|
AMSTERDAM, provincie
Noord-Holland.
Amsterdam is de hoofdstad van Nederland en een van de mooiste
steden van Europa. De stad ontleent haar charme vooral aan de
unieke grachtengordel, waarlangs nog veel bebouwing uit de 17de
en vooral de 18de eeuw in stand is gebleven. Daarnaast heeft
Amsterdam nog een aantal belangrijke laatmiddeleeuwse monumenten
in de stadskern. De 19de- en 20ste-eeuwse wijken zijn minder
uitzonderlijk, maar bieden toch verrassende architectuur.
Amsterdam is als handelsstad naar het tweede plan afgezakt, maar
heeft zich weten te handhaven als belangrijk centrum van
industrie, financiën, wetenschap en cultuur, naar provincie
kaart, naar
plaatsnamen lijst
Nederland. Geschiedenis
Omstreeks 1270 moet de dam in de Amstel zijn gebouwd waaraan de
stad haar naam dankt. Omstreeks 1300 kreeg het eenvoudige
vissersdorp stadsrechten. In de 15de en 16de eeuw kwam de stad
geleidelijk tot bloei, vooral door de handel op het Oostzeegebied (de 'moedernegotie'). Een snelle doorbraak kwam
pas nadat de stad in 1578 de kant van de opstand tegen de
Spaanse koning had gekozen (de 'Alteratie'), vooral toen
Antwerpen in 1585 in Spaanse handen viel. De bevolking groeide
onstuimig, vooral door de toevloed van immigranten uit het
Zuiden. In 1612 werd begonnen met de aanleg van de
grachtengordel, een van de meest spectaculaire planmatige
stadsuitbreidingen van die tijd. De bloei van Amsterdam bleef
goeddeels gebaseerd op de
'moedernegotie' (vooral in hout en graan); daarnaast was de handel op het
Middellandse Zeegebied en op Oost- en West-Indië van belang. Aan
het eind van de 18de eeuw kwam er een tamelijk abrupt eind aan
de welvaart - reden waarom de stad haar 18de-eeuwse karakter
vrij goed heeft bewaard. Pas na de voltooiing van het
Noordzeekanaal in 1876 brak een periode van nieuwe bloei aan,
die met enkele onderbrekingen tot in onze tijd voortduurt.
Amsterdam is met
bijna 7000 monumenten verreweg de meest bezienswaardige stad van
het land. De onderstaande opsomming kan dan ook verre van
volledig zijn.
Sacrale gebouwen
Agnietenkapel (O.Z. Voorburgwal 231) uit 1470, restant van het Agnietenklooster. Op het voorplein een rijkversierde poort uit
1571, in de trant van Vredeman de Vries, naar hier verplaatst
in 1631; de kapel biedt thans
onderdak aan het universiteitsmuseum.
Begijnhof (tussen Kalverstraat, Spui en NZ. Voorburgwal).
Verstild complex, gesticht circa 1350; de meeste gevels zijn
17de- en 18de-eeuws. De laatgotische kerk (met 17de-eeuws
zijschip) is thans in gebruik bij de Engels presbyteriaanse
gemeente. De rooms-katholieke schuilkerk van St.Johannes en St.-Ursula
is in 1671 gebouwd, vermoedelijk naar ontwerp van Philip Vingboons.
Mozes- en Aäronkerk (RK; Waterlooplein).
De bouwmeester van deze zeker meest monumentale kerk
in de zgn. Waterstaatsstijl, gebouwd tussen 1837-1841, was T.F.
Suys.
Nieuwe Kerk of St.-Catharinakerk (NZ. Voorburgwal/Dam).
Koor en omgang van de
laatgotische
kruisvormige basiliek ontstonden rond 1400, de sacristie
dateert uit 1414-1418. Omstreeks 1435 begon de bouw van het
schip; de vergroting door zij- en koorkapellen werd
vermoedelijk uitgevoerd tussen het einde van de 15de eeuwen het
jaar 1540. Wellicht naar een ontwerp van Jacob van Campen begon
men na de brand van 1645 met de bouw van de westelijke toren. In
1652 was slechts de onderbouw af, in 1785 werd een deel daarvan
afgebroken. Opvallend zijn vooral het koorhek, de preekstoel,
het orgel en een aantal indrukwekkende grafmonumenten,
waaronder die voor de zeeheld Michiel de Ruyter (door Rombout
Verhuist, 1681) en Jan van Galen (naar ontwerp van Artus
Quellinus uit 1654).
Nieuwe Lutherse Kerk (Singel).
De representatieve ronde kerk,
met een door een lantaarn bekroonde koepel, ontstond tussen
1668-1671 naar ontwerp van Adriaan Dortsman. Na een brand in
1822 hersteld; sinds 1935 dient ze niet meer als kerk. In 1975
werd de voormalige kerk verbouwd tot congrescentrum en
concertzaal.
