UTRECHT, provincie Utrecht. Oudste en in de volle middeleeuwen belangrijkste stad in Nederland benoorden de rivieren. In 48 n.C. lag hier al een Romeins castellum. In de 7de eeuw werd de plaats door de Franken veroverd, in 696 vestigde de missionarisaartsbisschop Willibrord, de 'apostel der Friezen', hier zijn residentie. Sinds de l0de eeuw permanente bisschopszetel, in 1122 stadsrecht. Door gunstige ligging aan een Rijntak (Kromme Rijn­Vecht) kwam ook de handel tot ontwikkeling, maar na de 13de eeuw trad stagnatie in doordat de grotere zeeschepen Utrecht niet meer aandeden. Tot de 19de eeuw bleef de stad binnen de ommuring van 1130. Mede door dit economische verval behield Utrecht een zeer kerkelijke inslag, met talrijke godshuizen en kloosters, naar provincie kaart, naar plaatsnamen lijst Nederland

     
    
Na veel burgertwisten in de l4de, l5de en l6de eeuw kwam de stad in 1576 bij de Republiek;
in 1636 kreeg zij haar universiteit. Pas in de tweede helft van de 19de eeuw leefde de stad op, m.n. door haar gunstige ligging (spoorwegknooppunt). De oude, maar levendige binnenstad is rijk aan monumenten en stede schoon, vooral aan de Oude en Nieuwe Gracht (met hun karakteristieke lage kaden ('werven') en op de pleinen rond de oude kerken (de 'kerkhoven').

Sacrale gebouwen
Dom (NH).
De eerste steen van het koor van een nieuwe kerk op de plaats van de romaanse St.-Maartenskathedraal (in 1253 door brand beschadigd) werd in 1254 door bisschop Hendrik van Vianden gelegd. Eind 13de eeuw werd de kapellenkrans rond het koor voltooid, verdere delen van het koor kort daarop. Westelijk daarvan werd tussen 1321-1382 de magnifieke Domtoren gebouwd. Dit meesterwerk in de trant van de Franse kathedraalgotiek bestaat uit een vlak gehouden eerste vierkant met reeksen diepe nissen, een nadrukkelijk daarvan gescheiden tweede vierkant en daarboven een doorluchtige achtzijdige lantaarn met een korte spits. Boven de rijk gebeeldhouwde doorgang van de toren ligt de reeds in 1328 vermelde St.-Michaelskapel en daarboven de Egmondkapel.
De toren bezit naast zeven oude luiklokken door Geert van Wou (1505­1506) en zes nieuwe ook een klokkenspel (1663-1664), hoofdzakelijk van de gebroeders Hemony.
In de 15de en begin 16de eeuw kwamen ten slotte het dwarsschip en het vijfbeukige middenschip tot stand. Dat laatste deel is bij een orkaan in 1674 ingestort en later afgebroken; de plattegrond is op het plaveisel van het Domplein aangegeven.
Ondanks het verdwijnen van het schip maakt het inwendige grote indruk.
Architectonische details van belang zijn: in de kooromgang de basementen en bladkapitelen van de pijlers, en de sluitstenen van de gewelven uit de tweede helft van de 13de eeuw. Verder de wanddecoraties van omstreeks 1300 in de kapellen aan de zuidzijde van het koor, de elegante nissen in de kapel van Rudolf van Diepholt uit de tijd rond 1455 en in de noorderzijbeuk van het koor een sierlijk laatgotisch poortje naar de sacristie. De overblijfselen van het mooie renaissancekoorgestoelte uit 1563 zijn in de dwarsarmen te zien.
De oostelijke en zuidelijke arm van de mooie kloostergang
dateren uit de tweede helft van de 14de eeuw, de westelijke arm ontstond in de 15de eeuw. De fontein met een bronzen monniksfiguur door Jan Brom is uit 1913.
De kapittelzaal van de Dom, thans aula van de Universiteit, is midden 15de eeuw gebouwd en kreeg omstreeks 1495 een nieuw gewelf met mooie figurale kraagstenen. Hier werd in 1579 de Unie van Utrecht getekend.

