|
NOORDEN VAN SCHOTLAND,
sporen van quartaire gletsjers, naar
overzicht Schotland. Het uiterste noorden van Schotland, boven Glen More, is uiterst
dun bevolkt, niet alleen ten gevolge van de ongunstige natuurlijke
gesteldheid, maar ook door de historie vol ramp en tegenspoed.
In het noordwesten komen gesteenten aan de oppervlakte die tot de alleroudste ter wereld behoren.
De lagen grijze gneis worden hier en
daar doorbroken door vulkanische ganggesteenten en afgedekt door
roodachtige precambrische zandsteen. Op het Lewisschild ontstonden door Caledonische plooiing dekbladen, gneis, kwartsiet, die grotendeels
totaal afgesleten zijn.
De kwartsietgesteenten konden dankzij hun hardheid miljoenen jaren
erosie en zelfs de ijstijden in het Quartair doorstaan.
De afgeplatte
kegelvormige bergen steken hoog boven de uitgestrekte vlakten van het
oude schild uit; de Ben Hope rijst tot 912 m hoog op, de Ben
Loyal tot 750 m, de Canisp tot 835 m, de Suilven tot
720 m en de Ben More Assynt tot 982 m. Een mysterieus landschap
dat in alle tijden de verbeelding van de barden vermocht te prikkelen.
De gletsjers uit het Quartair konden dankzij de hoogte en de hoge
breedtegraad, 57 tot 59' NB,
lang standhouden. Ze hebben naast diepe
meren, Loch Shin, Loch Maree, ook fjorden, Loch Eriboll,
uitgesleten.
De westenwinden veroorzaken er zware regenval, meer dan 1500 mm op de
hoogvlakten,
meer dan 2500 mm op de toppen; alleen de beschut gelegen
kustplaatsen aan de oostkant kennen minder dan 750 mm neerslag. Het
vochtige klimaat houdt een dikke veenlaag in stand.
De versnippering door het reliëf, de afgelegen ligging
en de schaarste
aan natuurlijke rijkdommen bevorderden tijdenlang het voortbestaan van
een tribaal maatschappelijk bestel waarin iedere clan een aantal aan
elkaar grenzende valleien onder controle hield. In de twisten tussen de
clans stonden de MacLeods en de MacDonalds, aartsvijanden, elkaar naar
het leven, bloedige veldslagen in 1578 en 1601.
De clans bleven trouw aan de Stuartdynastie die in 1714 onttroond werd.
Ze kwamen in 1745-1746 voor een laatste maal ten gunste van de Stuarts
in opstand, maar werden bij Culioden verslagen. De Hooglanden vielen ten
prooi aan meedogenloze onderdrukking; het grondbezit van de clans viel
in handen van nieuwe landheren, lords.
Van 1770 tot 1840 moesten de pachters voor de extensieve schapenteelt
wijken;
ze werden door hun nieuwe landheren massaal verdreven, hetgeen
onuitwisbare sporen in het collectieve geheugen naliet.
Een aantal pachters trok, noodgedwongen, naar Canada, anderen belandden
op de 'crofts' aan de westkust.
Deze keuterboerderijtjes verschaften de
'crofters', ondanks het recht om hun kudden op de heidevelden
landinwaarts te hoeden, slechts een karig bestaan, zelfs met
bijverdiensten uit huisnijverheid, weven, en de visvangst langs de kust.
Na 1920 werden de meeste verlaten, maar op een aantal wordt nog in
deeltijd geboerd; de 'cottages' van witgekalkte steen kregen een nieuwe
bestemming als tweede huis. De opkomst van het zomertoerisme voorkwam
dat het weven van tweed als ambacht verdween.
Langs de meer beschutte oostkust zijn de stadjes dikker gezaaid:
Thurso waarvan het bestaan van de kerncentrale van Dounreay
afhankelijk is, Wiek, Invergordon, Dingwall. Handel,
visvangst en vooral het toerisme vormen de middelen van bestaan.
** Uw
accommodatie in Schotland kunt U goed boeken via
Booking Schotland Er zijn 942 hotels online boekbaar.
Laagste prijsgarantie!
** Uw accommodatie in het Verenigd Koninkrijk vindt u via
Verenigd Koninkrijk.
** Zoeken via
Booking.Wereldwijd naar accommodatie in 120 landen.
▲ |