JAARSVELD, provincie Utrecht. Aan de Lek, in de Lopikerwaard, ca. 9 km ten westen van Vianen. Op de dijk bij Jaarsveld ziet men de bochtige Lek op zijn mooist. En wie aan de voet van de dijk het dorp met zijn middeleeuwse kerk en markant Dijkhuis ziet liggen kan niet nalaten er een kijkje te nemen. Via een van de twee steil aflopende toegangs weggetjes valt men als het ware het dorp in, naar provincie kaart, naar plaatsnamen lijst Nederland.
 
    
    
Tussen kerk en school is er volop parkeerruimte.
Ondanks allerlei eigentijdse voorzieningen is de kleinschaligheid en de sfeer van vroeger gebleven. De rust die in Jaarsveld heerst wordt niet zichtbaar verlevendigd door de Lekstroom, want het dorp gaat schuil achter de hoge en zware Lekdijk, die via een vaste, openbare trap is te beklimmen.

De Latijnse spreuk op het Dijkhuis,
dat met zijn voorgevel vanachter de dijk naar de rivier is gericht, zegt het duidelijk: Vivo leo cespite tutus', de Hollandse leeuw is veilig achter de groene zoden van de dijk. De opvallend aangebrachte gevelspreuk duidt de bestemming aan die het Dijkhuis nog steeds heeft: hier zetelen de wakers over dijken, kaden, watergangen, sloten, gemalen en duikers in de Lopikerwaard, het gebied tussen Lek en Hollandse IJssel.

Tot aan de
11e eeuw was dit gebied grotendeels nog een woestenij.
Daarna zijn in een paar eeuwen alle gronden in cultuur gebracht door hard werkende pioniers. In de strijd tegen het water heeft Jaarsveld altijd centraal gestaan, niet alleen als post van waaruit de zorg voor de dijk werd geregeld, maar waar ook meermalen een bres werd geslagen in de dijk. Op een aantal plaatsen is het spoor van vroegere dijkdoorbraken nog zichtbaar aan de wielen, diepe plassen die zijn ontstaan door de enorme kracht van het instromende water.

In zijn beroemde roman 'Het wassende water'
heeft Herman de Man een indringende beschrijving gegeven van het gevecht van de mannen van het Dijkhuis tegen het kolkende water.

In vroeger eeuwen zag het silhouet van Jaarsveld er anders uit.
Achter de toen nog veel lagere dijk domineerde de kerk en het kasteel Veldenstein te midden van laaggebouwde onderkomens.
Het kasteel was er eind 14e eeuw neergezet door Henric van Vianen,
o.a. ter bescherming van zijn belangen in het Jaarsveldse. Het Stichts-Hollandse grensgebied waartoe ook Jaarsveld behoorde, was in de Middeleeuwen herhaaldelijk het toneel van schermutselingen tussen de graaf van Holland en de bisschop van Utrecht.
Veldenstein was echter niet zo strategisch gelegen
dat het moest dienen ter bewaking van een uitgestrekt gebied. De kasteelheren waren ook niet zo machtig dat ze de heerlijkheid Jaarsveld veel glorie konden bezorgen. Veldenstein werd door de Fransen in 1672-1674 grotendeels verwoest.

Cornelis de Witt, een kleinzoon van Johan de Witt, kreeg Jaarsveld in 1734 in bezit.
Hij liet 26 jaar later een fraai landhuis bouwen vlak bij de plaats van het verwoeste kasteel. Het landhuis heet in de volksmond 'Herenplaats'.
Thans woont er de dijkgraaf van het waterschap Lopikerwaard, waarvan de zetel in het Dijkhuis is gevestigd.

Jaarsveld is lange tijd een begrip in de radiowereld geweest.
Wegens zijn gunstige ligging voor de opvang van radiogolven heeft er een proef- of hulpzender gestaan. Nu beheersen de radio- en tv-masten van Lopik-radio de Lopikerwaard op de grens met IJsselstein.

