|
Wenen 1010-1230.
'Wien eine Stadt stellt sich vor.' Onder dit
motto heeft de gemeente Wenen ongeveer 200 opmerkelijke kunst- of
cultuurhistorische monumenten voorzien van schildjes die de bezoeker in
kort bestek belangrijke informatie verschaffen;
in de zomermaanden voorzien van een vlaggetje. Bijbehorende gids
verkrijgbaar, naar kaart
Oostenrijk, naar
stedenlijst Oostenrijk. sedert 1924 ook Deelstaat, is een van de bezienswaardigste en interessantste metropolen van Europa. Door zijn eminente rol in de geschiedenis, de prachtige sacrale en profane gebouwen, de kunstschatten, de lieflijke omgeving en speciaal de unieke betekenis die de stad heeft voor muziekminnaars over de hele wereld oefent Wenen een aantrekkingskracht uit waaraan bijna niemand kan ontkomen. Ligging. Wenen is het kruispunt van oeroude verkeersaders: de 'Bernsteinstrasse' van de Oostzee naar de Middellandse Zee, en de oude wegen langs de Donau. Het is ook een snijpunt van luchtlijnen. De Donau was in het Romeinse rijk de noordelijke grens, aan de andere zijde van de rivier lag het 'barbarenland'. In latere eeuwen volgden allerlei legers de loop van de rivier: de kruisvaarders naar het oosten, de Hunnen, Avaren, Hongaren, Turken, kurucen en het Rode Leger naar het westen. Al naar gelang van tijd en uitgangspunt noemt men Wenen het 'bruggenhoofd van het Westen' of de 'brug tussen Oost en West'. De Rijnlander Metternich formuleerde het kort en krachtig aldus: 'Auf der Landstrasse, = de grote uitvalsweg naar het oosten, beginnt Asien'. Wenen is deels een stad in de bergen - de westelijke wijken liggen tegen de hellingen van het Wienerwald, uitlopers van de Alpen - en deels een stad in de vlakte - de oostelijke wijken behoren tot het Pannonische landschap. Wenen heeft twee klimaten: koel, vochtig, oceanisch in de bergen, en droog, warm, continentaal op de vlakte. Wenen is een stad van grote aantallen en tegenstellingen, een stad aan de grens en een stad in het midden. Stadsontwikkeling en geschiedenis. Uitgangspunt voor de ontwikkeling van de tegenwoordige stad was een in de eerste eeuw gestichte Romeinse legerplaats waarvan de grenzen nu nog te herkennen en waarvan de restanten op twee opgravingterreinen te bezichtigen zijn. Marcus Aurelius stierf in 180 in 'Vindobona'. Na de ondergang van het Romeinse rijk volgden ook hier de 'donkere middeleeuwen'. In de schriftelijke bronnen wordt nog eenmaal, omstreeks 493, over 'Vindomina' gesproken, daarna is er een hiaat tot 881. In dat jaar wordt een veldslag met Hongaren bij 'Wenia' vermeld. Ondanks deze spaarzame mededelingen mag worden aangenomen dat het gebied binnen de stadsmuren continu werd bewoond. Beslissend voor Wenen was de belening van de Babenbergs met het oostelijk grensgewest (976). Onder dit geslacht werd Wenen de hoofdstad van het hertogdom. Het was in ca. 1200 uitgegroeid tot een van de belangrijkste steden in het Duitse taalgebied. De stad, die reeds in 1137 'civitas' genoemd werd, besloeg onder de laatste Babenbergs het gebied van Bezirk 1. De muren die de stad tot 1858 omringden dateerden uit het begin van de 13de eeuw. De Boheemse koning Przemysl Ottokar, die de Babenbergs opvolgde, eiste de stad op. Of de eerste gebouwen van de Hofburg en het bewaard gebleven westwerk van de St.