|
EL FAIYUM,
het domein van de krokodil god, naar overzicht
Egypte. El Faiyum,
90 km Z.W. van Cairo, beslaat een uitgestrekte depressie die meer dan 40
m beneden de zeespiegel aan de rand van de Libische Woestijn ligt. Het diepste punt van de
depressie wordt door een meer opgevuld. De met zorg in cultuur gebrachte
landbouwgronden worden bevloeid door riviertjes en beekjes die vanaf de Bahr Joessef, een lange aftakking van de Nijl die vanaf Asyut
parallel met de rivier loopt, uitwaaieren.
In de oudheid was het meer, waarvan
de Arabische naam 'Birket Karoen' luidt, veel groter.
Het stond bij de
oude Egyptenaren bekend als pet Merour (het Grote Meer), wat de Grieken
op hun beurt tot Moeris verbasterden. De plaatsnaam Faiyum is afgeleid
van het Koptische Pbiom, 'de zee', een term die duidelijk naar het
uitgestrekte karakter ervan verwijst.
Dit bevoorrechte oord werd in het verleden overwoekerd door een
weelderige flora die een zeer diverse fauna herbergde.
Men heeft er
enkele van de eerste neolithische nederzettingen van Egypte ontdekt.
Naar het schijnt beschouwden de farao's van het Oude Rijk dit gebied
alleen maar als een jacht- en vis gebied voor hun persoonlijk genoegen.
De farao's van de 12de dynastie begonnen, Sesostris II was
waarschijnlijk de eerste, met de weloverwogen ontginning van El Faiyum
voor landbouwdoeleinden.
Er werd een netwerk van irrigatiekanalen
aangelegd, terwijl er vlak bij de residentie, in Illahoen, een serie
sluizen in de Bahr Joessef verschenen om het debiet te kunnen
beïnvloeden. Sesostris II liet er een piramide bouwen waarvan de
overblijfselen nog altijd hoog boven de streek uittorenen. In de
omgeving werd de residentie uit dezelfde tijd deels opgegraven. Deze
stad besloeg een enorme rechthoek waarin de straten haaks op elkaar
stonden. De stedelijke bebouwing, de huizen waren allemaal volgens
hetzelfde type gebouwd, viel grofweg in drie wijken uiteen; in het
westen stonden de behuizingen met vier tot twaalf kamers pal naast
elkaar; de oostelijke wijk was ruimer opgezet, de grote huizen met
binnenplaatsen konden wel tot vierentwintig kamers bevatten. Tussen
deze wijken in verrees een 'akropolis' waarvan men aanneemt dat het de
verblijfplaats van de farao was. Het lijkt erop dat de westelijke wijk
bestemd was voor de arbeiders van de necropolis terwijl de hoge
ambtenaren aan de oostkant gehuisvest waren.
Onder Amenemhat III schoof de hoofdstad op naar het centrum van El Faiyum, richting Hawara.
Hij liet er een piramide en een graf tempel
bouwen. Van de laatste bleef niets over en dat valt te betreuren, want
dit grandioze monument was niets minder dan het Labyrint uit de Griekse
mythologie zoals dat door Strabo beschreven werd. Het bouwwerk omvatte
drieduizend kamers verdeeld over twee verdiepingen, en twaalf
binnenplaatsen; er liep een promenade omheen waarvan de overkapping
door tientallen zuilen ondersteund werd.
El Faiyum werd vervolgens in het Griekse tijdperk vergaand gekoloniseerd
door de Griekse veteranen die van Ptolemaeus II toestemming kregen om
zich hier te vestigen.
Dit verklaart waarom er in deze streek zo veel
Griekse papyri aangetroffen worden. El Faiyum grossiert in ruïnes,
fraaie landschappen en bezienswaardigheden, waaronder het stadje Tamiya
dat in het noorden van de depressie achter hoge vestingwallen dommelt.
De monumentale duiventillen ter plaatse zijn karakteristiek voor de
streek.
Uw accommodatie in Egypte kunt u
goed boeken via
Hotels/Appartementen/Egypte
Wereld wijd
zijn er 590.000+ hotels, appartementen en villa's online boekbaar via:
http://www.booking.com/index.nl. |