Voormalig Agnietenklooster (Agnietenstraat).
Van het klooster van de augustijner kanonikessen zijn de kapel (1512-1516) en de vleugel die keuken en refter bevatte, bewaard. In de jaren 1916-1921 werd het complex vergroot en ingericht als Centraal Museum.

St.-Augustinuskerk (RK; Oude Gracht).
K.G. Zocher bouwde de kerk in 1840 in neoclassicistische stijl met een monumentaal tempelfront.

Buurkerk (Steenweg).
Op de plaats van een romaanse kruisbasiliek (in 1253 door brand verwoest) ontstond in de loop van de 14de en 15de eeuw de huidige vijfbeukige, in baksteen uitgevoerde hallenkerk. Aan het driebeukige schip (1435-1456) werden begin 16de eeuw nog twee kortere zijbeuken toegevoegd. Na de Reformatie werd in 1586 de gehele koorpartij afgebroken. De zware toren uit de 14de eeuw had een bekroning naar het voorbeeld van de Domtoren moeten krijgen, maar het is bij een niet onaardige noodoverkapping gebleven. Inwendig zijn twaalf mooie 13de-eeuwse zuilen behouden gebleven. De kerk verschaft thans onderkomen aan het Museum 'Van Speelklok tot Pierement'.

St.-Catharinakerk (RK; Lange Nieuwstraat).
De bouw van deze laatgotische kruisbasiliek (met stenen gewelven en luchtbogen) als kerk van het karmelietenklooster begon in 1470 en werd in 1551 voltooid door de johannieterorde, die het klooster en bijbehorend gasthuis in 1528 had overge­nomen. In 1853 werd de kerk door de katholieken als kathedraal in gebruik genomen en in 1898-1900 aan de west­kant uitgebreid, waarbij de merkwaardige oude geveltop werd nagemaakt.

Doopsgezinde kerk (Oude Gracht).
Eenvoudige zaalkerk in 1772-1773 gebouwd door Willem de Haan uit Haarlem.

Geertekerk (Geertekerkhof).
De kerk, gewijd aan de H. Gertrudis van Nijvel, was vroeger een van de vier parochiekerken van Utrecht en is thans van de remonstranten. De toren met spitsboognissen, lisenen en rondboogfriezen dateert vermoedelijk uit de tweede helft van de 13de eeuw, koor en dwarsschip zijn wellicht vroeg-14de-eeuws. De zijbeuken schijnen in de 15de eeuw te zijn toegevoegd aan een ouder schip.

Jacobikerk (NH; Jacobsstraat).
Vroeger ook een van de vier parochiekerken van de stad, in de loop van de 15de eeuw ontstaan als een in steen overwelfde hallenkerk met geheel ingebouwde toren door verbouwing en uitbreiding van een voeggotische kruisbasiliek. Aandacht verdienen de sluit- en kraagstenen van het middenkoor met ornamenteel en figuraal beeldhouwwerk. De drie koren hebben opvallende koorhekken. De mooie renaissancepreekstoel is van rond 1600.

Janskerk (NH; Janskerkhof).
Volgens een geloofwaardige traditie werd de voormalige kapittelkerk gesticht door bisschop Bernoldus (1027-1054). Het 11de-eeuwse karakter werd echter niet zo goed bewaard als bij de St.-Pieterskerk. Het geheel maakt niettemin een bekoorlijke indruk. Tussen 1508-1539 werd een nieuw, laatgotisch koor met overwelfde zijkapellen opgetrokken; de romaanse westtoren werd in 1681 afgebroken, daarna werd de westelijke voorgevel vernieuwd.

Lutherse kerk (Hamburgerstraat).
De laatgotische kapel van het St.-Ursula­klooster werd in 1745 verbouwd.

