CAIRO, hoe een hoofdstad kan uitgroeien, naar overzicht Egypte
Gedurende de het hele farao­tijdperk werd de rechteroever van de Nijl ten zuiden van Heliopolis overdekt door moeras en papyrusriet.

    
Verderop, richting Mokkattam, strekte zich de Keraha Woestijn uit, waar Horus en Seth strijd met elkaar geleverd zouden hebben. Op die plaats werd hoogstwaarschijnlijk tijdens de Perzische overheersing een vesting gebouwd die door de Grieken het Babylon van Egypte werd genoemd. In de Romeinse tijd was er een legioen gelegerd. Toen de Arabieren in 640 Egypte binnenvielen, nam hun opperbevelhebber Amribn al-As het fort in. Op de plaats waar hij zijn tent had opgezet, stichtte hij een moskee waaromheen een nieuwe stad ontstond. Deze kreeg de naam Fustat oftewel 'de tent'.

Plattegrond van CairoDe Koptische wijk van Oud-Cairo, pal tegenover de zuidpunt van het eiland Rodah,
kenmerkt zich door mooie statige kerken en oude kalme straatjes rond het oude fort van Babylon. Ten noorden hiervan ligt de moskee van Amr, die tal van ingrijpende verbouwingen onderging, aan de rand van het opgravingterrein van Fustat. Men bevindt zich hier in een van de vele van leven bruisende centra van Cairo die in de loop van de tijd in de nieuwe stadsdelen ontstonden.

Na de verovering door de Arabieren werd Fustat de hoofdstad van Egypte.
Het leven in de kleine hoofdstad speelde zich gedurende meer dan twee eeuwen rond de moskee van Amr af. In 870 echter besloot Ahmad ibn Tulun, die Egypte uit naam van de Abbassidische kalief van Bagdad regeerde, om zijn residentie een stuk naar het noorden, naar de hoogte van Yechqar, te verplaatsen. Vervolgens gaf hij stukken grond in de directe omgeving hiervan in bezit van zijn officieren en gunstelingen. De nieuwe hoofdstad kreeg de naam al-Qata'i, een term waarmee toegewezen kavels aangeduid worden. In dezelfde periode verklaarde Ibn Tulun zich onafhankelijk van Bagdad en stichtte hij de dynastie die zijn naam zou dragen. In het hart van de stad, met een omtrek van duizend passen in het vierkant, liet hij een moskee bouwen, het enige dat nog over is van deze stad.

Toen Egypte in 969 uit naam van de Fatimiden uit Tunesië door Geihar veroverd werd, besloot deze om nog verder noordwaarts een nieuwe hoofdstad te stichten.
Er verrezen stadsmuren die al-Askar, een buitenwijk van Fustat, en al-Qata'i .omvatten, maar het centrum kwam in het noorden rond de al Azhar te liggen. Deze nieuwe moskee zou als lichtend middelpunt van de nieuwe hoofdstad gaan fungeren. In dezelfde tijd kreeg de stad haar definitieve naam, al-Qahi­rah, hetgeen zoveel wil zeggen als 'zij die overwint'. Het is de vrouwelijke vorm van al­Qahir, de planeet Mars, die aan de hemel verscheen toen de werkzaamheden ter hand genomen werden.
Door opeenvolgende sultans en kaliefen werd de stad voortdurend verfraaid
en met paleizen en moskeeën opgeluisterd. De aanleg van de citadel aan het eind van de 12de eeuw is bijvoorbeeld aan Saladin te danken. In zijn tijd werden ook de bakstenen stadswallen door nieuwe van blokken natuursteen vervangen en breidde de stad zich naar het zuiden uit.
Aan het begin van de vorige eeuw kwam er een eind aan de constante verfraaiing van Cairo. De stad breidde zich naar de linkeroever van de Nijl en ver naar het noorden uit om aan bijna 15 miljoen inwoners onderdak te bieden.

Egyptisch museum
, Midan el-Tahrir, zie de plattegronden
De Franse egyptoloog Auguste Mariette (1821-1881),
aan wie nog een bronzen gedenkteken en een marmeren sarcofaag in de tuin herinneren, legde in 1857 met de belangrijkste vondsten uit de roemrijke geschiedenis van Egypte de bakermat voor dit museum. De totale collectie kwam in 1902 ten slotte hier terecht. Voor die tijd waren de stukken in verschillende plaatsen ondergebracht.
Helaas barst dit gebouw door de enorme hoeveelheid nieuwe vondsten en aankopen bijna uit zijn voegen.
Vooral sinds de ontdekking van het graf van Toetanchamon door Howard Carter in 1922, waarvan de schatten nu bijna de gehele bovenverdieping van het museum in beslag nemen, kan nu nog maar een klein gedeelte van het totale bezit getoond worden en staat het overgrote deel van de objecten opgeslagen in de magazijnen. Dit alles neemt niet weg dat de bezoeker (zeker wanneer men dit museum voor de eerste keer bezoekt) overdonderd wordt door de enorme hoeveelheid kunstschatten.
Het is natuurlijk absoluut onmogelijk om alle grote en kleine kostbaarheden die in dit belangrijkste museum van Oudegyptische kunst staan opgesteld, te noemen.
Dat zou namelijk een eindeloze lijst met namen en getallen opleveren. Daarom beperken wij ons hier tot het beschrijven van de hoogtepunten aan de hand van de 2 schetsen van het museum, waarvan de nummers overeenkomen met de officiële zaalnummering, en het noemen van de belangrijkste stukken.