Noorderkerk (Noordermarkt).
De
plattegrond van de kerk, tussen 16201623 vermoedelijk door Hendrick de Keyser of Hendrick Staets gebouwd, is een Grieks
kruis.
Oosterkerk (NH; Nieuwe Vaart).
De kerk kwam tussen 1669-1671 tot
stand, vermoedelijk naar plannen van Adriaan Dortsman met
mogelijke medewerking van Daniël Stalpaert. Inwendig is de kerk
door pilaren verdeeld in vier gelijke kruisarmen.
Oude Kerk of St.-Nicolaaskerk (NH; Oudekerksplein).
De basiliek
ontstond door de verbouwing van een hallenkerk. Het oudste deel
van de kerk is de kern van de toren uit omstreeks 1300. De
zuilen en de scheibogen van het huidige schip zijn nog afkomstig
van de hallenkerk, die na 1300 is gebouwd op de plaats van een
ouder gebouw; omstreeks 1370 werd de koorpartij opgetrokken.
Aan de viering werden eind
14de eeuw kapellen toegevoegd, eind 15de eeuw de zijschepen.
Begin 16de eeuw begon de verbouwing tot een basiliek, in 1536
werd het middenschip verhoogd, in 1558 kreeg de verhoogde
viering als bekroning een torentje. De toren kreeg in 1564 een
nieuwe verdieping en in 1565 de afsluiting. Omstreeks 1550
werden aan de zuidzijde
een portaal en de 'IJzeren Kapel' toegevoegd, ten zuiden van de
toren ontstond de doopkapel en aan de noordzijde van het schip
kwamen er een laatgotisch portaal en nog een kapel bij.
De Lieve-Vrouwkapel ten noorden van het koor dateert uit 1553
en werd tussen 1761-1763 vernieuwd, met de Maria-boodschap,
Maria's bezoek bij Elisabeth, Aanbidding van het Kind en de Dood
van Maria. Op het hek van de doopkapel, later de grafkapel van
de familie De Graeff, ziet men mooie engeltjes.
Oude Lutherse Kerk (Hoek Spui-Singel).
Driebeukig, onregelmatig gebouw
uit 1632-1633, met aardig interieur. Thans aula van de
universiteit.
Oude Walen kerk (O.Z. Achterburgwal 159).
Tussen 1409-1415 werd hier een Paulusbroederenklooster
gesticht; de voormalige kerk van het klooster werd in 1661 met
een tweede zijbeuk uitgebreid. De toegangspoort aan de Oude
Hoogstraat is een werk van Hendrick de Keyser uit 1616.
Westerkerk (NH; Westermarkt).
De grootste en meest monumentale
renaissancekerk in Nederland. Met de bouw is in 1620 begonnen
naar ontwerp van Hendrick de Keyser, de toren werd pas
in 1638 voltooid. Met zijn 85 m is het
de hoogste toren van Amsterdam; hij
wordt bekroond door een keizerskroon, die ook in het stadswapen
van Amsterdam staat afgebeeld. Het recht om de kroon te dragen
werd de stad verleend door Maximiliaan I van Oostenrijk.
Inwendig zowel als uitwendig straalt de kerk een voorname
waardigheid uit.
De stijlvolle inrichting is voornamelijk afkomstig uit de tijd
rond 1630.
Op de
vleugels van het mooie orgel uit 1682 zijn allegorische
schilderingen te zien van Gerard de Lairesse. Bij de derde
muurzuil aan de noordzijde werd op 8
oktober 1669 Rembrandt bijgezet; ter herinnering ligt daar een
marmeren gedenksteen.
Vondelkerk (RK;Vondelstraat).
P.J.H. Cuypers is de architect van
deze tussen 1870-1880 gebouwde kerk, een van de meest originele
neogotische kerken. Ze heeft een elliptische plattegrond en een
dominerende middentoren. Het omringende stratenplan werd door Cuypers met de kerk voor ogen ontworpen.
Zuiderkerk (NH; Zuiderkerksplein).
De eerste hervormde kerk die in Amsterdam na de Reformatie werd
gesticht. In 1603 begon de bouw van de
pseudobasiliek naar ontwerp van Hendrick de Keyser; ze werd vermoedelijk in 1611 in gebruik
genomen. De sierlijke toren werd in 1614 voltooid. In de toren
bevindt zich een klokkenspel uit de werkplaats van de gebroeders Hemony.
Synagogen
Grote of Hoofdsynagoge (hoek Nieuwe Amstelstraat).
De synagoge,
gebouwd in de jaren 1670-1671 door Daniël Stalpaert, heeft een
lage voorbouw en een zandstenen ingangspartij. Rechts van de
synagoge staan, bijna geheel ingebouwd, achter elkaar de Dritt
Sjoel uit 1700 met een 19deeeuwse voorbouw en de Obbene Sjoel
uit 1686.
