|
EILANDEN VAN DE DODEKANESOS.
Naar overzicht Dodekanesos. Naar
startpagina Gr.. Naar
steden- , regio- en eilandenlijstaz.
Naar uw accommodatie!
KOS, gelatiniseerd: Cos, is een langgerekt eiland
met een staart, in totaal 270 km2.
Interessant is een boottocht naar de Turkse stad Bodrum, in de oudheid: Halikarnássos, geboortestad van Herodotos en bekend om zijn mausoleum,
het grote grafmonument van Mausoleus, de Carische satraap.
Kos, gezellige gelijknamige hoofdstad ▲
ligt in het zicht van de Turkse
kust. Daar woont de helft van de eilandbewoners; de rest verbouwt graan,
olijven, citrusvruchten en wijndruiven in de vruchtbare vlakten aan de
noordzijde van het eiland, waar ook de weinige wegen lopen. U ziet dat
al meteen als u vanaf het vliegveld, aan de andere zijde van het
eiland, naar de hoofdstad rijdt. De zuidzijde van Kos is bergachtig,
met als hoogste tot de Dikeos, 846 m, niet ver ten zuidwesten van de
hoofdstad.
In oude tijden was Kos beroemd om zijn wijn,
doorzichtige zijden gewaden, zalven en vooral om zijn Asclepios-heiligdom. En hoewel Kos thans geen kuuroord meer is, zoals in
de oudheid, gaan weer steeds meer mensen begrijpen dat een verblijf op Kos heel heilzaam kan zijn.
Kos, lag
oorspronkelijk aan de zuidwestkant van het eiland, ▲
maar na een
verwoesting door de Spartanen tijdens de Peloponnesische Oorlog bouwde
men in 366 v. C. een heel nieuwe stad op de noordoostpunt waar ook u nu
naar alle waarschijnlijkheid een onderkomen zult vinden. In de
hellenistische tijd werd het op monumentale wijze uitgebreid en
verfraaid naar voorbeeld van Pérgamon.
Helaas verwoestte Mithridates,
de VIde koning van Pontus, al dit fraais in het jaar 88 v. C. tijdens zijn
oorlog tegen de Romeinen, de toenmalige heersers. Opgravingen in de
jaren 1902-1904 onder Duitse en na 1922 onder Italiaanse leiding hebben
een en ander. weer aan het licht gebracht.
Het meest opvallende monument, ▲
is overigens, net zoals op Rhódos, een Kasteel van de Hospitaalridders,
een
indrukwekkende kruisvaardersburcht uit de 15de eeuw, toen hier de
Johannieters waren neergestreken, na uit het Heilig Land verdreven te
zijn. De kruisridders verloren overigens ook dit achterhoedegevecht,
want Kos viel in handen van de Turken in 1523 en bleef dit tot 1912 toen
de Italianen de heerschappij overnamen. Pas in 1948 werd Kos weer een
deel van Griekenland.
Plataan van Hippocrates,
- uit het geslacht
der Asclepiaden, de beroemdste Gr. geneesheer, geb. 460 v.Chr., de
grondlegger van de medische wetenschap, wiens geschriften steeds weer
gecommentarieerd werden en tot in de zeventiende eeuw de grootste
autoriteit - een oeroude boom met een omtrek van twaalf meter op het
plein voor de burcht.
Wellicht heeft de eerste Griekse arts hier
inderdaad in de schaduw van een plataan zijn baanbrekende ideeën
uiteengezet, maar dan moet het wel een voorvader geweest zijn van de
huidige boom, die overigens wel zo'n vijfhonderd jaar oud is en daarom
zeker eerbiedwaardig.
Agora, de grote markt uit de oudheid, ▲
de Romeinen spraken van Forum, eens het levendige middelpunt van de
havenwijken. Kos was eeuwenlang een groot handelscentrum. Er zijn
fundamenten blootgelegd van Griekse en Romeinse bouwwerken, uiteraard
van na 366 en vóór 88 v. c., onder meer enige zuilengalerijen en
tempels, en een terrein gewijd aan Afrodite, godin van de liefde, met
twee tempels, respectievelijk Pandemos , van het volk, en
Pontia, van de zee. Ook elders in de stad vindt u nog menig
opgravingterrein, bijv. zuidwaarts gaande een
Casa Romana,
een door de Italianen
opgegraven Romeinse patriciërswoning met opmerkelijke mozaďekvloeren;
de fraaiste zijn overigens overgebracht naar Rhódos.
