|
BORDERS, een graafschap aan de rand van
Schotland, naar overzicht Schotland. De streek die tussen Northumberland en de
monding van de Forth ingeklemd ligt, luistert naar de
betekenisvolle naam 'Border Country', de 'grensstreek'. Het gebiedsdeel
was in de middeleeuwen de inzet van verwoede strijd tussen de
koninkrijken Schotland en Engeland.
In Berwick, een Engelse vesting aan de monding van de
Tweed,
benoemde de koning van Engeland in 1291 de nieuwe Schotse
koning. De grensgeschillen behoorden pas tegen het eind van de 16de eeuw
voorgoed tot de verleden tijd.
Dat Schotland tot 1707 onafhankelijk kon blijven,
is voor een groot deel te danken aan de natuurlijke vestingwal die door
de Southern Uplands, een hoogvlakte, gevormd wordt. Het Caledonisch massief vormt hier over een afstand van 80 km een brede,
door erosie afgevlakte bergrug waar zich nog enkele hoge toppen, zoals
de Broad Law, die tot 825 m oprijst, verheffen. Het tafelland,
dat van alle kanten door lager gelegen plateaus omringd wordt, golft op
een gemiddelde hoogte van 500-600 m voort. De bedding van de Tweed
heeft zich diep in het bergland ingesleten. In de Merse, een
laagvlakte, stroomt de rivier vervolgens in trage lussen tussen de
talrijke 'drumlins', heuveltjes van opgestuwd gletsjerpuin, voort.
Afgezien van de kustweg, die bij Berwick de
Tweed oversteekt,
blijven de verbindingen tussen het hart van
Schotland, Edinburgh, en het noorden van Engeland, Newcastle, een
moeizame zaak.
In het hoogland valt meer dan 1000 mm neerslag per
jaar
en op de toppen meer dan 1500 mm. De bossen leiden een kwijnend
bestaan op de winderige en vochtige vlakten, die gekenmerkt worden door
slechte afwatering, sneeuwrijke winters en zomers waarin het maar niet
echt warm wil worden. De bebossing beperkt zich tot de beschutte
hellingen in de valleien, de hoogvlakte is bedekt met heidevelden en
hoogveen.
De indeling van de landbouw in hoogtezones vloeit
enkel en alleen voort uit de beperkingen van het klimaat. Helemaal
boven zwerven grote kudden zwartkoppige schapen, blackfaces, op de
eindeloze heidevelden rond. Op gemiddelde hoogten worden grijskoppige
schapen, greyfaces, en runderen gehouden. De vruchtbare vlakte van de Merse, waar een aangenamer klimaat heerst, biedt meer mogelijkheden;
naast de teelt van gerst voor de brouwerijen worden er witte
cheviotlammeren gefokt. In de plaats Kelso wordt de rammenmarkt
met het beste aanbod van heel Engeland gehouden.
De grote middeleeuwse abdijen van Dryburgh,
Kelso, Jedburgh en Melrose
gaven niet alleen de eerste aanzet tot de
grootschalige schapenteelt, maar ook tot de wolnijverheid. De ruïnes
van de abdij van Jedburgh imponeren nog altijd.
De wolindustrie heeft tot op de dag van vandaag
standgehouden
dankzij een uniek en wereldvermaard product, te weten
tweed. De gekaarde wol wordt in een fabriek gesponnen, maar het weven is
nog steeds een zaak van huisnijverheid. Peebles, Selkirk
en Galashiels drijven op de tweedhandel, al worden er ook meer
gangbare wollen stoffen vervaardigd. De werving van jonge arbeidskrachten is tegenwoordig een
moeilijke zaak, met als gevolg dat het weven zich grotendeels naar de Hebriden verplaatste.
Berwick-upon-Tweed
is weliswaar Engels
grondgebied, maar vervult toch de functie van regionaal hoofdstadje.
** Uw
accommodatie in Schotland kunt U goed boeken via
Booking Schotland Er zijn 942 hotels online boekbaar.
Laagste prijsgarantie!
** Uw accommodatie in het Verenigd Koninkrijk vindt u via
Verenigd Koninkrijk.
▲
|