Nieuwe Synagoge (Mr. Visserplein). Gesticht in 1752 door G.F.
Maybaum.
Portugese Synagoge (tegenover de Nieuwe Synagoge).
De synagoge
staat op een binnenhof omgeven door lagere gebouwen en werd
gebouwd tussen 1671-1675 door Daniël Stalpaert en Elias Bouman.
De belangwekkende inrichting uit de bouwtijd is behouden
gebleven.
Niet kerkelijke gebouwen
Accijnshuis (Oudebrugsteeg).
Het zandstenen gebouw met Ionische
pilasters en gebeeldhouwde versiering boven de ingangen werd
vermoedelijk in 1638 gebouwd door Jacob van Campen.
Beurs (Damrak).
De beurs van H.P. Berlage (1856-1934), gebouwd
tussen 1898-1903, is het monumentale begin van de moderne
bouwkunst. De figurale beeldhouwwerken zijn van L. Zijl en J.
Mendes da Costa, de tegeltableaus en het gebrandschilderd
glaswerk van A.J. Derkinderen en R.N. Roland Holst en de
graffiti van J. Toorop.
Centraal Station (aan de kop van het Damrak).
Gebouwd tussen
1885-1889 door P.J.H. Cuypers; de voorgevel in de trant van de
classicistische kasteelarchitectuur is bekroond met
versieringen ontleend aan de gotiek en de renaissance.
Concertgebouw (Van Baerlestraat).
Door de architect A.L. van
Gendt in
1888 gebouwd in neorenaissancestijl.
Koninklijk Paleis (Dam).
Grootste en rijkste classicistische
monument in Nederland. In 1648 begon men naar ontwerpen van Jacob van Campen het gebouw op te trekken als
raadhuis. Uiterlijk in 1654 schijnt Van Campen zich te hebben
teruggetrokken; tot de voltooiing in 1665 stond de bouw onder
leiding van de stadsbouwmeester Daniël Stalpaert. Al in 1655
betrok de stadsoverheid het gebouw. In 1650 was de Antwerpenaar Artus Quellinus de Oudere met zijn medewerkers, onder wie Rombout Verhuist, begonnen met het beeldhouwwerk, dat inwendig
overwegend in marmer werd uitgevoerd. Aan de decoratie van het
inwendige werd gewerkt tot het begin van de 18de eeuw. In 1808
liet koning Lodewijk Napoleon het gebouw inrichten als
koninklijk paleis, welke bestemming het sindsdien heeft
behouden. Van buiten ziet het paleis er als volgt uit: boven een
sokkelachtige kelderverdieping twee hoofdverdiepingen, telkens
door een rij pilasters met een tussenverdieping samengevoegd en
gescheiden door brede, doorlopende horizontale kroonlijsten. De hoeken van het gebouw worden
geaccentueerd door smalle zijrisalieten, de voor- en achtergevel
kregen als accent een brede, met een timpaan bekroonde middenrisaliet. In het timpaan aan de Damkant is de
Amsterdamse stedenmaagd afgebeeld, omgeven door zeegoden;
daarboven verheft zich een bronzen figuur van de Vrede,
geflankeerd door de Voorzichtigheid en de Rechtvaardigheid. In
het timpaan aan de N.Z. Voorburgwal staat de beschermvrouwe van
de stad afgebeeld met de riviergoden van de Amstel en het IJ; de
bronzen Atlas bevindt zich tussen de Matigheid en de
Waakzaamheid.
Inwendig is het monumentale, rechthoekige gebouw symmetrisch
verdeeld;
in de middenas volgen op de meteen achter de ingang
geplaatste Vierschaar de Burgerzaal en de Schepenenzaal. Aan
beide kanten van de Burgerzaal liggen door galerijen omgeven
binnenplaatsen, omringd door nog meer zalen en vertrekken. Deze
zalen en galerijen zijn rijk versierd met beeldhouw- en
schilderwerk van belangrijke meesters als Artus Quellinus,
Rombout Verhuist, Ferdinand Bol en Govert Flinck.
's' Lands Zeemagazij (Kattenburg).
Het massieve bouwwerk met
vooruitspringende middenpartijen, bekroond met frontons, werd
opgericht in 1656 door de stadsbouwmeester Daniël Stalpaert. In
1791 is het geheel afgebrand en daarna herbouwd. Het gebouw
herbergt thans het Scheepvaartmuseum (collectie
scheepsmodellen, schilderijen, kaarten, instrumenten e.d.).
Oost-Indisch Huis (Oude Hoogstraat 24).