-Stephan in zijn tijd tot stand kwamen of nog tijdens de laatste Babenbergs is omstreden. De overwinning van Rudolf von Habsburg op Ottokaren de belening van zijn zonen met de Oostenrijkse landen bepaalden het lot van de stad: tot 1918 was Wenen residentie van de Habsburgs, die, afgezien van een korte onderbreking, van 1438 tot 1806 de Duitse keizerskroon droegen. In de 16de eeuw was het dank zij een handige huwelijks politiek gelukt de landen van de Wenzels- en de Stephanskroon met Oostenrijk te verenigen. Wenen, de stad aan de Donau, was geen grensstad meer, maar werd het natuurlijke middelpunt van een rijk dat de Oost-Alpen, de Karpaten en de Sudeten omvatte. Dat zoveel Duitse vorsten zich met Napoleon verbonden, was er de oorzaak van dat Frans II, die zich in 1804 tot keizer van Oostenrijk had uitgeroepen, in 1806 de Duitse keizerskroon neerlegde. Wenen ontwikkelde zich tot het centrum van een machtige staat in het hart van Europa. In de 'Kaiserliche und Königliche Monarchie' waren nationaliteiten uit het zuiden, het oosten en het zuidoosten vertegenwoordigd: Tsjechen, Polen, Hongaren, Oekraïners, Slovaken, Roemenen, Serven, Kroaten, Slovenen, Italianen en Ladinen. Het is niet te verwonderen dat de rijkshoofdstad talrijke mensen aantrok; in het Weense telefoonboek vindt men nog steeds veel namen die hun herkomst uit de oude kroonlanden verraden. In 1910 overschreed het inwonertal de twee miljoen. De ineenstorting van 1918 had de onnatuurlijke situatie tot gevolg dat ongeveer een derde deel van de bevolking van het tot het Alpengebied samengesmolten land in Wenen woonde. 'Wasserkopf was de afkeurende benaming voor de eens zo glansrijke hoofdstad. In 1924 werd Wenen tot Bondsland verheven, tussen 1938 en 1945 gedegradeerd tot 'Gauhauptstadt', hoofdstad van een 'Duits' gewest, en van 1945 tot 1955 was het in vieren verdeeld. Na 15 mei 1955, de dag van het Staatsverdrag, beleefde Wenen een economische bloei. Het is tegenwoordig een belangrijk centrum van kunst en cultuur en dank zij zijn geschiedenis en zijn ligging is Wenen voorbeschikt congres stad en zetel van internationale instellingen en verenigingen te zijn. Wenen en de muziek. Wie van muziek houdt denkt bij Wenen aan 'Wiener Klassik'. Was de uitstraling van de stad, waren de levensvreugde en de aangeboren muzikaliteit van de Weners, of was de betovering van het Wienerwald er de oorzaak van dat hier, alleen hier, de Italiaanse barokmuziek tot bloei kwam? Het is een niet te verklaren fenomeen dat hier in de tweede helft van de 18de eeuw tot in de eerste helft van de 19de eeuw vijf mannen - Gluck, Haydn, Mozart, Beethoven en Schubert - de muziek tot een tot dan toe onbekende hoogte zouden verheffen. Alleen Schubert was in Wenen geboren. De anderen stammend uit de uiteenlopendste streken - kwamen echter niet meer van Wenen los. Zij bleven, werkten en stierven er. Hun werken, die tot de mooiste muzikale scheppingen behoren, blijven onlosmakelijk met Wenen verbonden. Ook later toonde Wenen zich een bijzonder vruchtbare bodem voor de muziek. Aan het eind van de 19de eeuw waren het weer drie 'vreemdelingen' - Bruckner, Brahms en Hugo Wolf - die de traditie van Wenen als muziekstad voortzetten. Een genre muziek dat alleen hier kon ontstaan, omdat het zijn oorsprong vond in de natuur van de Weners een eigenaardige mengeling van levensvreugde en sentimentaliteit - is de 'Wiener Walzer'. De Straussdynastie, zeer hecht met de Weense wals verbonden, die ook de beste werken van de Weense operette schiep, schonk de Oostenrijkers hun 'geheime volkslied', de Donauwalzer. Instellingen als de Wiener Staatsoper, de Wiener Philharmoniker en de Wiener Sängerknaben zorgen ervoor dat Wenen als bakermat van de muziek in de hele wereld bekend is. Stephansdom: bisschoppelijke dom