Kloostergang van St.-Marie (Mariaplaats).
Van de romaanse kapittelkerk van St.-Marie uit circa 1090-1150 is alleen de kloostergang overgebleven. De bogen rusten op zuilen en pijlers met teerlingkapitelen; de houten overdekking is bij de restauratie in deze eeuw aangebracht.

St.-Nicolaaskerk (Klaaskerk; NH; Nicolaaskerkhof). Schilderachtig bouwwerk, ooit een van de vier parochiekerken; kreeg in de 15de eeuw zijn huidige vorm van een in steen overwelfde hallenkerk door de verbouwing van een romaanse kruisbasiliek uit de 12de eeuw, waaraan uitwendig alleen nog de romaanse torens (de zuidelijke werd in 1586 verhoogd) herinneren. Inwendig zijn slechts enkele romaanse elementen bewaard gebleven.

St.-Pieterskerk (NH; Pieterskerkhof).
Vroeger een kapittelkerk, thans Waalse kerk. Vroegromaanse kruisbasiliek, gesticht door bisschop Bernoldus en in 1048 gewijd. Het bijna onveranderd gebleven 11de-eeuwse kerkgebouw heeft aan de binnenkant houten overdekkingen, forse zandstenen zuilen met teerlingkapitelen tussen de beuken van het schip, een krocht onder het koor en kapellen aan weerszijden van het koor, waarvan de zuidelijke begin 14de eeuw vervangen werd door een grotere gotische. Dwarsschip en koor hebben eind 13de eeuw kruisribgewelven gekregen. De westelijke voorgevel werd herbouwd na de orkaan van 1674. Inwendig zijn belangrijke wandschilderingen bewaard gebleven. Zeer bijzondere 12de-eeuwse reliëfs (Christus voor Pilatus, Kruisiging en Opstanding) werden ter weerszijden van de trappen naar het hoofdkoor weer op de oude plaats aangebracht.



St.- Willibrorduskerk (RK; Minrebroedersstraat).
Grote neogotische kruisbasiliek uit de jaren 1876-1877 door A. Tepe.

Bartholomeïgasthuis (Lange Smeestraat/hoek Pelmolenweg).
Het ziekenhuis werd gesticht in 1407, de rechtervleugel en de kapel ontstonden omstreeks 1500, de linkervleugel werd in 1838 toegevoegd. In de 17de-eeuwse regentenkamer bevinden zich enkele waardevolle wandtapijten (1642­1645).

Voormalig Gasthuis Leeuwenberg (Servaasbolwerk/hoek Schalkwijkstraat).
Gesticht in 1567 als pesthuis, nu kerk van de Nederlandse Protestantenbond. Gaafste voorbeeld van een laatmiddeleeuws hospitaal in Nederland. De dubbele zaal wordt gedekt door zadeldaken tussen topgevels.

Niet-kerkelijke gebouwen
Fundatie van Renswoude (Agnietenstraat).
Het complex, met imposante middenpartij, ontstond in 1757 naar ontwerp van Joan Verkerk en bezit een grote regentenzaal in rococostijl met wandbetimmering en stucplafond. Vlak bij deze Fundatie liggen twee hofjes: de Beyerskameren (Lange Nieuwstraat) uit 1597 en daarnaast het Hofje van Pallaes uit 1651.

Huis Drakenburg (Oude Gracht).
In het laat-13de-eeuwse huis bevinden zich nog resten van een tufstenen adelshuis uit de 12de eeuw. De voorgevel werd gereconstrueerd.

Huis Oudaen (Oude Gracht).
Het burchtachtige bakstenen huis met rechthoekige traptoren aan de linkerzijde werd gebouwd omstreeks 1300.

Huis Zoudenbalch (Donkerstraat).
Behalve de hardstenen gotische voorgevel uit 1467-1468 is van het oude huis na een brand in 1903 bijna niets overgebleven.

