| U, V
Naar alfab. overzicht Naar
uw accommodatie! Uomo universalis, It.), de universele mens van de Renaissance, een mens met vele talenten en een grote kennis van kunst en wetenschap. Vakwerk, skeletbouw met houten posten, balken en schoren, waarvan de tussenruimten, vakken, zijn opgevuld met leem of bakstenen. Vanitas, Lat., ijdelheid, ledigheid, vergankelijkheid: uit het Oude Testament voortkomende klacht, 'Vanitas vanitatum' (alles is ijdelheid), over de vergankelijkheid en daaruit voortvloeiende nietigheid van al het aardse. Vooral tijdens de Barok wordt de vanitasgedachte in combinatie met de waarschuwing 'memento mori' (bedenk dat u sterfelijk bent) vaak in schilderijen weergegeven. Typerende vanitassymbolen zijn onder andere de schedel, de zandloper en de brandende kaars. Vanitas-uitbeelding, beeldtype dat streeft naar de verduidelijking van de nietigheid van het zijn. Vedute, topografisch exacte stads- of landschapsafbeelding. Veduteschilderkunst, It. 'veduta', aanzicht, uitzicht: genre van de landschapsschilderkunst. Ze geeft in de regel zakelijk, streng en realistisch een landschap of stad weer, waarmee ze zich onderscheidt van zuivere landschapsschilderijen. De veduteschilderkunst wordt in de 17e eeuw belangrijk en bereikt in de 18e eeuw een hoogtepunt in de Italiaanse kunst. Een speciale vorm is de 'vedute ideate', It., ideale vedute, die een fantasielandschap of een stadsgezicht met imaginaire gebouwen toont. Vensteroverkapping, decoratieve bovenste afsluiting van een venster, vaak in frontonvorm Venstervormen, naar de vorm van de opening onderscheiden rechthoekige, boogvormige of ronde vensters, in de Franse barokarchitectuur soms op een deur gelijkend uitgevoerd. Venus, It.: Romeinse godin, aanvankelijk van het voorjaar en de tuin; later de godin van de liefde. Ze wordt gelijkgesteld aan de Griekse godin Afrodite. In sommige legenden wordt ze geboren uit het schuim van de zee. Ze is de echtgenote van Vulcanus, de god van het vuur, van de smeden en de handwerkers, en daarmee ook van de kunstenaars. In haar gevolg bevinden zich vaak de liefdesgod Amor, de bekoorlijkheid, schoonheid en vreugde brengende Gratiën en de Horen, de godinnen van de jaargetijden. Verdwijnpunt, in de perspectiefleer het punt aan de horizon waar series ortogonale lijnen die parallelle lijnen vertegenwoordigen, samenkomen. vergulden, de techniek waarbij een voorwerp wordt bedekt met een dun laagje kostbaar metaal, meestal goud. Verheffing van Christus, zie Transfiguratie Verisme, Lat. venus: waar, oorspronkelijk de naturalistische richting in de Italiaanse opera die het alledaagse leven tot onderwerp had. Verjongen, het nam boven toe geleidelijk afnemen van de diameter van een zuil.Verkondiging, volgens het Evangelie van Lucas (1 :26-38) het ogenblik waarop de aartsengel Gabriël Maria het bericht overbrengt dat zij Christus zal baren. De verkondiging is in de Middeleeuwen en de Renaissance een van de meestvoorkomende motieven van de Europese kunst. Verkropping, rondom vooruitspringende muurdelen
lopende horizontale geleding Vernis, Fr. vernis, lak,
glazuur; middeleeuws Lat. veronix; vloeibare doorzichtige massa
bestaande uit een oplossing van hars en gerectificeerde
terpentijnolie, die ter bescherming in dunne lagen op een schilderij
of kunstvoorwerp wordt uitgestreken. Verkorting,
de weergave in perspectief van een afzonderlijke vorm die niet
parallel loopt aan het beeldvlak, zie
perspectief. Verkropping, in de bouwkunst
het leiden van een gebint, een kroonlijst of iets dergelijks rond
een vooruitspringend deel van een gebouw, bijvoorbeeld een wandzuil,
een pilaster of een vooruitspringende muur. Vesperbeeld, Lat. vesper,
avond, Avondster, westen; ook Piëta, Ital. vroomheid, medelijden;
Maria- beeld, afbeelding van de treurende Moeder Gods, die het lijk
van Christus in haar armen houdt. Vestaalse maagd, Lat. Vaste,
godin van het vuur; een van de vier, later zes Romeinse
priesteressen van Vesta, die in de ronde tempel op het Forum Romanum
onder toezicht van de Pontifox Maximus het heilige staatsvuur, dat
volgens de legende uit Troje afkomstig zou zijn en nooit zou mogen
doven, brandende moesten houden. In het Atrium Vestae naast de
tempel bevond zich de woning van de Vestaalse maagden. Ze hadden
zich verplicht om dertig jaar maagd te blijven en als ze daartegen
zondigden,worden ze levend begraven of van de Tarpeïsche Rots, Capitolijn, gegooid. In de Romeinse maatschappij namen ze een
voorname plaats in en ze worden vaak in politieke vraagstukken om
advies gevraagd. Vestibule, Lat. vestibulum,
voorplein, voorhof; de voorste ruimte of de voorhal van een gebouw.
