen te zien.
Historische
stadswandeling in Herentals
1. Lakenhal
In het hart van Herentals staat de Lakenhal, de belangrijkste getuige
van het rijke Herentalse verleden. In de vijftiende eeuw bouwden de
wolwevers en laken makers de Lakenhal om er handel in te drijven.
De oudste bronnen vermelden het 'gulden huys', 'meethuys' of 'Ioothuys'.
De laatste ingrijpende verbouwing was in 2010. Nu heeft de Lakenhal een
socioculturele functie. Tijdens tentoonstellingen is de Lakenhal vrij
toegankelijk.
Aan de noordzijde staat sinds 1534 het achthoekige belfort.
De spitse
toren is ongeveer 35 meter hoog. Sinds het midden van de zestiende eeuw
hangt in de belforttoren een beiaard. De huidige beiaard werd ingespeeld
in 1965. De belforttoren staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO.
Voor de zuidgevel staat het Boerenkrijgmonument uit 1898. Het herinnert
aan de slag bij Herentals op 28 oktober 1798, een van de bloedigste
episodes uit de opstand van de Kempense boeren tegen de Fransen.
2. Zandpoort
De Zandpoort wordt voor het eerst vermeld in 1402. De gevel is bekleed
met gobertange-kalkzandsteen; binnenin is veel ijzeroer van de streek
verwerkt. In 1643 werd de poort grondig hersteld en verbouwd, waarbij ze
aan de buitenzijde een vlakke gevel in sobere renaissancestijl kreeg. De
laatste restauratie dateert van 2007.
Sinds 1583 stond op de wal ten zuiden van de poort een schorsmolen. Hij
maalde schors en graan. Hij werd na een brand in 1881 vervangen door een
graanwindmolen, de Rijkerooymolen. Deze molen werd meestal Walmolen
genoemd, maar ook Driesenmolen, naar de laatste eigenaar, Carolus
Driesen. De Driesenmolen was een open standaardmolen, uitgerust met twee
koppels stenen, grauwe en kunststenen. Een dergelijke kunststeen is nu
opgesteld op de Molenvest.
3. Sint-Jozefscollege
De school in de Collegestraat is de opvolger van de
Latijnse school die al in het begin van de veertiende eeuw bestond. In
1613 werd het middelbaar onderwijs toevertrouwd aan de augustijnen, die
in 1796 hun klooster moesten verlaten. Pas in 1820 startte het college
opnieuw, nu als stedelijke school, die vanaf 1834 aan het aartsbisdom
werd toevertrouwd. In 1889 vond het college, dat daarvoor op de hoek van
de Grote Markt en het Hofkwartier was gevestigd, een nieuw onderkomen op
de huidige plek.
Schrijver Ernest Claes was oud-student van het college.
Herentalsenaren
kennen hem vooral als kroniekschrijver van het collegeleven. Uit zijn
Studentenkosthuis 'Bij Fien Janssens' citeren we graag dit: Herentals
heeft mij de Kempense ziel in haar primitieve schoonheid leren kennen,
mij in zich opgezogen, mij Kempenaar gemaakt. Het is mij als een tweede
geboorteplaats geworden. En zoals aan zijn college, denk ik eraan terug
met liefde en vertedering.
4. Sint-Walderudiskerk
De Sint-Waldetrudiskerk wordt in de volksmond 'de
Bovenkerk' genoemd. Ze staat in het midden van de oudste stichtingskern
van Herentals. De kerk is een parel van Brabantse hooggotiek. De positie
van de toren tussen koor en beuk is opvallend. De toren lijkt wel in het
schip te zakken. Dit is allicht te verklaren door het feit dat de toren
samen met de dwarsbeuk het enige overblijfsel is van de oorspronkelijke
veertiende-eeuwse kerk.
De kerk is rijkelijk versierd met borstweringen, waterspuwers, nissen en
torentjes. Wandelt u vooral eens rond de kerk. Aan de zuidzijde, bovenop
de sacristie, staat het zogenaamde zilvertoreke. Dit achthoekige
torentje diende als schatkamer van de kerk.