De zuidelijke vleugel
werd in
1606 door Hendrick de Keyser gebouwd; de voorgevels op de
binnenplaats van de noordelijke vleugel uit 1633 en van de
neogotische oostelijke vleugel uit 1891 werden aan de
oorspronkelijke zuidvleugel aangepast.
Oudezijds Huiszittenhuis (Waterlooplein).
In 1654 ontstond de
huidige Academie voor Architectuur als een voornaam gebouw met
frontons boven de middenrisalieten aan de voor- en
achterkant. De daarbij horende turfpakhuizen dateren uit 1610.
Scheepvaarthuis (Prins Hendrikkade/hoek Binnenkant).
Gebouwd in
1913 door de architecten J.M. van der Mey, M. de Klerk en P.L.
Kramer in de expressiefplastische vormen van de Amsterdamse
School.
Spinhuis (O.Z. Achterburgwal 185).
De voorbouw van het Spinhuis
aan de gracht wordt beschermd door een hoog walmdak uit 1645. Op
het poortje aan de zijkant bevindt zich een reliëf,
toegeschreven aan Hendrick de Keyser.
Stadhuis (OZ. Voorburgwal).
Oorspronkelijk stond hier het Caeciliaklooster, na de Reformatie het Prinsenhof, in de 17de
eeuw in gebruik genomen door de Admiraliteit van Amsterdam.
Nadat koning Lodewijk Napoleon het stadhuis in 1808 tot
residentie had bestemd, werd hier het stadsbestuur
ondergebracht, tot de ingebruikneming van het nieuwe
stadhuiscomplex in 1987. Het gebouwencomplex, gegroepeerd rond
een binnenplaats, werd van de 17de tot de 20ste eeuw herhaalde
malen verbouwd. Voor de moderne zuidvleugel is de pilastergevel
van Willem van den Gaffel uit 1661 behouden gebleven; het
beeldhouwwerk in het fronton is van Jan Gijseling. Het massieve
blok aan de O.Z. Voorburgwal is het werk van N. Lansdorp uit de
jaren 1923-1925 in de stijl van de Amsterdamse School.
Stadsbushuis of Arsenaal (Singel).
Van het gebouw, in 1606
vermoedelijk naar ontwerp van Hendrick de Keyser opgericht, is
slechts de met rolwerk versierde voorgevel bewaard gebleven;
tegenwoordig een deel van de Universiteitsbibliotheek. Het
gebouw zelf werd omstreeks 1970 geheel opnieuw opgetrokken.
Stadsschouwburg (Leidseplein).
Tussen 1892-1894 gebouwd door de
architect J. Springer in neorenaissancestijl.
Stadswerkhuis (Roetersstraat 2).
Het massieve gebouw met vier
binnenplaatsen werd tussen 1779-1782 gebouwd door Abraham van
der Hart.
Tucht- of Rasphuis (Heiligeweg).
De poort van het huis dateert vermoedelijk uit 1603 en
zou van Hendrick de Keyser zijn. In het reliëf is een wagen
afgebeeld met rasphout, getrokken door wilde beesten, in toom
gehouden door de voerman.
Verdedigingswerken.
In 1481 begon men de stad, die tot dan toe
tussen de poorten en torens slechts aarden wallen bezat, van een
nieuwe ommuring te voorzien. De resten van de toen begonnen
verdedigingswerken zijn de Schreierstoren, een zware, halfronde,
bakstenen toren aan de Prins Hendrikkade/hoek Gelderse kade, de
Munttoren en de St.-Anthonispoort (Nieuwmarkt).
Laatstgenoemde dateert van 1488. Ondanks latere wijzigingen (o.a.
de toevoeging van het hoge puntdak in 1691) heeft dit gebouw
zijn middeleeuwse karakter goed behouden. Naar een latere
functie staat het ook wel als de Waag bekend. De Munttoren is
een van de hoektorens van de voormalige Regulierspoort uit
omstreeks 1490; de toren werd in 1620 naar een ontwerp van Hendrick de Keyser verhoogd en kreeg een klokkenspel van de
gebroeders Hemony.
Begin 16de eeuw ontstond aan de Oude Schans de Montelbaanstoren,
bedoeld ter verdediging van de scheepswerven; in 1606 kreeg
hij een houten bekroning. Latere poorten zijn de Muiderpoort,
een classicistisch gebouw van C. Rauw uit 1770 en de nog
duidelijker classicistische Haarlemmerpoort uit 1840.
Walenweeshuis (Vijzelgracht).
Het weeshuis van de Waalse
gemeente is een gebouw van Adriaan Dortsman uit 1669-1671. De
lagere vleugels aan de 1e Weteringdwarsstraat en Prinsengracht
ontstonden tussen 1683-1726.
Woon- en pakhuizen.