Hellenistische Tempel, ▲
vermoedelijk gewijd
aan wijngod Dionysos.
Odeon -
(in de oudheid) gebouw waarin
dichterlijke en muzikale wedstrijden werden gehouden - , geheel gerestaureerd.
Romeinse wijk,
althans grote delen van een door de Romeinen in
de 2de en 3de eeuw na Christus gebouwde stad.
Archeologisch museum, ▲
met een interessante
collectie mozaďeken, beeldhouwwerken en vazen, veelal afkomstig van het Asklepiéion. Op het aangrenzende Eleftheriasplein herinnert
Asklepieion.
▲
De ruďnes van het Asclepios-heiligdom, in 544 n.
C. door een aardbeving verwoest, eens het Lourdes van de oudheid en
thans nog de belangrijkste bezienswaardigheid van Kos, vindt u 4 km ten
zuidwesten van de hoofdstad.
Kos werd vele eeuwen voor het begin
van onze
jaartelling gekoloniseerd door Doriërs uit Epidauros, de allerbekendste
heilige plaats van Asclepios, god der geneeskunde; gelatiniseerd: Aesculapius, denk aan het Esculaapteken op de auto van uw dokter.
Overigens is het goed mogelijk dat de Asclepios-cultus al is ingevoerd
door nog eerdere immigranten uit Thessalië.
Kos dankt van oudsher ▲
een groot deel van zijn
voorspoed aan zijn Asklepiéion. Het was als bedevaartsoord al wijd en
zijd bekend toen het eiland lid was van de Delisch-Attische en van de
Tweede Attische Zeebond. En die faam groeide nog onder de heerschappij
van Mausoleus, satraap - titel der stadhouders van provincies in
het oude Perzische rijk - van Carië, zetelend in het nabije
Halikarnássos, en nog later onder de Ptolemaeën, bevorderaars van
kunsten en wetenschappen.
Het heiligdom ▲
kreeg tussen de 3de en lste eeuw voor
onze jaartelling zijn definitieve vorm van drie boven elkaar liggende
terrassen, verbonden door een monumentale trap. Ook wij beginnen thans
onze bedevaart op het laagste niveau: de begane grond, die we daarmee
zouden kunnen beschouwen als het vierde terras met de schamele resten
van de Romeinse baden. Door de propylon, de ingang van het heiligdom,
betreedt u het onderste terras met in de rechterhoek een fontein; hier
waren geneeskrachtige warme bronnen, omgeven door zuilengalerijen.
Dan loopt u door naar het middelste terras
waar
zich verscheidene tempels bevonden, zoals een Romeinse tempel voor de
keizercultus in Ionische stijl en de oudst aanwezige tempel terplaatse, een Griekse tempel in Ionische stijl uit
de 4de eeuw v. C. waar eens de beroemde schilderingen van Apelles
te vinden waren, later overgebracht naar Rome. Voorts een groot Dorisch
altaar met zes bij elf zuilen. Via zestig treden en een 'tussenterras'
bereikt u het bovenste terras dat aan drie zijden was omgeven door
zuilengalerijen; de plaats waar eens de zwartmarmeren tempel van Asclepios prijkte en waar uw moeizame klim nu wordt beloond met een
prachtig uitzicht over het hele heiligdom, over de stad Kos en over zee.
Een goede plaats om even stil te staan bij het
verleden met zijn eredienst aan de genezende god Asclepios
Hippocrates, de eerste arts ▲
Het was een zoon van een Asclepios-priester en
tijdgenoot van Socrates - levend van 469-399 v. C., dus nog voor de bouw
van het nu zichtbare tempelcomplex - die begon met het nauwgezet
observeren van de talrijke zieken die ter bedevaart kwamen en het
systematisch ordenen van zijn waarnemingen op papier: Hippocrates, de
eerste echte arts in de moderne zin van het woord, werkend volgens de nu
nog geldende wetenschappelijke methode van onbevooroordeelde
observatie en voortdurende toetsing van de aldus verkregen kennis.
Door de invloed van Hippocrates
bouwde men later
bij tal van Asclepios-tempels ook sanatoria, waar de zieke niet alleen
genas door geloof en autosuggestie, maar waar de, psychische,
genezing ook weldoordacht werd bevorderd met behulp van dieet en
rustkuur. En dat uit louter medemenselijkheid, want 'Wie de mens ziet
lijden, moet helpen', volgens Hippocrates.
