|
INDIA: MOEDERLAND,
vroegste Indische kunst kent men van de Induscultuur, 2400-2000 v. Chr.
- vroegste boeddhistische kunst, te weten reliëfs op toegangspoorten en
balustraden van stoepa's, is meteen zuiver Indiaas.
Naar
overzicht kunsthistorie.
Naar uw accommodatie!
Van de Induscultuur
tot de Mauryadynastie
De vroegste Indische kunst kent men van de Induscultuur, 2400-2000 v.
Chr.. Naast een geheel autochtone stijl is er minstens nog één andere
verwant met een vreemde kunst, te weten van Mesopotamië. Van hetgeen in de
daarop volgende 1500 jaar op artistiek gebied in India is voorgevallen, is
nauwelijks iets bekend. Des te merkwaardiger is de verwantschap tussen de
beroemde dierenkapitelen op de edictzuilen van keizer Ashoka, die in
Noord-India de boeddhistische leer tot landswet maakte, Mauryadynastie,
320-185 v. Chr., en Perzische zuilbekroningen uit de Achameniedentijd,
557-330 v. Chr..
Internet - Induscultuur ▲
Harappa, including a link to
The Ancient Indus
Valley, with an:
Introduction
- Mohenjodaro
- Indus Valley
Script -
Ancient Harappa
in 3-D (Wayne Belcher) -
90 slides
(Jonathan Mark Kenoyer), with an accompanying
essay -
A Unicorn Seal
(Geoffrey Cook), with an
illustrated essay
BOEDDHISTISCHE KUNST ▲
De stoepa-reliëfs
De vroegste boeddhistische kunst, te weten reliëfs op toegangspoorten en
balustraden van stoepa's, is meteen zuiver Indiaas. Een stoepa is
in feite een Indiaas-boeddhistische versie van het tumulusvormig
koningsgraf. Door Boeddha Shakyamoeni, ca. 560-480 v. Chr., is de stoepa
aangewezen als memento van de hoogste verlichting - onthechting aan het
aardse -, de kern van de boeddhistische heilsleer. Nadien zijn stoepa's
ook als reliekenbewaarplaats gebruikt. Een stoepa bestaat uit een
terrasvormige onderbouw met balustrade, waarop een koepelvormig
bijgewerkte of geheel kunstmatige en met plavuizen beklede heuvel, symbool
van de wereldberg met daaromheen het levenspad. Zie:
Stupas at
Sarnath,(Deer park)
Bovenop staat een kioskvormig gebouwtje,
minstens een omheining met een
drievoudig zonnescherm als symbool voor de Boeddha, de leer, de
gemeenschap (de monnikenorde). Om de stoepa is een omheining aangebracht
met vier naar de hoofdwindstreken gerichte poorten, die wijzen op de
universele betekenis van Boeddha's leer.
De belangrijkste stoepa's staan te Bharhoet en te Sanchi, ▲
en zijn gebouwd
tijdens de laatste 2 eeuwen v. Chr. In de reliëfsculptuur op balustraden
en portieken zijn allerhande cultushandelingen en taferelen uit de
vroegere levens van Shakyamoeni voorgesteld. Van enige afbeelding van de
Boeddha als persoon is daarbij nog geen sprake. In de plaats daarvan wordt
hij symbolisch voorgesteld: zijn voetafdruk, de 'boom der verlichting' het
'rad van de leer', het zonnescherm ter aanduiding van zijn koningschap.
Artistiek gezien zijn deze reliëfs vooral gekenmerkt door horror vacui:
rond de vaak levensgrote pijlerfiguren en de verschillende taferelen staat
een overdaad van dier- en plantmotieven. In de figuren is onmiskenbaar een
essentiële karakteristiek van alle latere Indiase figuurplastiek te
ervaren: een enigszins weke doch organisch-krachtige, mollige
lichaamsbouw.
Tjaitya’s en vihara's ▲
Een tjaitya is een door zuilengalerijen geflankeerde hal, uitlopend op een
apsis waarin een kleine stoepa staat. Het is een plaats voor bijeenkomst
van de gelovigen, die daar ook de heilige omwandeling rond de stoepa
kunnen verrichten. Aanvankelijk zijn dit houten constructies, nadien zijn
ze meestal in rotsmassieven uitgehouwen. Bij de tjaitya-hal hoort een
vihara, geheel van eetzaal en cellen voor de monniken. Als klassiek
voorbeeld van tjaitya geldt die te Karli - voorgevel met zonnevenster,
voorhal, driebeukige zuilenhal, apsis met stoepa - ontstaan tussen ca.
100 en 120 na Chr.