De kerk heeft heel wat kunstschatten,
zoals het retabel van Sint-Crispien en Crispiniaan, en waardevolle schilderijen van de
Franckens, Jordaens, De Vos en Cossiers.
5. Beslotenhof
Het Besloten Hof werd als slotklooster opgericht in 1410 en bewoond door
zusters norbertinessen tot ze in 1797 werden verdreven door de Franse
republikeinen. In 1836 betrokken de zusters franciscanessen het
klooster.
Aarzel niet om de poort open te duwen en u onder te dompelen in de rust
van het Besloten Hof.
De gebouwen rond de binnen koer stammen uit de
zeventiende eeuw. Door het poorthuis kijkt u recht op de oude woning van
de proost (1682). Let op het oude wapenschild van Herentals dat
gelijkvloers, tussen twee vensters links van de ingangsdeur, werd
aangebracht.
De vijftiende-eeuwse kapel werd tijdens de Franse Revolutie gedeeltelijk
gesloopt, maar in 1855 heropgebouwd. Achter de kapel ligt het mooie
convent uit 1661, waar de zusters in gemeenschap leven. De zusters delen
nu het Besloten Hof met het Wit-Gele Kruis.
6. Bovenpoort
De eerste vermelding van de Bovenpoort,
ook wel Hoogpoort, dateert van
1361. De gevel is bekleed met gobertange-zandsteen; binnenin is veel
ijzersteen uit de streek gebruikt. Net als de Zandpoort maakte de
Bovenpoort deel uit van de omwalling van de stad. De poort heeft een
bewogen geschiedenis en is een aantal keren in verval geraakt en
heropgebouwd. Omdat ze in heel slechte staat was en er geen geld was om
herstellingen uit te voeren beslisten de wethouders in 1754 om een groot
deel van de poort te laten afbreken. Het militaire nut van de poorten
was intussen tot nul herleid.
In 1772 volgde een echte restauratie,
die bepalend is geweest voor het
huidige uitzicht van de poort. De twee koperen siervazen op het dak zijn
er toen opgezet. De recentste restauratie gebeurde in 2006.
7. Stadswallen
Na de toekenning van vrijheidsrechten aan Herentals door
Hendrik I, hertog van Brabant, in 1209 mocht de nieuwe stad
versterkingen bouwen. Zo konden de Herentalsenaren aanvallen van
plunderaars en roversbenden afslaan en hun welvaart verdedigen. Het
behoud van hun welvaart was niet alleen in het belang van Herentals maar
ook in dat van de hertog. De Nonnenvest en de Begijnenvest zijn samen
met de beide stadspoorten de laatste tastbare overblijfselen van die
middeleeuwse versterkingen. Het waren aarden wallen, opgeworpen met het
zand dat uit de ernaast gelegen grachten afkomstig was. De wallen werden
beplant om verstuiving tegen te gaan. Er stonden strenge straffen op het
kappen van het hout op de wallen.
Het authentieke profiel is nog het best zichtbaar aan de Nonnenvest,
waar de wal een hoogte bereikt van tien tot twaalf meter.
8. Vistrap
In de vijftiende eeuw kenden de Herentalse wol- en lakennijverheid een
enorme bloei. Voor de productie maakten de Herentalse lakenmakers
dankbaar gebruik van de nabijheid van de Kleine Nete en haar zijarmen.
Water was immers onmisbaar voor het vervaardigen van het fijne laken,
maar werd ook gebruikt om energie op te wekken met watermolens.
De stuw op de Kleine Nete, enkele tientallen meters stroomopwaarts vanaf
kasteel Le Paige, dient niet om energie op te wekken maar om het verval
van de rivier te controleren. De stuw verhindert dat vissen
stroomopwaarts zwemmen om te paaien. Om deze hindernis weg te werken
heeft men een merkwaardige constructie gebouwd: ter hoogte van de stuw
is een omleiding in de rivier gelegd. Het water stroomt er naar beneden
langs een reeks brede lage trappen. Onderzoek heeft aangetoond dat meer
dan twintig vissoorten van deze weg gebruikmaken.
