|
TELL AL-AMARNA, een aan God gewijde stad, naar overzicht Egypte. Onder deze generieke benaming valt een uitgestrekt gebied in de vorm van een halve maan tussen de Nijl en het Arabisch gebergte. Tell al-Amarna is een verbastering van At-Till al-Amarna, de benaming voor een bedoeïenenstam die zich zo'n twee eeuwen geleden in deze contreien vestigde. Aan de rand van de woestijn steken de koepeldaken van de diverse mausolea, die op zichzelf al een omweg waard zijn, boven de begraafplaats uit. Deze plaats werd tegen 1370 v.c. door Amenophis IV uitverkoren om een nieuwe stad te bouwen die gewijd zou worden aan de god die zich aan hem onder de naam Aton geopenbaard had. En natuurlijk werd het de nieuwe hoofdstad. Aton staat voor de zichtbare schijf van de zon middels welke de godheid
zich aan de mens vertoont. Hij maakte al op bescheiden wijze opgang onder de twee voorgangers van Amenophis IV, maar de laatste proclameert hem tot zo goed als de enige god van Egypte. Om duidelijk te maken dat de nieuwe cultus, waarvan hij in zekere zin de profeet is, voor hem van allesoverheersend belang is, neemt de farao de naam Akhnaton aan. In het vierde jaar van zijn regering zal hij zich met zijn echtgenote Nefertiti en zijn hofhouding in de nieuwe hoofdstad vestigen. Deze krijgt de naam Akhetaton, 'de stad aan de horizon'. Aan de rand van de woestijn verrijst dan ook uit het niets in snel tempo een heuse stad waar het koninklijk paleis via een loopbrug rechtstreeks met de tempel verbonden is. In het noordelijk en zuidelijk gedeelte van de stad verrijzen paleizen en de edelen laten er kastelen van huizen, met schitterende tuinen, bouwen. Er verschijnen wijken voor de talloze ambachtslieden die voor de bouwen de verfraaiing van de stad ingezet worden. Er wordt een waar leger aan ambtenaren onderdak gebracht en velen worden aangetrokken door de perspectieven en mogelijkheden die een residentie nu eenmaal biedt. Tijdens de dertien jaren die zijn bewind nog zal duren vanaf zijn komst
alhier zal Akhnaton de stad niet meer verlaten. Hij houdt zich bezig met
staatszaken, maar wijdt zich bovenal aan de verering van zijn god en de
vervolmaking van zijn leer.Hij stelt Aton voor als een scheppende god, de heer en meester van al het bestaande. De godheid vertoont zich altijd en alleen in de gedaante van een zonneschijf waarvan de vruchtbaarheid brengende stralen op zijn aanbidders vallen. Als god van liefde onthoudt hij zich van geweld en predikt hij de universele harmonie. Als offergaven verlangt hij slechts bloemen, vruchten en wierook als hij 's morgens in de verblindende gedaante van de zon hemelwaarts schrijdt. Alle magische rituelen van de vroegere Amoncultus worden overboord gezet en in de graven worden de wederwaardigheden van de ziel in het hiernamaals niet meer afgebeeld. Hetzelfde geldt voor het oordeel van Osiris, in wie men immers niet meer gelooft. Vanaf nu wordt alleen het leven zelf nog uitgebeeld en dan met name het gezinsleven van het koninklijk paar met hun dochters en officiële gebeurtenissen tijdens welke de naaste verwanten van de koning onderscheidingen en goud ontvangen. Maar bovenal ziet men liturgische taferelen van de eredienst aan Aton waarvan de koning en de koningin, in een enkele persoon verenigd, de enige celebranten zijn. Maar de religieuze revolutie strekt verder dan dat. Met behulp van opmerkelijk begaafde kunstenaars ontstaat er onder Akhnaton een naturalistische kunst waarin men zelfs zo ver ging om de vormen te vertekenen. Als reactie op de oude normen kwam de nadruk op de lichamelijke tekortkomingen te liggen. Niettemin was deze godsdienst geen lang leven beschoren, temeer daar de farao overging tot de vervolging van het priesterdom van Amon, die bij de Egyptenaren in hoog aanzien stond. Al vlak na zijn dood keerde zijn opvolger Toetankhamon naar Thebe terug en kon Amon zijn bevoorrechte positie weer innemen. En daarmee was de oude orde weer hersteld.
Uw accommodatie in Egypte kunt u
goed boeken via
Hotels/Appartementen/Egypte. Laagste prijsgarantie! |