Paleis van Justitie (Hamburgerstraat).
Neoclassicistisch gebouw (uit 1834­1837 door Christiaan Kramm) met boven de ingang Genius der Wetgeving, vooraanstaand beeldhouwwerk van Joh. Rijnbout.

Paushuize (Pausdam/hoek Kromme Nieuwe Gracht).
Een deftig huis, in 1517 gebouwd voor de uit Utrecht afkomstige Adriaan Boeyens, de latere paus Hadrianus VI (1459-1523); de vleugel langs de Kromme Nieuwe Gracht, met een laatgotische toegangspoort, ontstond later in de 16de eeuw.

Stadhuis (Stadhuisbrug).
Het complex bestond oorspronkelijk uit de middeleeuwse huizen Hazenberg en Groot en Klein Lichtenbergh, waarvoor tussen 1824-1847 een imposante zandstenen voorgevel in classicistische trant gebouwd werd. De linkerzijde bevat nog fragmenten van het laatgotische huis 'Het Keyzerrijk'.

Statenkamer (tussen Janskerkhof en Minrebroederstraat).
Ooit gebouw van het Minderbroedersklooster, gesticht in 1247. Na de Hervorming, sinds 1581, diende het als vergaderzaal voor Provinciale Staten (mooie poort uit 1643), behoort thans aan de Universiteit. Dakconstructie uit de tijd rond 1900.

Vleeshuis (Voorstraat 19).
Vermoedelijk uit 1637 naar een ontwerp van de schilder en architect Paulus Moreelse.

Moderne architectuur.
Het Schröderhuis (1924; Prins Hendriklaan 50) werd door Gerrit Rietveld gebouwd in overleg met de opdrachtgeefster, mevrouw T. Schröder-Schräder. Het huis is een van de mooiste voorbeelden van de nieuwe zakelijkheid en de functionaliteit van de Stijlarchitecten. Rietveld bouwde ook woningen aan de Robert Schumannstraat (1932), de Erasmuslaan (1930-1931, 1934) en de Waldeck Pyrmontkade 10 (1927­1928). Imposant, vooral ook van binnen, is het hoofdpostkantoor (1917­1924; Neude 11) van J. Crouwel jr. Het muziekcentrum Vredenburg (1973 ­1978; Vredenburg) werd gebouwd door H. Hertzberger. Een mooi voorbeeld van Jugendstil is de apotheek in de Voorstraat 6 uit 1904.

Musea
Centraal Museum (Agnietenstraat 1). In de kunstverzameling van voor 1850 werk van o.a. Jan van Scorel, Savery, Saenredam en Utrechtse 'Caravaggisten' als Van Honthorst en Ter Brugghen. De verzameling Nederlandse schilder- en beeldhouwkunst van na 1850 heeft samen met de bouwkunst en vormgeving een plaats gekregen in de nieuwe vleugel. Het museum beschikt ook over een historische verzameling.

Rijksmuseum
Het Catharijneconvent (Nieuwe Gracht 63). Het Catharijneconvent was het laatmiddeleeuwse klooster van de Utrechtse johannieters. De zeer grote collectie, ontstaan door de samenvoeging van verzamelingen van elders, geeft een veelzijdig beeld van de geschiedenis van het christendom in Nederland.

Hedendaagse Kunst Utrecht (Achter den Dom 12-14).
Kunstcentrum in het vroegere hoofdpostkantoor. Naast de eigen collectie hedendaagse kunst presenteert het museum ook regelmatig wisselende tentoonstellingen.