Vele Amsterdamse huizen zijn ouder dan hun
later aangebrachte voorgevels doen vermoeden. Enkele hebben nog
een gotische houten kern. Slechts twee huizen getuigen van hun
middeleeuwse oorsprong: Begijnhof 34 met puntgevel, ontstaan
vermoedelijk kort na de stadsbrand van 1453, en Zeedijk 1, met
de dakgootkant naar de straat, waarschijnlijk uit het midden
van de 16de eeuw.
De oudste stenen voorgevels dateren uit omstreeks 1600
en hebben
meestal rijkversierde trapgevels. Twee zijn het werk van Hendrick de Keyser: Singel 142 uit 1605 en OZ. Voorburgwal 57.
Aan hem worden ook toegeschreven: het monumentale Huis Bartolotti (Herengracht 170-172) en Keizersgracht 123 uit 1622.
Jacob van Campen bouwde in 1625 op Keizersgracht 177 het huis
met de toploze pilastergevel. Een boeiender indruk maakt het
huis op Herengracht 70-72 uit 1643 met een middenpartij,
bekroond met een fronton. De speelse elementen in de trant van Hendrick de Keyser werden daarna steeds zeldzamer. De volgende
periode werd beheerst door de gebroeders Vingboons. Het oudste
huis van Philip Vingboons staat op Herengracht 168 en is uit
1638. Aan hem worden ook de prachtige voorgevels toegeschreven
van Herengracht 257 en Keizersgracht 401; misschien is ook het
huis op Herengracht 388 met de rijke pilastergevel uit 1665 van
hem. Zijn geveloplossing vond vele opvolgers. Justus Vingboons
bouwde het bijzonder indrukwekkende Trippenhuis
(Kloveniersburgwal 29) als dubbel woonhuis voor Lodewijk en
Hendrik
Trip; tegenwoordig zetel van de Academie der Wetenschappen. In
het laatste kwart van de 17de eeuw werd de pilasterorde steeds
minder gebruikelijk; een rustiger en vlakkere vormgeving in de
trant van Adriaan Dortsman en Steven Vennecool kreeg de
voorkeur. Belangrijke voorbeelden hiervan zijn Herengracht 436
(uit omstreeks 1670),466 (het huis van burgemeester Andries de Graeff) en 462, verder Amstel 216 en Keizersgracht 604, 672 en
674.
Ook in de 18de eeuw hadden de voorgevels van de brede
grachtenpanden deze stijl, alleen de versieringen waren rijker: Herengracht 284 (uit de tijd tussen 1720-1730 met mooie
inrichting), 539, 475 (met stucversieringen door Jan van Logteren), 495 (een huis door Jean Coulon uit 1739), 493 (uit
1766), 182 (uit 1772) en 40 (uit 1790). Ook de smalle grachten-
en stratenhuizen kregen in de 17de en 18de eeuw alle soorten
geveltoppen (o.a. trap-, hals- en klokgevels).
Moderne architectuur
Gebouwen
In het centrum: het kantoorgebouw
voor de Eerste Hollandsche Levensverzekeringsbank (hoek Keizersgracht
/ Leliegracht) is een art-nouveaumonument van
zeven verdiepingen, in de jaren 1904-1905 gebouwd door G. van Arkel en C. Wegener Sleeswijk. Een interessant voorbeeld van
architectuur tussen art nouveau en Amsterdamse School staat op
het Leidseplein: hotel-café-restaurant American (18981902) van
W. Kromhout, later uitgebreid door G.J. Rutgers (1928).
OnAmsterdams fors van formaat is het kantoorgebouw van de Nederlandsche Handel-Maatschappij (Vijzelstraat 32), naar een
ontwerp van K.P.C. de Bazel, dat na diens dood werd voltooid
(1919-1926). In de Regu1iersbreestraat
staan twee bioscopen in twee totaal verschillende stijlen
tegenover elkaar: het Tuschinski Theater van H.L. de Jong (1921)
is met zijn feestelijke artdécogevel het tegendeel van de
Cineac Handelsblad (1933-1934), een hoogtepunt van vooroorlogs
constructivisme/functionalisme van J. Duiker. Zeer omstreden
was lange tijd de
'Stopera' , stadhuis en opera in één, op het Waterlooplein,
gebouwd naar ontwerpen van W. Holzbauer en C. Dam (1967,
1979-1987).
Buiten het centrum: H.P. Berlage bouwde tussen
1898-1900 aan de Henri Polaklaan het gebouw van de Algemene Nederlandsche Diamantbewerkersbond. Een bijzondere positie
neemt het speelse Moederhuis (1973-1978) van A. van Eyck aan de
Plantage Middenlaan nr. 33 in, een pension voor ongehuwde
moeders en hun kinderen. De Sociale Verzekeringsbank (Apollolaan;
1937-1939) van D. Roosenburg domineert zijn omgeving nog steeds
op magistrale wijze. Aan het Victorieplein staat Nederlands
eerste 'wolkenkrabber' (1927-1930), slechts twaalf
verdiepingen hoog maar zeer elegant; architect J.F. Staal.
