|
Edfu, Horus-tempel
1
pyloonvleugels 2 doorgang tussen de vleugels 3 voorhof 4 voorste
zuilenhal (pronaos) 5 bibliotheek 6 reinigingsruimte 7 achterste
zuilenzaal 8 1ste voorhal 9 2de voorhal 10 allerheiligste 11
zijkapel met model van de godenbark 12 nijlometer 13 resten van
een Ramessidische pyloon 14 binnengang met Horus-mythe 15
reliëfs van de scheepsprocessies 16 Hathor-geboortekapel 17 trap
naar het dak 18 beelden van de valkekoppige Horus
De bouw ervan
begon in 237 v.c. onder Ptolemaeus III; iets minder dan twee eeuwen later werd
de laatste hand aan de afwerking en de decoratie gelegd.
Daarmee valt de bouw
van begin tot eind binnen de PtolemaeÏsche periode, hetgeen echter niet wegneemt dat het een perfect voorbeeld van classicistische
religieuze bouwkunst in Egypte is.
De fenomenale pylonen verschaffen toegang
tot een tempelhof met een zuilengalerij van werkelijk magnifieke verhoudingen.
De toegang tot de eerste hypostylzaal wordt bewaakt door twee kolossale, in
steen uitgehouwen valken, zie afb., beide meesterwerken van Egyptische beeldhouwkunst.
Binnen heeft de bouwmeester, die net als de vermaarde bouwmeester van Djoser
Imhotep heette, uiterst bekwaam van het spel van licht en schaduw gebruik
gemaakt. De buitenste vertrekken baden in het binnenvallende licht, terwijl het
in de richting van de naos, de verblijfplaats van de god, uiteindelijk geheel
donker wordt. Dankzij de inscripties is de functie van de vertrekken tussen de hypostylzalen bekend. In een daarvan werd reukwerk toebereid waarvan de
receptuur bewaard is gebleven.
|