De vroegste Boeddha-uitbeeldingen ▲
In de streek van Gandhara, toen deel uitmakend van het
Indo-Bactrisch rijk van Alexander de Grote, is rond dezelfde tijd de
eerste uitbeelding van de Boeddha als persoon ontstaan, en wel onder
invloed van de Hellenistische kunst. Onmiskenbaar teruggaand op Dionysos-
en Apollobeelden, komt het prototype van het Boeddhabeeld dan voor als een
man met Indiase gelaatstrekken, in Helleens of Romeins gewaad, met als
eigenlijke boeddhakenmerken: schedeluitwas, harenwervel tussen de
wenkbrauwbogen, langgerekte oorlellen. Iets later ontstaat in Mathoera
het boeddha-type met ontblote schouder.
Van dit ogenblik af kan gesteld
worden : ▲
India, moederland. Immers is met het Gandhara- en het
Mathoeratype die vorm van de boeddhistische figuur geschapen die de gehele
latere boeddhistische sculptuur van Zuid- en Oost-Azië bepaalt. Te
Sarnath ontstaat een soepeler vormgeving. Terloops en tot nadere
omlijning van het karakter van de Indiase kunst in het algemeen en de
boeddhistische plastiek in het bijzonder, dient nog onderstreept dat de
boeddhistische plastiek cultus-sculptuur is; dit wil zeggen dat zij niet
tot aanbidding dient, doch als hulpmiddel bij de concentratie tot
eenwording met de godheid.
De klassieke
Goeptatijd, 4e-8e eeuw ▲
Tijdens deze periode komt de Indiase beeldhouwkunst tot haar hoogtepunt.
De voorkeurthema's in de boeddhistische plastiek zijn: de staande, levende
boeddha, en de zittende, tot hoogste verlichting gekomen boeddha.
Verfijnde lichaamsvormen en serene gelaatsuitdrukking komen tot volmaakte
harmonie. Met de evolutie van het boeddhistisch denken komt ook de
boeddhistische iconografie tot verdere ontwikkeling. Daarin speelt vooral
de symboliek van lichaams- en handhoudingen een belangrijke rol, daar-
naast ook die van huidskleur, kleding en tooi, en van attributen.
Tegen het einde van de Goeptatijd ontstaan machtige tempelcomplexen.
Die
van Ajanta zijn vooral beroemd om hun vrij goed bewaarde
frescoschilderingen. Dan is ook de culturele expansie van India over
Indonesië en Achter-Indië op gang gekomen, en vinden ook godsdiensten en
kunst toegang tot deze gebieden; vandaar dat wel eens sprake is van de
internationale Goeptastijl.
HINDOEKUNST ▲
Tempelhouw
Reeds tijdens de 7e eeuw doet zich een ontwikkeling voor die leidt tot het
ontstaan van een noordelijk en een zuidelijk tempeltype met talloze
varianten, zodat bezwaarlijk één als zodanig representatief kan gelden
voor de gehele hindoe-tempelbouw geschiedenis. Toch is bv. de
Parashoerameshyar-tempel te Bhoevaneshyar in het noordelijke Orissa, zeer
karakteristiek, met een hier nog gescheiden gehouden mandapa,
vergaderzaal, en sikhara, toren. Deze toren zou men, omwille van de
overdadige versiering eerder een groot stuk beeldhouwwerk kunnen noemen.
Dat geldt voor de overgrote meerderheid van de hindoetempels, vooral waar
het niet om eigenlijke bouwwerken gaat.
Beeldhouwkunst ▲
Meer dan de boeddhistische herinnert de eerste hindoe- beeldhouwkunst qua
esthetische opvatting aan de autochtone stijlen van de Industijd. De
eerste hindoe-figuurplastiek dateert, zoals de eerste boeddhistische, van
de eerste eeuwen na Chr. en haar klassieke bloeitijd valt eveneens in de
Goeptaperiode, 4e-8e eeuw.
Ook in de hindoekunst is een omvangrijk pantheon de zo goed als enige en
tevens onuitputtelijke inspiratiebron. Centrale figuren in deze plastiek
zijn de hoofdgoden Sjiva, Parvatien Visjnoe, enhuntalrijke avatars,
verschijningsvormen. Net zoals in het boeddhisme is ook hier de symboliek
van houdingen en attributen zeer belangrijk.
Nog treffender dan in de boeddhistische, komt in de hindoekunst het
Indiaas-zinnelijke naar voren.
Het kan vanuit Westerse denkwijze vaak
moeilijk zijn in deze sculptuur mythische extase te ervaren, toch zijn
zelfs de soms uitgesproken zinnelijke voorstellingen niets anders dan de
weergave van een tegelijk innerlijk-menselijk en bovenaards gebeuren. Dit
is de reden waarom men ook zonder kennis van de ingewikkelde
hindoe-iconografie volop van deze kunst kan genieten.
Zonder het vroegere peil te bereiken is later, vooral in bronsgietkunst en
houtsnijwerk, toch nog zeer verdienstelijk gepresteerd, en kent deze voor
tempels en processiewagens vervaardigde devotiekunst grote verspreiding.
Basis bron: Het boek "Kunst van Altamira tot heden", F. Adriaens
c.s.. A'dam, 1980 ▲
Hieronder treft u een selectie links aan uit de
site van Christopher
Witcombe:
|