Wie daartoe aanleg bezit, ▲
moet de middelen zoeken
en toepassen. Hij mag z'n wetenschap niet voor zich houden en nog
minder verkopen voor duur geld. En als zijp hulp wordt ingeroepen, mag
hij daarvan nooit misbruik maken door de lijdenden te brengen tot enig
kwaad, door hun vertrouwen te schenden of door hun goede naam te
schaden.'
Nog altijd beginnen artsen hun beroep
met het
afleggen van de Hippocratische eed! Ook nog altijd bekend zijn Hippocrates' aforismen, zoals 'Corpulente mensen sterven eerder dan
magere' en 'Gezonden reageren slecht op geneesmiddelen'. 'Iets minder
voedzaam, maar wel lekker eten is te verkiezen boven eten dat louter
voedzaam maar niet zo aantrekkelijk is' en 'Het drinken van wijn stilt
de honger ook'.
PÁTMOS
▲
Het noordelijkste eiland van de Dodekánesos - 32
km˛ klein, tot 269 m hoog boven de zeespiegel
uitstekend doemt aan de horizon op als een kale, barre rotsmassa en
schrikt op het eerste gezicht nogal af. Een geschikt verbanningsoord,
zullen de Romeinse overheden gedacht hebben, die er zelf zeker niet aan
land zijn gegaan. U komt via de smalle baai van het kleine haventje, Skála .
Wat u nu ziet is zeker geen groen eiland, ▲
maar wel
een eiland met in de verte op de top van een heuvel een dorpje van witte
kubussen, in fotogeniek contrast met een donkere burcht. Om die burcht
draait vrijwel al het toeristenbezoek aan Pátmos: meest dagtoeristen.
Buiten de uren waarop er een boot aankomt of vertrekt is het doorgaans
tamelijk stil. De stilte wordt dan slechts heel af en toe hoorbaar
gemaakt door het klingelen van kerkklokken of de kreet van een ezel.
Die (muil)ezels
laten pas echt van zich horen als
er weer een schip heeft aangelegd. Van het haventje (Skála) gaat een
bijna vier kilometer lange zigzagweg omhoog naar het hoofdplaatsje
Pátmos of Hóra ▲
dat uit de middeleeuwen stamt en gelegen is aan de voet
van de grote bezienswaardigheid van het eiland: de door witte
kubushuisjes geflankeerde donkere burcht, het indrukwekkende
klooster van Johannes.
Per muilezel komt u er in drie kwartier,
per taxi
binnen tien minuten. Onderweg zal men u zeker wijzen op een grot: de
grot waar Johannes zou hebben gewoond, links van de weg, nu
getransformeerd tot een kapel. Ernaast een tweede kapel, gewijd aan de
heilige Anna, met een prachtige 12de-eeuwse icoon. Tegenover de grotkapelligt sinds 1534 een orthodox seminarie, de z.g. Patmias, die in
zijn huidige vorm uit 1669 stamt.
Het eiland van Johannes ▲
U bent hier op het 'heilige eiland' van Johannes.
Het is niet zeker of déze Johannes, die werd verbannen uit Klein-Azië
en omstreeks 96 na Christus op Pátmos in een grot woonde, de apostel is
die het Evangelie en de Brieven van Johannes schreef. Wel zeker is dat
de Johannes van Pátmos visioenen kreeg die hij liet opschrijven door
zijn leerling Próhoros: dat boek is nu bekend als de
'Openbaring van Johannes' (of Apocalyps).
In de eerste eeuwen na het bekend worden van
J
ohannes' Openbaring werd Pátmos een pelgrimsoord voor de christelijke
wereld. Later, vanaf de 7de eeuw ongeveer, ligt het eiland verlaten en
verwilderd. In de 11 de eeuw, ten tijde van keizer Alexis I Komnenos,
sticht de later zalig verklaarde monnik Hristódoulos het eerste Johannesklooster, 1088, dat nadien nog vele malen zal worden verbouwd.
Na de Byzantijnse tijd kwam Pátmos onder de Venetianen en van 1523 tot
in de 20ste eeuw was het eiland Turks.