Musea
Rijksmuseum (Stadhouderskade 42).
Architect PJ.H. Cuypers hield
zich wat de plattegrond en de opzet van het gebouw betreft aan
de regels van het classicisme. In de gevels verwerkte hij
rijkelijk gotische en renaissancistische invloeden. Het gebouw
kwam tussen
1876-1885 tot stand. Het Rijksmuseum is wereldberoemd om zijn
collectie Nederlandse schilderkunst van de 15de tot en met de
19de eeuw, met als onbetwiste hoogtepunten de werken van de
Hollandse meesters uit de 17de eeuw: Rembrandt, Vermeer, Frans
Hals, Jan Steen, Ruysdael, Saenredam en vele anderen. Het museum
herbergt echter nog diverse andere verzamelingen die zeer de
moeite waard zijn. In het Prentenkabinet zijn bijv. regelmatig tentoonstellingen te zien,
samengesteld uit de eigen voortreffelijke collectie prenten en
tekeningen. De afdeling beeldhouwkunst en kunstnijverheid telt
werk van vele Europese kunstenaars, alsmede mooie verzamelingen
Delfts aardewerk en Saksisch en Nederlands porselein. Behalve
aan de geschiedenis van Nederland is in het museum ook nog een
grote afdeling gewijd aan Aziatische kunst.
Stedelijk Museum (Paulus Potterstraat 13).
Het gebouw werd
tussen 1892-1895 in neorenaissancestijl gebouwd naar een
ontwerp van stads architect A.W. Weissman. Het museum is met
zijn grote collectie moderne kunst van 1850 tot heden en zijn
wisselende exposities een van de meest vooraanstaande musea van
Europa. Grote tentoonstellingen in het' Stedelijk' trekken soms
honderdduizenden bezoekers. Permanent te zien is werk van o.a.
Cézanne, Monet, Chagall, Picasso, Matisse, Mondriaan, Léger en
Malevitsj, van wie het museum verscheidene topstukken bezit.
Verder wordt een interessant overzicht geboden van de
eigentijdse Europese en Amerikaanse kunst: van Cobra tot pop
art, van nouveau réalisme tot Nul.
Rijksmuseum Vincent van Gogh (Paulus Potterstraat 7).
Gebouwd
naar een ontwerp van Gerrit Rietveld; het museum werd in 1973
officieel geopend. De collectie van ongeveer 200 schilderijen
en 400 tekeningen van Vincent van Gogh heeft ooit toebehoord
aan diens broer Theo. Alhoewel het museum in zijn geheel aan Van
Gogh gewijd is, is er ook werk te zien van tijdgenoten als Gauguin, Toulouse-Lautrec e.a. Bovendien worden er regelmatig
tentoonstellingen georganiseerd van recentere moderne kunst.
Amsterdams Historisch Museum (Kalverstraat 92).
Het museum is
ondergebracht in het voormalige Burgerweeshuis, waarvan de
17de- en 18deeeuwse gebouwen voor de nieuwe bestemming grondig
zijn gerestaureerd.
Heel fraai is de (nieuwe) overdekte galerij met schuttersstukken
die naar het Begijnhof leidt. Het museum biedt een zeer
veelzijdig overzicht van de geschiedenis van de stad Amsterdam.
Joods Historisch Museum (Jonas Daniël Meyerplein 2-4).
Sinds 1987 is het museum ondergebracht in het Hoogduits
Synagogen complex, bestaande uit gebouwen uit de 17de en 18de
eeuw. De permanente exposities zijn o.a. gewijd aan joods
cultureel en religieus leven en de geschiedenis van de joden in
Nederland.
Anne Frank Huis (prinsengracht 263).
In dit koopmanshuis
uit 1635 schreef Anne Frank gedurende de Tweede Wereldoorlog
haar dagboek. Het achterhuis, waar zij met haar familie en
andere joodse onderduikers verbleef, is in de staat waarin het
verkeerde toen zij naar Duitsland werden weggevoerd, bewaard
gebleven.
Rembrandthuis (Jodenbreestraat 4-6).
Hier woonde
Rembrandt van 1639 tot 1660. Het gebouw (uit 1606) was in die
tijd een van de rijkste woonhuizen van de stad. De collecties
omvatten tekeningen, etsen en voorwerpen uit het persoonlijke
bezit van de meester.
Fodor Museum (Keizers gracht 609).
Genoemd naar de
kolenhandelaar Carel Joseph Fodor, die in 1860 zijn
kunstverzameling aan de stad naliet op voorwaarde dat zijn drie
huizen tot museum zouden worden verbouwd. Tegenwoordig zijn hier
vooral tentoonstellingen van hedendaagse Nederlandse kunstenaars
te zien.