in 1469, aartsbisschoppelijk dom in 1723. bevat de Pummerin, de grote, 21383 kg wegende klok. De kerk heeft een gemeenschappelijk dak voor de drie beuken. De gigantische middeleeuwse houtconstructie is verbrand, er is nu een stalen skelet. Bezichtiging tijdens rondleidingen. Boven de zijgevels van het schip opengewerkte topgevels om de monumentaliteit van het dak wat af te zwakken. Westfaçade, afkomstig van de laatromaanse kerk, door toevoeging van twee gotische kapellen op de nieuwe breedte gebracht. Rieselltor, getrapt portaal met fraai beeldhouwwerk; Heidentürme. 66 m hoog, door het gotische gebouw enigszins ingeklemd. Twee zijportalen met voorhallen, mooi beeldhouwwerk. Aan het exterieur van de dom veel mooie grafmonumenten. Interieur. Drie ruimten: een licht koor; transept met aansluitende torenportalen; schip met een middenbeuk en zijbeuken. Inrichting: monumentaal, barok hoogaltaar met de Steniging van Slefanus, de patroon van de kerk. Preekstoel en orgel voet van gotische beeldhouwkunst. Typisch voor de St.Stephan zijn de baldakijntjes met figuren tegen de pijlers. Maria-altaar, fraai houtsnijwerk uit 1447. Katharinenkapelle: prachtige doorhangende sluitsteen, 1481. 'Dienstboten - Muttergottes', ca. 1320. Drie altaren met opengewerkte stenen baldakijnen. Catacomben: onderaardse gangen en kamers, voor een deel begraafplaatsen; grafruimte van de stichters; urnen met ingewanden van de Habsburgs; nieuwe grafkelder voor de bisschoppen. Bezichtiging. Wenen, dom St.-Stephan. 1 Riesentor; 2 Noordelijke en zuidelijke Heidenturm; 3 Bischofstor; 4 Adlerturm met voorportaal; 5 ingang catacomben; 6 Mesnerhaus, trap naar de toren; 7 Stephansturm met voorportaal; 8 Singertor; 9 Kruiskapel, graf prins Eugenius; 10 Drie gotische altaren met baldakijnen; 11 Orgelvoet, door Pilgram; 12 Wiener Neustädteraltaar; 13 Hoogaltaar; 14 Grafmonument Frederik III; 15 Catharina-kapel met doopvont; 16 Preekstoel en "Dienstboten-Mut tergottes" Kapuzinerkirehe en Kapuzinergruft,
Neuer Markt. Maria am Gestade , Salvatorgasse.De op Romeinse fundamenten opgetrokken kerk verhief zich vroeger boven een steile wand langs een Donauarm. Het huidige gebouw dateert uit ca. 1400. Het is een gotisch meesterwerk. De opengewerkte torenhelm stamt eveneens uit 1400. De westfaçade is als afsluiting van de steeg 'Am Gestade', met trappen, in stedebouwkundig opzicht van belang. Mooie portalen. In het koor fraaie 14deeeuwse vensters. Beelden tegen de pijlers. Michaelerkirche , Michaelerplatz,vroeger parochie van het hof. Achter de classicistische façade verbergt zich een pijlerbasiliek uit de 13de eeuw; de toren is na een aardbeving in 1598 in gotische vorm weer opgebouwd. Ongewoon boeiend is de inrichting van het gotische koor: het thema van de val van de engelen is in stucreliëfs uitgebeeld op het altaar en aan het gewelf. In het 'Michaeler Durchhaus' aan de zuidzijde een Olijfbergreliëf, ca. 1500.