De Turkse machthebbers respecteerden ▲
echter de
enigszins autonome status van Pátmos en zo bleef het eiland een bolwerk
van Grieksorthodoxe cultuur. In het diepste geheim wortelde hier ook
het verzet tegen de islamitische overheersers van het christelijke
Hellas. In het bijzonder op de Patmias, de theologische school
van Pátmos, werkte men ijverig aan de bevrijding van het Turkse juk.
Meer dan tachtig jaar na het vasteland van Griekenland werd het eiland
in 1912 dan eindelijk bevrijd. . . door de Italianen, die er vervolgens
tot 1948 de baas bleven spelen.
Monastiron Ágiou loánou Theológou,
▲
het klooster van Johannes 'de Theoloog' (dit ter onderscheid van
'de Doper'; een derde Johannes 'apostel en evangelist' kent de orthodoxe
kerk officieel niet) maakt zoals gezegd meer de indruk van een militair
bolwerk dan van een religieus centrum, in het bijzonder op zondag, als
het 's middags gesloten is; op vrijdag en zaterdag is het na 12 uur niet
meer toegankelijk. Tot troost heeft u dan nog het labyrint van smalle,
bochtige straatjes met hagelwitte huizen om in rond te dwalen.
Het klooster ▲
is een ware opslagplaats van
Byzantijnse kunstvoorwerpen, zoals iconen en houtsnijwerk en allerlei
andere kerkelijke kostbaarheden met veel goud en zilver en edelstenen.
De rijk begiftigde schatkamer bevat onder meer tweehonderd iconen, de
11 de eeuwse tiara van Komnene keizer Alexis I en de kroon van patriarch Grigorios uit 1821. Op de tweede verdieping van het klooster bevindt
zich een waardevolle bibliotheek ('Psyches iatréion', ziekenhuis voor
de ziel) met vele honderden manuscripten; monnikenwerk. van de 6de tot
de 19de eeuw op perkament en papier, o.a. een Marcusevangelie uit de
6de eeuw, althans een deel ervan met prachtig vergulde en verzilverde
miniaturen. Ook de Florentijnse uitgave, uit 1496, van de
'Argonautica' van Apollonios van Rhódos is er te vinden.
In de voorhof ▲
van de hoofdkerk, narthex,
vindt u muurschilderingen, ook al met veel goud, en in deze kerk zelf, katholikon, een iconostase
- wand van beelden die in kerken van de
Byzantijnse ritus de altaarruimte scheidt van het schip van de kerk -
uit 1820 en het graf van de zalige Hristódoulos, de stichter van het
klooster. In de kapel van de Heilige Maagd, Panagia, ziet u een
prachtige iconostase uit 1607 en muurschilderingen uit 1745.
Stranden ▲
Bij Pátmion, in de baai van Skála, is een
goed bezocht strand met tamelijk schoon zand en water. Méloi,
ten noorden van de baai, is ook per bootje bereikbaar. Het strand is
vrij schoon. Kámbos, in de noordelijkste baai aan de oostzijde, per bus
bereikbaar, is het rustigst: schoon zand, hier en daar stenen, geen
voorzieningen, geen hotels. De zuidkust biedt een strand bij Grigos, zand en stenen.
LÉROS
▲
Is een vrij vruchtbaar eiland van 55 km˛ De
bewoners houden behalve hun wijn- en hun olijfgaarden ook nog menig oud
volksgebruik in ere. Aan de zuidkant zijn restanten te vinden
van versterkingen uit de oudheid.
Ágia Marina, de hoofdplaats,
ligt aan het
eind van een diepinsnijdende baai aan de oostzijde, aan de voet van een
Johannieter burcht, maar de lijnboot gaat doorgaans voor anker aan de
zuidwestkant in de diepinsnijdende baai bij Lakion.
KÄLIMOS
▲
Of Calymnos, is een tamelijk dor en kaal eiland met
een oppevlakte van 69 km˛ en een hoogste top van 678 meter; aan de
voet van deze heuvel vindt u ruďnes van de verlaten middeleeuwse
hoofdstad, Hóra.
Een myceens koepelgraf
dat aan de noordzijde bij
Emborió is gvonden, is een ander geschikt doel voor een speurtocht
over het eiland, waarbij u zult bemerken dat er toch ook nog weelderig
begroeide valleitjes zijn.