Bezienswaardigheden
NH.-Kerk, Kerkstraat 5.
Laatgotische kerk met witgepleisterd, eenbeukig schip en ongepleisterde toren, met haaks geplaatste steunberen. Het koor is smaller dan het schip en heeft gebrandschilderde ramen.
 
Dijkhuis, aan de Lekdijk.
Neogotisch gebouw met trapgevel, gebouwd in 1904. Zetel van het waterschap.

Huis te
Jaarsveld, aan de rand van de dorpskom.
Stijlvol landhuis, gebouwd in 1759. De erachter liggende grachten omsluiten het terrein van het voormalig kasteel Veldenstein.

* Bron:  Dorpen in Nederland

Volksverhalen over de dorpsbewoners

De G
rienduilen van Jaarsveld
De werkgroep Kunst en Cultuur van de gemeente Lopik probeert de historische namen te achterhalen en toe te lichten van de bewoners van de negen dorpskernen.
De kernen zullen in alfabetische volgorde de revue passeren, waarvan dit winterseizoen de namen van de bewoners van Benschop, Cabauw, Jaarsveld en van Lopikdorp aan de orde komen. Vandaag Jaarsveld.

Grienduilen
Het zijn geen uitheemse vogels die de vroegere grienden rond Jaarsveld in de vorige eeuw bevolkten. Het waren de griendarbeiders die daar hun zware werk verrichtten. Niet alleen de bewoners van het dorp werden zo genoemd, maar alle inwoners Jaarsveld, vanaf de Radiolaan aan de Tiendweg van Willige Langerak en vanaf de Lopikerwetering/Enge IJssel tot aan de
Lekdijk.

Grienden
Grienden werden aangelegd op natte laaggelegen gronden, die niet geschikt waren voor akkerbouw, fruitteelt of grasland. Ze lagen veelal dicht tegen de
Lekdijk, door de kwel aldaar vanuit de rivier en in de uiterwaarden. Daar werden de wilgenstekken uitgepoot in de vette klei.
Na één of twee jaar werd daarvan de teen (dunne twijgen) gesneden.
Kon om de drie tot vier jaar het hout worden gehakt. Het was zwaar werk om in de vette, natte klei met een kromme rug en een rijshaak te werken. Het product werd in bossen gebundeld en op de schouders naar een schouw gedragen en vandaar richting wetering gevaren. En dat van november tot maart in de gure herfst- en wintermaanden.
Ook riet en biezen werden er gesneden

Griendproducten
De bossen teen werden geweekt met de ondereinden in het water langs de weteringen en vervolgens geschild op een schilijzer, waarna handelaren ze verkochten aan mandenmakerijen.
Het hakhout werd gedeeltelijk gekloofd en tot hoepen rond tonnen geslagen om de duigen bijeen te houden. Verder voor het geriefhout en de bonenstaken, terwijl de rest werd verkocht voor het maken van zinkstukken e.d. in de waterbouw. Het riet was voor de dakbedekking en de biezen om bijvoorbeeld stoelen te matten. Met de opkomst van ander
verpakkingsmateriaal als kisten, kratten, ijzeren banden en vaten, alsmede de toepassing van kunststoffen en mede ook door de toepassing van asfalt in de waterbouw verloor het product aan belangstelling.
Doorgeschoten grienden, zoals de Hoge Grienden in Lopik, hebben nog enkel natuurwaarde.

Oorsprong bijnaam
Ook de inwoners uit Werkendam hebben de bijnaam van grienduilen. Zij werkten in de Biesbos die na de Sint Elisabethsvloed in 1421 was ontstaan. Ze verbleven daar de gehele week in keten.
Hier is de naam van grienduil waarschijnlijk ontstaan.
Zo leeft deze bijnaam ook bij ons nog voort in de rijke cultuurhistorie van ons gebied.

Reacties en vragen kunt u sturen naar:
Werkgroep Kunst en Cultuur, Postbus 50,3410 CB Lopik, e-mail: gemeente@lopik.nl

Bron: De IJsselbode. Nr 2805. Dinsdag 19-02 2008