Allard Pierson Museum (Oude Turfmarkt 127).
In dit
Archeologisch Museum van de Universiteit van Amsterdam is een
verzameling oudheden ondergebracht met voorwerpen uit o.a.
Mesopotamië, Egypte, Griekenland en Rome.
Tropenmuseum (Linnaeusstraat 2).
Oorspronkelijk Koloniaal
Museum. Tegenwoordig wordt aandacht besteed aan de tropen in het
algemeen. Een museum in de gebruikelijke zin van het woord is
het niet meer sinds er in 1979 vernieuwingen werden doorgevoerd.
Tien permanente exposities tonen tien tropische gebieden in al
hun facetten. Het museum organiseert ook wisselende
thematentoonstellingen.
Theatermuseum (Herengracht 168).
Gevestigd in een
magnifiek grachtenpand dat in 1638 werd gebouwd door Philip Vingboons. Het Nederlandse toneelleven wordt in beeld gebracht
met een collectie prenten en tekeningen, maquettes, rekwisieten
en een kostuumafdeling.
Scheepvaartmuseum (Kattenburgerplein 1).
In 's Lands
Zeemagazijn uit de 17de eeuw is de geschiedenis van de
Nederlandse scheepvaart te zien aan de hand van schilderijen,
scheepsmodellen, kaarten, globes, nautische instrumenten enz.
Naast het museum ligt de Oostindiëvaarder Amsterdam. Het is een
replica van het gelijknamige handelsschip van de Verenigde Oostindische Compagnie dat in 1749 op zijn eerste reis verging.
Museum Amstelkring (O.Z. Voorburgwal 40).
Dit museum,
ook wel 'Ons' Lieve Heer op Solder' genoemd, bestaat uit de
samengetrokken zolders van drie huizen die in de bouwtijd
(1661-1663) werden ingericht als schuilkerk waar katholieken hun
clandestiene religieuze bijeenkomsten hielden. In de kerk
vinden regelmatig orgelconcerten plaats.
Museum Willet-HoIthuysen (Herengracht 605).
In de fraaie
historische stijlkamers van dit gerestaureerde 17 de-eeuwse
grachtenpand (1607) is nog een deel te zien van de
kunstverzameling van een 19de-eeuwse bewoner, Abraham Willet.
De achtertuin is in de stijl van de 18de eeuw aangelegd.
Museum van Loon (Keizersgracht 672).
In laat-18de- en
vroeg-19deeeuwse staat gerestaureerd grachtenpand, dat in 1884
in bezit kwam van de familie Van Loon, die o.a. met vijftig
familieportretten in het museum vertegenwoordigd is.
Andere bezienswaardigheden
Interessante voorgevels hebben het Korenmetershuis (N.Z. Kolk)
uit 1620 en de Saaihal (Staalstraat 7a) uit 1641.
De pakhuizen
van de Oost- en West-Indische Compagnie aan de Prins Hendrikkade
dateren uit de eerste helft van de 17de eeuwen geven een goede
indruk van de rijkdom en macht van deze handelsmaatschappijen.
Tussen Prinsengracht, Westerkerk en Brouwersgracht
ligt de oude
volksbuurt De Jordaan, in de 17de eeuw aangelegd voor
handwerkslieden en kleine handelaren. Eind 17de eeuw vestigden
zich hier vele Franse immigranten. Het stadsdeel dankt zijn
naam misschien aan het feit dat de meeste van de smalle straten
en grachten naar bloemen en planten zijn genoemd (naar het
Franse 'jardin', tuin). De wijk is tegenwoordig weer zeer in
trek. Er zijn achter onopvallende ingangen enkele aardige hofjes
te vinden, bijv. het prachtige Claes Claesz. Anslo Hofje
(Egelantiers gracht 18-20) uit 1626 of het Suykerhofje (Lindengracht
149-163), in 1670 gebouwd door Pieter Jansz. Suyker.
Prachtig aan de rivier ligt het Diaconie-oudevrouwenhuis of Amstelhof,
een zeer uitgebreid complex uit 16811683.
Minstens
zo imposant is het Nieuwe Werkhuis (Roetersstraat 2), gebouwd in
1779-1782 door stadsarchitect Abraham van der Hart, volgens
indertijd uiterst moderne principes.
Ook ten oosten van de Amstel fraaie hofjes: het Corvershof (Nieuwe Herengracht 6-18)
met een deftige voor gevel in de Lodewijk-XIV-stijl uit
1721-1723, het Hofje van Occo (Nieuwe Keizersgracht 94) uit
1774, en het Van Brants-Rushofje (Nieuwe Keizersgracht 28-44),
tussen 17321733 gebouwd naar een ontwerp van Daniel Marot (dit
hofje is niet te bezichtigen).