Van de eilandbewoners ▲
vindt u de meesten in de
gelijknamige hoofdstad die hoog tegen de helling van de zuidelijke baai
ligt uitgestrekt en aldus een schilderachtig havenfront biedt. Er is
een klein museum met enige plaatselijke vondsten uit een opgegraven
heiligdom van Apollo en een grot, Neolithisch. In een recenter
verleden hadden de Johannieters hier een vesting, terwijl de Venetianen
het eiland een tijd land als vlootbasis hadden.
Stranden en hotels
vindt u ten noorden van de
hoofdstad, bij Pánormos, 6 km; een strand met
fijn donker zand, bij Myrties, 8
km, strand met kiezel en donker zan,
bootverbinding met het eilandje Télendos en bij Masourion , 9 km,
met donker
zand. Alle stranden zijn per bus
bereikbaar.
Eiland van de sponzenduikers ▲
Kálimnos is vooral bekend als thuishaven
van een vloot van sponzenvissers, die overigens het grootste deel van
het jaar ver weg op zee zijn sinds de Egeďsche Zee feitelijk is
leeggevist en de kleine kaďks nu al helemaal naar de kust van Libië
moeten om aan de gewenste vangst te komen. Het Australische
schrijversechtpaar Johnston-Clift heeft daarover al eens een
boekje opengedaan ('The Sea and the Stone', ook vertaald) en een
monument aan de haven geeft de sponzenduikers dan ook welverdiende eer.
De 'badspons' is geen plant,
maar een
kolonie van gelijke diertjes die ieder voor zich water met voedsel
opnemen, maar gezamenlijk één afvoersysteem hebben. Onder water is de
spons zwart; hij 'bloedt' als hij door de sponzenduiker van de rotsige
zeebodem wordt losgesneden; blootgesteld aan lucht en licht krijgt de
spons pas zijn geelbleke kleur zoals de huisvrouw die kent en zoals hij
in Athene op straat wordt verkocht, en natuurlijk ook hier op Kálimnos,
waar de achterblijvers zich het hele visseizoen lang - uit in de lente,
thuis in de herst - bezig houden met de bewerking van de sponzen.
ASTIPÁLEA
▲
Ook Astypálaia, meet 95 km˛' en is zo grillig gevormd,
dat het beter is om te spreken van twee eilandjes, elk met vele baaien
en bochten, door een dwarsstuk met elkaar verbonden. Alles tezamen
vormt dat een letter H.
Door al die inhammen werd Astipálea in de oudheid
hoog geschat als vluchthaven voor vrijwel alle denkbare winden, maar
tegenwoordig wordt het eiland zelden bezocht.
De hoogste toppen meten 366 m,
op de oostelijke, en
482 m, op de westelijke helft. Op de oostflank van de westelijke helft
ligt het gelijknamige hoofdplaatsje waar de meeste eilanders wonen. Fundamenten van een agora en enige
tempels wijzen er op dat hier in de oudheid ook al mensen gewoond
hebben. Uw aandacht wordt vooreerst echter geheel opgeëist door een
imposante Venetiaanse vesting die boven Astipálea uittorent.
SÍMI
▲
Is een eiland, 58 km˛, hoogste top 616 m, op nog
geen twee uur varen ten noordwesten van Rhódos tegenover het
voorgebergte van Klein-Azië. Dat is dan ook de voornaamste attractie:
die boottocht over zee. Het gelijknamige hoofdplaatsje Simi is een
kleine concurrent van Kálimnos, zodat er alle kans is dat u er de
onwelriekende vangst van de plaatselijke sponzenduikers in de zon te
drogen zult zien liggen. Een bezoek kan gebracht worden aan Moni
Panormfti, een klooster aan de zuidwestkant van het eiland.
KÁRPATHOS
▲
Is in feite een scherpe bergkam in de machtige
keten die onderzee via Kreta en Rhódos van de Pelopónnesos naar
Klein-Azië loopt. Boven zeeniveau priemt deze eilandberg ter grootte van
287 km' nog eens 1215 m hoog in de blauwe lucht.
De gelijknamige hoofdplaats aan de oostzijde, ook
wel Pigádia genoemd, biedt weinig meer dan een ankerplaats voor
uw schip. En wat sinaasappelgaarden tegen de berghelling. En natuurlijk
een woonplaats voor de eilandbewoners.