Minoritenkirche
/
Maria Schnee,
Minoritenplatz.
Peterskirche , Petersplatz:volgens de legende door Karel de Grote gesticht. De St.-Peter komt volgens verschillende theorieën voort uit een christelijk godshuis uit de 4de eeuw. Het tegenwoordige gebouw dateert van 1703-1733. Het portaal is bekoorlijk. Opvallend zijn de overhoeks geplaatste torens. Centraalbouw, met machtige ellipsvormige koepel; prachtige wandverdeling; fraaie, harmonische inrichting. Het koepelfresco is een van de beste werken, het Joh.-Nepomuk-Altar heeft een grandioze plastische voorstelling van de val van de heilige Nepomuk in de Moldau. Wenen. de St.-Peter. 1 Portaal; 2 Torens; 3 Preekstoel; 4Altaar ter ere van de heilige Nepomuk; 5 Hoogaltaar Hofburg. Bouwgeschiedenis. De Burg verheft zich in de zuidwesthoek van de oude stad, daar waar de grote invalsweg uit het westen via de Mariahilferstrasse uitmondt. Op deze strategisch belangrijke plaats werd nog onder de laatste Babenbergs een versterking ontworpen, vermoedelijk in de buurt van de Michaelerkirche. De kern van de tegenwoordige Hofburg is een onder koning Ottokar begonnen en onder Rudolf von Habsburg voltooid complex van vier vleugels, de Schweizerhof. Aanbouw van de Burgkapelle in 1447-1449. In de 16de eeuw volgden twee renaissancegebouwen, aanvankelijk vrijstaand, de Stallburg en de Amalienburg. Onder Leopold I werd het lange, vroegbarokke gebouw, de 'Leopoldinische Trakt' , opgetrokken, dat de Schweizerhof met de Amalienburg verbond. De verbinding aan de oostzijde kwam tot stand door de aanleg van de 'Reichskanzleitrakt. Daardoor ontstond het mooie gesloten plein 'In der Burg'. Een werk van vader en zoon Fischer von Erlach is de Hofbibliotheek (Österr. Nationalbibliothek), een van de indrukwekkendste bibliotheekzalen in de wereld. De fraaie feestzaal van de Spanische Reitschule werd ontworpen door de jonge Fischer von Erlach. Een daar bestaand theater werd omstreeks 1760 vergroot en voorzien van een mooie façade aan de zijde van de Michaelerplatz. In 1776 riep Jozef II dit gebouw uit tot 'Nationaal theater'; dat was de geboorte van het Burgtheater. In het begin van de 19de eeuw ontstond de 'Zeremoniensaal', nu de voornaamste zaal van hel congrescentrum. Door de onder Napoleon begonnen ontmanteling van de verdedigingswerken rondom het burchtgebied kwam er een groot terrein vrij; twee parken en de Aussere Burgror, gebouwd ter nagedachtenis aan de Slag bij Leipzig en in 1934 tot Oostenrijks heldenmonument uitgeroepen, namen de plaats van het oude bastion in. Van de vele oorspronkelijke plannen is
Wenen,
de Hofburg. 1 Michaelertrakt (Ingang keizerlijke
appartementen); 2 Schweizerhof
(schatkamer, kapel); 3 'In der Burg' (Schweizertor);
4
AmaIienburg; 5 Stallburg; 6 Josefsplatz; 7 Nationalbibbliothek; 8
Augustinerkirche; 9 Albertina; 10 Burggarten; 11 Neue Hofburg (musea); 12
Heldenplatz; '3 Congrescentrum; 14 Leopoldinischer Trakt
(Bondspresident); 15
Buitenste Burgtor (Heldenmonurnent) Nalionalbibliolhek: Monumenten Burgtheater,
Dr.-Karl-Lueger-Ring: Kunsthist. en
Naturhist. Museum,
Burgring 5:
Parlement , Dr.-Karl-Renner-Ring:in 1873-1883 gebouwd. De stijl van het gebouw voor de volksvertegenwoordiging werd ontleend aan Griekenland, de geboortegrond van de democratie. De middenpartij wordt beheerst door een zuilenhal met fronton. Toegang via twee langzaam stijgende hellingen, die elkaar in het midden ontmoeten. Links en rechts grote vleugelgebouwen, waarin zich de zalen bevinden. Rijke, plastische versiering, Griekse denkers, paardmenners, acht vierspannen op de daken. Prachtige Athene-Brunnen (fontein). Rathaus, Rathausplatz Staatsoper, Opernring 2: gebouwd in 1861-1869 in renaissancestijl. Het is een van de indrukwekkendste gebouwen aan de Ringstrasse; de bombardementen spaarden de loggia met de fresco's en het grandioze trappenhuis. Bij de wederopbouw van de grote zaal heeft men het oude karakter grotendeels kunnen terugbrengen. Tuinen en parken. Karlskirche, St.-Karl Borromäus (IV Karlsplatz).