9. Oude Gasthuis
Het Herentalse gasthuis, ontstaan voor 1253, is ongetwijfeld het oudste
van de Kempen. Van 'gasthof' evolueerde het geleidelijk naar
'ziekenhuis'. Het maakte deel uit van een klooster van de zusters
augustinessen.
U ziet vier gebouwen waarvan de architectuur van historisch belang is.
De ingangspoort en het oude klooster stammen uit de zeventiende eeuw.
Let vooral op de zestiende-eeuwse kapel, met gotische koorramen, spits
lantaarntorentje en laag buitenportaal. Ze wordt nog steeds gebruikt
voor huwelijken en uitvaartplechtigheden.
In het oude klooster vinden nu verschillende diensten van het Herentalse
OCMW onderdak.
In de gasthuisschuur vindt u de oudste delen van het
domein. In het gebinte van de schuur zitten balken van rond het begin
van de veertiende eeuw.
Het Oud Gasthuis vormt een opmerkelijk geheel
met het rood bakstenen
ziekenhuis uit het interbellum, het ziekenhuis uit de tweede helft van
de twintigste eeuw, en een splinternieuwe vleugel uit de eenentwintigste
eeuw.
10. Kasteel Le Paige
De Le Paiges waren een vooraanstaande Herentalse familie. Verschillende
leden van de familie zijn burgemeester van Herentals geweest.
Bij de geboorte van Henri Le Paige in 1806 liet zijn vader 30 eiken
planten op het domein aan de Nederrij. De kiem van het arboretum was
gelegd.
Nu staan er meer dan 70 verschillende boomsoorten uit de hele wereld in
het park.
De waterpartij in de tuin is een restant van de oude vesten
rond de stad, net zoals de aarden wal met paviljoen en ijskelder.
Het kasteel zelf is gebouwd in 1892. De bouwstijl kan eclectisch genoemd
worden: elementen uit de renaissance, barok en classicisme vormen een
neostijl. In het interieur vinden we een aanzet tot art nouveau. Het
smeedijzeren hek aan de voortuin is van de Herentalse ijzergieter Van
Aerschot.
Sinds de restauratie in 2000 heeft het kasteel een sociaal-culturele
functie. Tijdens tentoonstellingen is het kasteel vrij toegankelijk.
11. Sint-Josefinstituut
De gebouwen van het Sint-Jozefinstituut hebben een
lange voorgeschiedenis. Vanaf 1820 groeide het begijnhof uit tot een
onderwijscentrum. De begijnen richtten er een huishoudschool op voor
arme meisjes. In 1835 kwamen de lekenonderwijzeressen Maria Theresia en
Jeannette Van Heteren zich op het begijnhof vestigen.
De school werd in 1850 omgevormd tot een gemeentelijke lagere
meisjesschool.
De lessen werden gegeven in twee begijnenhuisjes aan de
westzijde van het begijnhof. Maria Theresia Van Heteren was er
schoolhoofd. In 1848 werd gestart met de Normaalschool. Bijna alle
begijnenhuisjes langs de Burchtstraat werden hiervoor gebruikt.
Geleidelijk groeide het aantal leerlingen. Een nieuw schoolgebouw werd
in gebruik genomen in 1904. Door een uitbreiding in 1914 kreeg de school
haar huidige omvang.
12. Begijnhof
Al voor 1266 werd het oude begijnhof aan de andere oever van de Kleine
Nete (Nieuwland) gesticht. Het huidige begijnhof werd gebouwd in de
zeventiende eeuw. De poort in de Burchtstraat werd gebouwd in 1630, het
poortgebouw aan de kant van de Begijnenstraat al in 1622. Het oudste
huis van het begijnhof is het Fundatiehuis (1657), tegenover de ingang
van de Sint-Catharinakerk (1599-1614).