Aan de andere kant van de bergkam, ▲
aan de
westzijde dus, vindt u bij Arkássa de overblijfselen van een
vroegchristelijke basiliek, de enige bezienswaardigheid, 13 km,
bergop, bergaf. Toch raakt Kárpathos de laatste jaren in bij de
toeristen dat er 's zomers al een
rechtstreekse verbinding is per
vliegtuig naar Rhódos en Kreta. Arkássa heeft een wat winderig zand- en
steenstrand. Beter beschut liggen het strand bij de
landtong Levkós en de oostelijke stranden van Apéla en Kiria Panagîa.
Noord-Kárpathos ▲
is zeer rustig en alleen over een nog maar net
gereedgekomen. Diafanion heeft kiezelstrand.
Ólympos is een bijzonder
aardig dorp;
het geldt als een van de meest authentieke gemeenschappen
in Griekenland en geniet de belangstelling van sociologen en
antropologen. Op toeristen is men hier niet zo gesteld. Bij aankomst
van een boot is er een pendeldienst tussen beide dorpen.
KASTELÓRIZON
▲
Kastelórizon, dat zijn naam dankt aan het 'rode
kasteel' dat de Johannieter Orde er in de middeleeuwen bouwde, is het
meest afgelegen Griekse eiland. Vanuit Rhódos is het nog liefst zeven
uur zuidoostwaarts varen; het vliegtuig doet er 45
minuten over.
Op de meeste kaarten van Griekenland is
Kastelórizon niet eens te vinden, of hoogstens als inlas. Op Turkse
kaarten vindt u het wel: slechts 900 meter uit de kust, tegenover het
Turkse stadje Kas ofwel het klassieke Antiphéllos. waar de resten van
een antiek theater en een orthodoxe kerk herinneren aan het verre
Griekse verleden.
Het autovrije eilandje meet nauwelijks 9 km˛, maar
droeg in de oudheid en ook nu nog wel de naam Megisti, 'grootste', waarvan de Turkse naam Meďs een verbastering is, omdat het toch altijd
nog het grootste is van een mini-archipel.
In de jaren tussen beide wereldoorlogen ▲
was
Kastelórizon een vrijhaven met zo'n twintigduizend inwoners, maar in de
oorlog werd het als Italiaanse vesting zo zwaar door de Engelsen
gebombardeerd dat vrijwel alle bewoners emigreerden, de meesten naar
Australië, anderen , waaronder de bekende Griekse politicus Mavros, naar
Athene.
Tussen de spookachtige resten ▲
van de eens zo
imposante koopmanshuizen wonen niet veel achterblijvers. Een Turkse nationalistische actie, de
'verovering' door een aantal journalisten van het onbewoonde
buureilandje Ra op de Turkse 'Dag van de Overwinning' , 30 augustus
1975, bracht deze vergeten eilandjes weer in de Griekse belangstelling,
zodat er ijlings plannen werden gemaakt voor snellere verbindingen, het
in 1986 geopende vliegveld heeft eerder een politieke betekenis,
restauratie van de fraaie huizen aan het havenfront en de ontwikkeling
van het toerisme, dat bovendien zal kunnen profiteren van de nabijheid
van het Turkse vasteland, want de altijd al goede contacten met Kas
zijn thans beter dan ooit tevoren, onder het motto: Kastelórizon ligt
erg ver van Athene, Kas ligt erg ver van Ankara, Kastelórizon en Kas
liggen erg dicht bij elkaar. . .
Een kijkje waard is de z.g. Blauwe Grot,
waarin zee en lichtval een sprookjesachtige sfeer te voorschijn toveren, alleen per bootje bereikbaar.
** Uw accommodatie
in Griekenland
kunt U goed boeken via
Hotels/Booking/Griekenland. Er zijn meer dan 4000 hotels/appartementen
etc. online boekbaar.
**
Booking is meer dan alleen hotels: zie eens
”Alle accommodatietypes”!
** U vindt er o.a.:
Appartementen
-
Resorts -
Villa's -
Hostels -
Accommodaties met onsen -
Bed & Breakfasts -
Pensions -
Motels -
Ryokans -
Vakantieboerderijen -
Vakantieparken -
Campings -
Botels -
Herbergen -
Aparthotels -
Vakantiehuizen -
Lodges -
Accommodaties bij particulieren -
Landhuizen -
Luxe tenten -
Capsulehotels -
Lovehotels -
Riads -
Luxe
Chalets ▲
|