NIJMEGEN. Provincie Gelderland. Een van de oudste steden van het land; er zijn overblijfselen gevonden van Keltische en Romeinse nederzettingen, naar provincie kaart, naar plaatsnamen lijst Nederland.

     
    
De Frankische keizer Karel de Grote

vestigde hier een 'palts', waarbij zich een handelscentrum ontwikkelde. In de 13de eeuw vrije Rijksstad, in de 14de lid der Duitse Hanze, vanaf de 15de eeuw achteruitgang. In 1923 werd in Nijmegen de Katholieke Universiteit gevestigd. Na zeer zware oorlogsschade in 1944 heeft de stad haar oude pracht niet meer herkregen. Belangrijke resten ervan zijn vooral te vinden rond de hoog boven de rivier gelegen St.-Stevenskerk.

St.-Stevenskerk (NH).

De overblijfselen van de eerste grote kerk uit de jaren 1254-1273 zijn de eenvoudige westelijke schippijlers; van de vermoedelijk rond 1307 voltooide toren zijn grote delen van de onderbouw bewaard gebleven. Einde 14de en begin 15de eeuw ontstond de hallenruimte met een natuurstenen portaal aan de zuidzijde. In de loop van de 15de eeuw verrees het koor met omgang en kapellenkrans, naar Nederlandse maatstaven nogal luisterrijk. In de volgende eeuw ontstond het driebeukige transept met in het noorden een H. Grafkapel en in het zuiden een voor Nederland uniek portaal (vermoedelijk uit 1559).
De toren moest in de jaren 1592-1593 worden vernieuwd en kreeg in 1604-1605 een nieuwe, levendig bewerkte spits. Van de 16de-eeuwse muurschilderingen zijn enkele fragmenten in de kooromgang in de H. Grafkapel behouden gebleven.
De laatgotische graftombe (1512) voor Anna Catharina van Bourbon is Keuls werk. De rijk gesneden preekstoel is van 1639. Het beeld­houwwerk aan het monumentale orgel is uit 1773.

Kerkboog.
De dubbelgewelfde doorgang van Grote Markt naar Stevenskerkhof, oorspronkelijk deel van de Lakenhal (hier Gewandhuis genoemd), werd gebouwd tussen 1542-1545. De bovenbouw uit de jaren 1605-1606 heeft aan de marktzijde een geveltop in de stijl van de Vlaamse renaissance.

Protestants-Kinderen-Weeshuis (Begijnengas) 
Het 16de-eeuwse weeshuis werd in 1644 door Salomon de Brayen en Simon Bosboom in barokstijl verbouwd. Aan de voorgevel pilasters, vensters met driehoekige frontons en in het boogveld van het portaal een reliëf met weeskinderen.

Stadhuis (Grote Burgstraat).
Het in de Tweede Wereldoorlog bijna geheel verwoeste raadhuis (in 1554-1555 in renaissancestijl gebouwd) werd in 1951-1953 herbouwd. Bewaard gebleven zijn de drie series 17 de-eeuwse wandtapijten, die tijdens de verwoesting elders gerestaureerd werden.

Voormalige Stads- of Latijnse School (Stevenskerkhof).
Belangrijk aan dit gebouw is de voorgevel om de mengeling van gotische en renaissancevormen, brede korfboognissen en renaissancistische friezen. De beelden tussen de vensters zijn nieuw aangebracht bij de restauratie in de jaren zestig.

Valkhof.
De burcht is in de jaren 1796-1797 bijna geheel verwoest. Als palts door Karel de Grote gesticht, in 1047 vernield, maar in 1155 door de Duitse keizer Frederik Barbarossa herbouwd. Behouden gebleven is de St.­Nicolaaskapel, een opmerkelijke centraalbouw op een zestienhoekig grondplan en een hoge achthoekige kern, vermoedelijk ontstaan na 1030. Aan de westzijde bevindt zich een gewelfd portaal, aan de oostzijde zijn overblijfselen van gotische altaarnissen. Van het bijna geheel verdwenen kasteel van Barbarossa is slechts één deel over: de apsis van de laatromaanse St.-Maartenskapel.

Versterkingen.
Van de oude 15de­eeuwse vestinggordel zijn aan de westzijde de hoogopgaande Kronenburgertoren (1425-1426) en aan de oostzijde in het huidige Hunerpark de Belvédère bewaard gebleven. De Belvédère werd in 1646 verhoogd en verbouwd tot uitkijktoren. Tussen de Belvédère en de St.-Jorisstraat bevindt zich een stuk stadsmuur.

Waag (Grote Markt).
Het in 1612 als waag en vleeshal opgetrokken gebouw met bordes en topgevels is een voorbeeld van de Amsterdamse renaissancestijl.