Tegenover 'Ons Heer op de koude steen' aan de kerk staat de infirmerie.
In het gebouw werden arme en zieke begijnen opgevangen. De infirmerie is
in haar oorspronkelijke staat behouden gebleven. Ze staat in een rij
achttiende eeuwse huizen.
Vroeger was het begijnhof veel groter, maar in de jaren zestig van de
twintigste eeuw is een groot deel afgebroken. Het begijnhof is nu onder
beheer van het OCMW. De woonhuizen zijn in erfpacht gegeven. De
erfpachters zijn verplicht de huizen te renoveren volgens welbepaalde
voorschriften.
13. Augustijnerklooster
De paters augustijnen vestigden zich in 1613 in Herentals om onderricht
te geven in de Latijnse school. In 1616 werd de eerste steen gelegd van
het Augustijnenklooster, waarvan nu enkel de infirmerie,
1692, overblijft. Het klooster
heeft erg geleden onder de Boerenkrijg. Tijdens de slag van Herentals op
28 oktober 1798 zijn de gebouwen van het klooster door de Franse
soldaten in brand gestoken en grotendeels verwoest. De paters
augustijnen keerden daarna niet meer terug in Herentals.
De infirmerie heeft onder andere gediend als tabaksmagazijn
en
vervolgens als brandweerkazerne. De laatste ingrijpende verbouwing
gebeurde in 1992. Sindsdien worden hier de archieven van de stad
bewaard. Aan de buitenkant valt vooral de moderne zijaanbouw op, waarin
de ingang is ondergebracht.
Bron is:
De brochure "Herentals, Historische
stadswandeling".
Toerisme Herentals
Grote Markt 35 I 2200 Herentals I tel. 014-21 90 88
www.herentals.be I
toerisme@herentals.be
Openingsuren: weekdagen van 9 tot 12 uur en van 13.30 tot 16 uur
- niet open op maandagnamiddag -
weekend elke zaterdag open van 10 tot 14 uur -
in juli en augustus zondag open van 10 tot 14 uur
Omgeving
Morkhoven, 8 km Z
De toren van de neogotische Sint-Nicolaaskerk dateert
uit de 13de en 15de eeuw. Op de Bertheide staat het Museum Schedelhof, met
een verzameling dierenschedels uit de gehele wereld.
Noorderwijk, 5 km Z
Bij de neogotische Sint-Bavokerk hoort een stevige
westtoren in Kempische baksteengotiek, 15de eeuw. De kapel van
Onze-Lieve-Vrouw-van-'t-Zand heeft meubilair uit de 17de en 18de eeuw dat
deels uit de vroegere dorpskerk stamt.
Olen, 4 km ZO
Deze plaats is in heel Vlaanderen bekend vanwege de
tinnen pot met de drie oren van keizer Karel V. De gotische
Sint-Martinuskerk, met zijbeuken uit 1777, heeft een vieringtoren in
zandsteen en een fraai rococomeubilair. De pastorie is uit 1769.
Vorselaar, 8 km NW
De driebeukige Sint-Pieterskerk bezit nog een koor,
middenbeuk en westtoren uit de 15de en 16de eeuw. De uivormige spits van
de toren dateert uit 1761. In Vorselaar staat bovendien het imposante
waterslot de Borrekens, dat teruggaat tot de 13de eeuw. Wat men nu ziet,
is een neogotische reconstructie uit de tweede helft van de 19de eeuw.
Uw accommodatie in België
kunt U goed boeken via
Hotels/Appart./België. Er zijn 4966 Hotels/Appartementen online
boekbaar.
Uw accommodatie in Luxemburg
kunt U goed boeken via
Hotels/Luxemburg. Er zijn 246 hotels/appartementen online boekbaar.
Algemene
informatie over België
Algemene
informatie over Luxemburg |