Andere bezienswaardige huizen.
Achter St.-Pieter 8 is een leuk huis uit 1664; Achter St.-Pieter 14 heeft een goed bewaarde classicistische voorgevel uit omstreeks 1640; Achter St.­Pieter 20, nu Provinciale Griffie, gevel met 'kolossale orde' uit circa 1650. lanskerkhof 20 werd rond 1640 gebouwd en rond 1725 gewijzigd; lanskerkhof 13 dateert uit 1648. 18de­eeuwse gevels vindt men vooral aan de Nieuwe Gracht en de Kromme Nieuwe Gracht. Sinds 1829 werden de vroegmiddeleeuwse versterkingen afgebroken, op hun plaats ontstond een mooie groene gordel. Bijzondere parken: tussen Mariaplaats en Lange Smeestraat door J.D. Zocher uit 1843 en aan het Lepelenburg door S.A. van Lunteren uit 1859-1860. In het voormalige station Maliebaan (1874) is tegenwoordig het Spoorwegmuseum gevestigd. Aan de Breedstraat staat het indrukwekkende pand (1918) van de voormalige drukkerij Van Boekhoven­Bosch.

Omgeving
De Bilt (3 km NO).
Dit al in 1308 als jachtplaats vermelde dorp ligt met het villadorp Bilthoven in een bosrijk gebied met vele landgoederen, landhuizen uit de 18de en 19de eeuwen parken. Het gemeentehuis is ondergebracht in het voormalige landgoed Jagtlust. Sinds 1893 is het KNMI in De Bilt gevestigd.

Blauwkapel
Ten noordoosten van de stad Utrecht, grenzend aan de nieuwbouwwijk Overvecht, ingeklemd tussen de spoorlijn en de uitvalsweg naar Hilversum ligt het fort Blauwkapel. Het is een stervormige vesting, die het oude dorpje helemaal heeft opgeslokt. Het fort ligt op slechts tientallen meters van de Utrechtse nieuwbouw, tegenover de Darwindreef, en niet ver van het station Overvecht. Al heeft de vestinggracht nu geen militaire functie meer, in elk geval beschermt hij het oude dorp tegen de hoogbouw van het moderne Utrecht. Rondom de Domstad liggen trouwens nog meer oude forten, zoals Voordorp, Ruigenhoek en Rhijnauwen.
De geschiedenis van het dorp gaat natuurlijk verder terug dan die van het fort. We noemden al de naam 'Voordorp' : zo werd Blauwkapel vroeger ook aangeduid, omdat het als een soort 'voorstadje' van De Bilt werd gezien. In 1441 werd de oude kerk van het plaatsje echter vervangen door de huidige gotische 'Blauwe kapel', waarnaar het dorp vanaf die tijd werd genoemd. Die kleur blauw vinden we terug in het blauwgeschilderde tongewelf van de dorpskerk. Na een bominslag in de Tweede Wereldoorlog is dit kleinste gotische kerkje van Nederland weer gerestaureerd.
Behalve de kerk staan er in het dorp nog enkele boerenhoeven en een groot woonhuis, dat eerder in de stad dan in zo'n landelijke omgeving lijkt thuis te horen.
Het fort dateert uit 1818.
In het kader van de Nieuwe Hollandse Waterlinie werd het dorp Blauwkapel toen tot een stervormige militaire vesting omgebouwd.

Houten (7 km ZO).
De hervormde kerk met een vermoedelijk 13de­eeuws schip en koor heeft een indrukwekkende laatgotische toren uit 1500. Slot Heemstede, gebouwd op een achthoekige plattegrond met vijfhoeki­ge torentjes aan vier zijden, dateert uit 1645. De inrichting is geheel uitgevoerd in Lodewijk-XIV-stijl.

Vleuten (4 km W).
De laatgotische, driebeukige kerk (NH) heeft een mooie, eenvoudige toren uit 1300; zuidelijk daarvan staan een paar schilderachtige, witgekalkte 17de-eeuwse huisjes met kleine trapgevels en rieten daken. Ten oosten van het dorp zijn delen van het riddergoed Den Ham behouden gebleven: een imposante vierkante toren (waarschijnlijk 15de­eeuws) en een poortgebouw uit 1642

Zoeken naar een accommodatiebestemming (6498) in Nederland
Zoeken via Hotels/Wereldwijd naar een accommodatie in 212 landen.
Algemene informatie over Nederland