Woonhuizen.
Aan de noordzijde van de St.-Stevenskerk werd een reeks laatmiddeleeuwse kanunnikenhuizen gereconstrueerd. Aan de Steenstraat staan nog het Besiendershuis in laatgotische Nederrijnse stijl, de Zeilmakerij met laatgotische trapgevels en het Brouwershuis uit 1621. Het jezuïetenhuis (Lage Markt 26) heeft een classicistische pilastervoorgevel (midden­17de-eeuws). Tussen Lage Markt en Waalkade vindt men een reeks 16de­en 17 de-eeuwse huizen.

Musea
Commanderie van St.-Jan (Franse Plaats 3).
Gevestigd in het herbouwde johannieterklooster. De historische verzameling is gewijd aan de kunst en de geschiedenis van de stad.

Provinciaal Museum G.M. Kam (Museum Kamstraat 45).
De verzamelingen geven vooral een beeld van de geschiedenis van Nijmegen in de Romeinse tijd.

Andere bezienswaardigheden.
Het Cellebroedershuis (Anthoniusplaats)
heeft twee laatmiddeleeuwse vleugels met hoge zadeldaken tussen trapgevels. De voormalige synagoge (Nonnenstraat) uit 1756 met een ingangspartij uit 1798 werd alleen aan de buitenkant hersteld. De op het gelijknamige plein vrijstaande Kapel van het voormalige klooster Mariënburg, een groot 15de-eeuws zaalgebouw met kruisribgewelven, werd in 1910 ingericht als gemeentemuseum.

Mariken
heeft als beroemdste figuur uit de Nijmeegse literaire geschiedenis een plaats op de Grote Markt: zij is de hoofdpersoon in het mirakelspel Mariken van Nieumweghen, ontstaan in de tweede helft van de 15de eeuw.

Omgeving
Appeltern (19 km W).
De toren van de hervormde kerk heeft romaanse vormen.
Van het Huis te Appeltern rest alleen een 18de-eeuws deel, mooi gelegen aan de dijk.

Batenburg (17 km W).
Stadje aan de Maas met prachtige oude kern. Na de verwoesting in de Tachtigjarige Oorlog werden in de eerste helft van de 17de eeuw slechts het driebeukige schip en de massieve toren stomp van de hervormde kerk herbouwd; inwendig belangwekkende rouwborden uit de 17de en 18de eeuw, een gerestaureerde stenen doopvont uit de 13de eeuwen een barokke preekstoel uit 1655. Van het kasteel aan de noordkant van het stadje, in zijn tijd het belangrijkste bouwwerk tussen Maas en Waal, rest slechts een schilderachtige ruïne. Het grote ringvormige kasteel, rond 1600 op oudere fundamenten opgericht, brandde in 1794 af en verviel daarna.

Bergharen (12 km W).
De mooi gelegen hervormde kerk bezit een groot pseudobasilicaal schip uit de 15de eeuwen een 13de-eeuwse toren.

Ewijk (13 km NW).
Van de rooms-katholieke kerk (afgebroken in 1918) resteert nog een fraaie toren versierd met boogfriezen. De nieuwe rooms-katholieke kerk werd gebouwd in 1920. Huis Doddendael is een kleine, vermoedelijk 14de-eeuwse burcht met een vroeg-17de-eeuwse aanbouw in het noordoosten. De boogbrug over de burchtgracht is midden-19de-eeuws.

Hernen (11 km W).
Op de plattegrond van een iets scheve rechthoek verheffen zich rond een binnenhof de vier woonvleugels van het kasteel Hemen. Ze ontstonden tussen de 12de en het begin van de 16de eeuw. Tot ongeveer 1850 stond in de zuidoostelijke hoek nog een woontoren. Op de overige hoeken staan ronde torens met vooruitspringende hoektorentjes. Tijdens de restauratiewerkzaamheden in de jaren 1943-1947 zijn enkele 19de-eeuwse toevoegingen weer weggehaald. Het kasteel heeft vandaag de dag de gesloten vorm die het in de 18de eeuw waarschijnlijk had. Belangrijk zijn in het bijzonder de oorspronkelijke weergangen aan de west-en noordkant.

Leur (11 km ZW).
Op een heuvel ligt de 13de-eeuwse kerk (NH). Het metselwerk van de toren is nog oorspronkelijk, het schip dateert uit de 14de en het koor uit de 15de eeuw.

Wychen (10 km ZW).
De neoclassicistische kerk (RK) is uit het jaar 1853, de toren is romaans. Het voormalige kasteel, tussen 1609-1626 in renaissancestijl gebouwd voor Emilia van Nassau (dochter van Willem de Zwijger) en haar Portugese echtgenoot Emanuel van Bragança, werd in 1933 verbouwd tot stadhuis. Het heeft drie vleugels om een binnenhof heen en een massieve traptoren in de noord­westelijke hoek.

Zoeken naar een accommodatiebestemming (6498) in Nederland
Zoeken via Hotels/Wereldwijd naar een accommodatie in 212 landen.
Algemene informatie over Nederland