Benedenverdieping.
De bezoeker kan hier, als men de aangegeven richting volgt, een reis maken door de geschiedenis van Egypte. Hieronder volgen de belangrijkste objecten.

Prehistorie:
Narmerpalet; stenen vaatwerk; ivoren dobbelstenen.
Oude Rijk:
zittend beeld van Djoser (3de dynastie), afkomstig van zijn piramide bij Saqqara; diorieten beeld van Chefren (4de dynastie, Giza); houten beeld van de dorps burgemeester, kalkstenen schrijversbeeld (3de-5de dynastie); granieten palmenzuilen, afkomstig van de vereringstempels van Unas en Sahure (resp. Saqqara en Abusir); houten panelen van Hesira uit Saqqara; reliëffragmenten en het hoofd van een standbeeld van Sahure (5de dynastie); kalkstenen beelden van prins Rahotep en zijn vrouw Nefertiti [Nofret] (4de dynastie, Meidum); kalkstenen beeld van de priester Ranofer (5de dynastie, Saqqara); beeld van Ti (5de dynastie, Saqqara); koperen beelden van Pepi I en Merenre (6de dynastie, Hierakonpolis); beeldengroep van de dwerg Seneb met zijn familie (6de dynastie, Giza); de ganzen van Meidum (6de dynastie).
Middenrijk:
zandstenen beeld van Mentoehotep II (11de dynastie, Deir el-Bahari); kalkstenen beeld van Amenhem­het III (12de dynastie, Fayoem); kalkstenen en houten beeld van Sesosteris I (12de dynastie, Lisjt); rood granieten stèle van Sesosteris III (12de dynastie, Deir el-Bahari); zwarte granieten
sfinxen van Amenhemhet III uit Tanis.
Nieuwe Rijk:
kalkstenen sfinx van Hat­sjepsoet (18de dynastie, Deirel-Bahari); diverse stèles van Amenhotep III, Toetmosis IV, zijn moeder, de koningin van Punt (uit Deir el-Bahari) en andere farao's en hoogwaardigheidsbekleders; beeld van Chonsu uit de periode van v lak na de Amarnatijd; zaal vol voorwerpen uit de tijd van de ketterse farao Amenhotep IV / Echnaton en diens, om haar schoonheid zo geroemde, echtgenote Nefertiti.
Late tijd:
kop van een standbeeld van Ta­harka (25ste dynastie); beeld van de godin Thoëris (26ste dynastie, Kamak); diverse stèles uit de Ptolemaeëntijd; al­
basten beeld van Amenirdis; exemplaar van het in drie talen opgestelde Kanopusdecreet (238 v.C., Abukir).

Bovenverdieping.
Op deze verdieping zal de bezoeker boven alles de schatten van Toetanchamon bewonderen. Het leven van deze op 18- of 19-jarige leeftijd gestorven farao, met wie de Amarnatijd definitief beëindigd werd, is nog voor het grootste gedeelte in het duister gehuld. Maar de ontdekking van zijn nog vrijwel onaangetaste graf behoort tot een van de hoogtepunten uit de ge­schiedenis van de archeologie en heeft de wereld een onvoorstelbare schat van overweldigende schoonheid opgeleverd.
Experts beschouwen de gouden sarcofaag (zaal 4 ),
het vergulde mummiemasker(zaal 4) en de gouden troon met op de leuningen afbeeldingen van de jonge koning en zijn vrouw onder de beschermende stralen van de zon, als de indrukwekkendste stukken uit dit graf. Maar ook de andere objecten, grote en kleine, van eenvoudige ringen via aardewerk, cultische en gebruiksvoorwerpen en standbeelden tot een levensgrote praalwagen aan toe, zijn imposante voorbeelden van de Egyptische artisticiteit en vaardigheid.
Maar deze etage, waar men ook weer een reis in de geschiedenis kan maken maar dit keer gezien vanuit de ontwikkeling van kunst en kunstnijverheid, biedt de bezoeker nog veel meer hoogtepunten.
Helaas blijft het merendeel daarvan meestal onderbelicht. Zo zijn er houten modellegers (uit Assiut) en modellen van boerderijen en werkplaatsen (uit Thebe-West), de complete grafuitrusting van waaierdrager Maherpa (18de dynastie, gevonden in het Dal der Koningen), de vondsten uit het graf van Tuja en Juja, de ouders van koningin Teje (en daardoor de grootouders van Echnaton).

De sieradenzaal is gevuld met prachtige kleinodiën.
Niet helemaal toevallig en zeer wenselijk was het dat de toenmalige president Sadat besloot de mummiezaal voor publiek te sluiten. Hierdoor kunnen de groten uit het verleden, van wie Ramses II wel de beroemdste is, die ooit met ontzag voor de eeuwigheid waren gereedgemaakt maar nadien door hebzuchtige grafrovers zonder enige eerbied waren verminkt, nu eindelijk de bedoelde rust herkrijgen.

Uw accommodatie
in Egypte kunt u goed boeken via Hotels/Appartementen/Egypte. Laagste prijsgarantie!
Via Hotels.Appartementen.Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een accommodatie in 71 landen.