Belvedere , Rennweg 6 - PrinzEugen-Str. 27.Het zomerverblijf van prins Eugenius behoort tot de prachtigste scheppingen die de barokarchitectuur ooit heeft voortgebracht. Het complex, bestaande uit het Uteres De interieurs bijzonder fraai. De Marmorsaal, de Marmorgalerie, de Spiegelsaal en de Groleskensaal bieden de ideale omgeving voor het daarin ondergebrachte Barockmuseum. In de aangrenzende oranjerie middeleeuwse kunst. Een fraaie, barokke, terrasvormig aangelegde tuin, met beelden, fonteinen en cascaden leidt omhoog naar de eigenlijke 'Belvedere'. Het fascinerende silhouet van de daken, de paviljoens en de koepels bepaalt het aanzicht van het slot uit de verte. Van dichtbij worden de meesterlijke architectonische compositie en de rijke versiering pas goed zichtbaar. Het ver uitspringende midden paviljoen met een mansardedak heeft twee vleugels van dezelfde hoogte en is tevens voorzien van een met beeldhouwwerk versierde attiek. De lagere vleugels eindigen in met koepels afgedekte hoekpaviljoens. De gevel aan de achterzijde vertoont een ander beeld: de uit Genua afkomstige Hildebrandt wist goed gebruik te maken van niveauverschillen. Het tegen een helling gelegen slot is aan de zuidzijde minder hoog dan aan de voorkant; het middenpaviljoen springt iets in, daarvoor bevindt zich een feestelijke ingangshal met een gebogen fronton. In deze hal komt de trap uit die van de 'sala terrena' (tuinzaal) naar de eerste verdieping leidt. Zeer rijk stucwerk in de 'sala terrena' en het trappenhuis. De Marmorsaal, eenvoudiger gedecoreerd dan de zalen beneden, was getuige van de ondertekening van het Staatsverdrag op 15-5-1955. De 'voorsteden' waren nederzettingen die zich,
Tuinen en parken. Oberlaaer Park: terrein van de Internationale Tuintentoonstelling 1974; daarnaast gezondheidscentrum Oberlaa, met zwavelbronnen. Pötzleinsdorfer Park: Engelse tuinaanleg. Tempels, beelden, begin 19de eeuw. Wenen. Schönbrunn. 1 Cour d'honneur; 2 Hoofdgebouw; 3Schlosstheater; 4Wagenburg; 5Twee najadenfonteinen ; 6 Obelisk; 7 Schöner Brunnen; 8 Romemse rUIne; 9 Neptunusfontetn; 10Glorlette; 11 Menagerie met pavIljoen: '2 Kassen (Palmenhausl. Schönbrunn, Schönbrunner Schlossstrasse.
MUSEA, COLLECTIES EN ANDERE BEZIENSWAARDIGHEDEN |