Bij een Oud-Romeins woonbuis ligt de vestibule voor de ingang naar
het huis. Via maris, Lat. zeeweg: route voor de kustvaart die Egypte met de
stadstaten aan de Fenicische kust verbond. Viering of kruising, dat deel van een kerk
waar langschip en dwarsschip elkaar kruisen (ook kruising). Als
dwars- en langschip dezelfde lengte en breedte hebben, heeft de
viering een vierkante plattegrond. Van buiten wordt een viering
geaccentueerd door een vieringstoren. We spreken van een tiburio
als de viering van binnen wordt overkoepeld door een koepelgewelf.
Vierpas, een gotisch maaswerkfiguur dat bestaat uit vier
driekwartcirkels. Vijf
zintuigen, gezicht, gehoor, reuk, smaak en tastzin. De vijf
zintuigen worden vooral in de Nederlandse schilderkunst van het eind
van de 16e tot halverwege de 17e eeuw verbeeld. Eerst verschijnen ze
als personificaties, daarna komen ze exemplarisch voor in
realistische weergaven van het dagelijkse leven. Zo kunnen dames
voor een spiegel verwijzen naar het gezichtsvermogen, rokende boeren
naar de smaak en musicerende personen naar het gehoor. Ook in
stillevens, bijvoorbeeld in bloemen, wordt gezinspeeld op de reuk.
Villa, L.,
landhuis, landgoed, oorspronkelijk een woonhuis op het land. Als
schepping van de Romeinse bouwkunst is hij sinds de 2de eeuw v.C. de
tegenhanger van het stedelijke atriumhuis. Er ontstaan in de loop
der tijden - afhankelijk van geografische ligging, gebruik en
positie van de bouwheren (keizerlijke villa's) verschillende typen.
In de Italiaanse Renaissance wordt aan het eind van de 15de eeuw het
idee van de villa weer opgevat; architectuurtheoretici en
architecten als Leon Battista Albarti (1404-1472), Andrea Palladia
(1508-1580) en Vincenzo Scamozzi (1552-1616) formuleerden,
teruggrijpend op bronnen uit de Romeinse Oudheid (Vitruvius, Plinius
de Jongere) overeenkomstige ideale vormen en theorieën voor de villa
als bouwobject. Tot in de 18de eeuw werd met het woord villa het
gehele complex van het landgoed aangeduid, waartoe een herenhuis,
een gastenhuis, een kapel, een tuin en verschillende bijgebouwen
hoorden. Hij diende als plaats om zich ter ontspanning terug te
trekken. Villa suburbana, villa aan de rand van de stad
Visitatie, het bezoek van Maria aan haar nicht
Elizabeth. Vita activa / contemplativa, Lat., een
actief leven, met directe betrokkenheid bij de wereld / een leven
dat is gewijd aan overpeinzing, spiritueel of intellectueel. Vlaggenstok, hier: versieringselement op of in gebouwen in de vorm van een geprofileerde vlag. Vluchtpunt, zie Centrale perspectief Voet, oude lengtemaat, algemeen gebruikt in de antieke bouwen architectuur. De Dorische voet meet 32,7 cm, de Samische voet meet 34,95 cm en de Ionische voet meet 29,4 cm. De Grieken gebruikten ook de el (pèchos) van 52,45 cm.Volute of voluut, Lat. voluta, slak; spiraal- of slakkehuisvormig sierelement dat vaak wordt gebruikt in spitsgevels, consoles en kapitalen. Het element is overgenomen van Ionische kapitelen en komt in de hoog-Renaissance en vooral in de Barok weer veel voor. Votiefbeeld of -bouw, op grond van een gelofte gesticht beeld of bouwwerk Votiefschilderij, ook votiefpaneel, een schildering die wordt geschonken, gesticht als inlossing van een gelofte, bijvoorbeeld voor redding, genezing. Vaak staat ook de schenker op het schilderij afgebeeld. Votieftablet: steen met
inscripties waaruit blijkt dat een gelofte aan een godheid vervuld
is of waarmee diens hulp ingeroepen werd.
Voute (Fr.), plafondkeel Vroegchristelijke
kunst, aanduiding voor kunstwerken en gebouwen die tussen de 3de
en de 6de eeuw n.C. zijn gemaakt voor de christelijke Kerk in Italië
en het westelijke deel van het Middellandse-Zeegebied. Tot de
belangrijkste scheppingen behoren sarcofagen, ivoorsnijwerk,
fresco's en mozaïeken. Het thema van de schilder- en mozaïekkunst
uit deze periode is de christelijke verlossingsgedachte, waarin
symbolen als de pauw of vis een belangrijke rol spelen. In Rome
begint de vroegchristelijke bouwkunst in de 4de eeuw met de bouw van
de kerk S. Giovanni in Laterano (313-317). Vulgaat, Lat. openbaar maken, de
Latijnse versie van de Bijbel, vertaald door Hiëronymus en in
algemeen gebruik sinds de 8e eeuw.
Vulmuur, muur die tussen regelmatig gemetselde
wanden is opgevuld met breukstenen of mortel
** Uw
accommodatie wereld wijd vindt u naar uw wens via Booking:
|