Twee mooie voorbeelden van een
hofjescomplex met vier vleugels om een binnenhof zijn het Deutzenhofje (Prinsengracht 855899), daterend uit 1695, en het
Huiszittenweduwenhof (Karthuizerstraat 21-131) uit 1650 door
Daniël Stalpaert.
Het hoofdgebouw van de Universiteit van Amsterdam werd
als Oudemannenhuis gebouwd in 1754 door Pieter Rendorp; tussen
O.Z. Achterburgwal en Kloveniersburgwal ligt de Oudemanhuispoort, een doorgang gebouwd door een van de vier vleugels van
het complex.
Een schitterende voorgevel heeft de voormalige
Sociëteit Felix Meritis (Keizersgracht 324), gebouwd in 1778
naar een ontwerp van J.O. Husly.
Hoe vroeger een werf er uitzag kan men zien aan de Werf' t
Kromhout (Hoogte Kadijk 147); hier worden niet alleen oude
scheepsmodellen gedemonstreerd, maar ook historische schepen
gerepareerd en gerestaureerd.
De voormalige diamantslijperij Boas (1879; Nieuwe
Uilenburgerstraat 173175) is een van de grootste
fabrieksgebouwen uit de 19de eeuw; het is een toonbeeld van
neoclassicistische fabrieksarchitectuur. Een juweel van neorenaissancistische fabrieksarchitectuur is de voormalige Westergasfabriek (1883-1885; Haarlemmerweg).
Een van de weinige bewaard gebleven ophaalbruggen is de Magere
Brug over de Amstel. Amsterdam telt tegenwoordig meer dan 1000
bruggen. In de 17 de eeuw waren er 87 stenen en 117 houten
bruggen.
De dierentuin Artis (Plantage Kerklaan 40)
werd in 1838
geopend. In de Hortus Botanicus (Plantage Middenlaan 2), die
aan de universiteit toebehoort, zijn exotische bloemen, bomen
en planten te zien.
Het Vondelpark (hoofdingang Stadhouderskade )
biedt naast
lommerrijke rust bij mooi weer ook fraaie taferelen van
Amsterdams 'buitenleven'.
Omgeving
Aalsmeer (17 km ZW). De midden16de-eeuwse hervormde kerk is een
opmerkelijk gebouw met een schip en drie dwarsbeuken. Belangrijk
centrum van bloementeelt; de gebouwen voor de grote bloemen
veilingen werden in 1922 en 1928 opgetrokken.
** Uw
accommodatie in Amsterdam
kunt U goed boeken via
Booking.Amsterdam. Er zijn 290 hotels online boekbaar. Laagste
prijsgarantie! Makkelijk reserveren. Geen kosten. U betaalt in het
hotel! Let ook op de beoordelingen door gasten die de hotels
bezochten! U kunt de ligging van de hotels via Google Earth bekijken!
Informatie over wijken van hotels in Amsterdam
Bezoekt u Amsterdam maar weet u niet zeker waar u wilt
verblijven? Probeer een van deze populaire wijken in Amsterdam
Amsterdam-Centrum - In het historische hart van de stad vindt u
wereldberoemde trekpleisters, zoals het Anne Frankhuis, De Wallen en het
Koninklijk Paleis.
Oud-West - Deze steeds meer opbloeiende Amsterdamse woonwijk heeft
een multicultureel karakter.
Oud-Zuid - Oud-Zuid wordt elk jaar door duizenden toeristen bezocht
en staat bekend om zijn wereldberoemde musea en modieuze winkels -
en nog 20 meer, klik Booking.Amsterdam
Hotels nabij
Bezienswaardigheid:
Madame Tussaud's Amsterdam -
Artis Zoo - Conferentiecentrum:
Rai Amsterdam Congrescentrum - Monument of
oriëntatiepunt:
Koninklijk Paleis -
Westerkerk
-
Dam
-
Oude Kerk - Museum:
Rijksmuseum Amsterdam -
Anne Frank Huis en nog 8 meer. - Theater:
Theater Carré -
Het Concertgebouw -
Nieuwe de la Mar Theater - Treinstation:
Station Amsterdam Centraal: -
Station Duivendrecht -
Station Schiphol -
Station Haarlem - Winkelcentrum:
Magna Plaza
Hotels op / nabij luchthaven:
Schiphol (AMS) 11.4 km en nog 4 meer
Hotels in populaire steden:
Watergang -
Ouderkerk aan de Amstel en nog 10 meer
Zoeken naar een
accommodatiebestemming (6498) in Nederland
Zoeken via
Hotels/Wereldwijd naar een accommodatie in 212 landen.
Algemene informatie
over Nederland
▲ |