MAASTRICHT, provincie Limburg. Omstreeks 50 n.c. was er al een Romeinse nederzetting bij de brug over de Maas van de heerbaan Keulen- Tongeren; later werd er een ommuurd castellum gebouwd. In de 4de eeuw vestigde Servatius hier een bisschopszetel, die in de 8ste eeuw naar Luik werd verplaatst. In de vroege middeleeuwen was er in Maastricht ook een Frankisch koningshof gevestigd. De bloei in de volgende eeuwen was te danken aan handel en textielnijverheid; de stad was ook een belangrijk centrum van Maaslandse kunst. Vanaf het begin van de Tachtigjarige Oorlog was Maastricht een fel omstreden vestingstad, naar provincie kaart, naar plaatsnamen lijst Nederland.

     
    
Na 1632 werd de stad bestuurd door de Nederlandse Staten-Generaal
en de bisschop van Luik (de 'tweeherigheid'). In de 19de eeuw kwam de moderne industrie op (vooral aardewerk). De vele uitzonderlijke monumenten, goed bewaarde stadsdelen, de bijzondere sfeer en allure maken Maastricht tot een van de aantrekkelijkste steden van Nederland. Maastricht is de geboorteplaats van de dichter Pierre Kemp (1886-1967) en was de woonplaats van Henric van Veldeke (circa 1170).

Sacrale gebouwen
Voormalige Augustijnenkerk (Kesseiskade ).
Bij de restauratie in 1900 werd aan de eenbeukige zaalkerk uit 1661 een koor toegevoegd. Mooie barokgevel.

Begijnhof (thans roomskatholiek Armenhuis De Nieuwenhof).
Oorspronkelijk stond hier een laatgotisch klooster uit 1489 en later, met kapel. Opmerkelijk zijn twee grafstenen met reliëffiguren uit 1286 en 1294. De kloostergebouwen zijn 17de- en l8de-eeuws.

Bonnefantenklooster (Ezelmarkt).
In 1626 gesticht, in 1672 na een brand herbouwd. De kleine zaalkerk met een classicistische pilastergevel werd in 1710 door Gilles Doyen voltooid. De drie om een binnenhof heen staande kloostergebouwen zijn gedeeltelijk laat-17de eeuws.

Kapel van het Cellebroedersklooster (Brusselse straat 38).
Klein laatgotisch gebouw met inwendig netgewelf en rijk beeldhouwwerk.

Voormalige Dominicanenkerk en -klooster (Dominicanerstraat 1).
Sinds de restauratie tussen 1912-1917 wordt de grotendeels nog 13de-eeuwse kerk voor niet religieuze doeleinden gebruikt. Het koor en het basilicale schip werden ingewijd in 1294. Later werden een noordkapel (circa 1350) en een zuidkapel (circa 1450) toegevoegd. Van de kloostergebouwen is een klein deel (met fraaie klokgevel) overgebleven.

Voormalige Franciscanenkerk en -klooster (St.-Pieterstraat 5).
Van het klooster zijn slechts fragmenten overgebleven; de kerk, die sinds 1880 als Rijksarchief dienst doet, heeft een basi1icaal schip, misschien 13de-eeuws, en een 15de-eeuws koor. De kruisribgewelven zijn met enkele ornamenteel uitgevoerde sluitstenen afgesloten.

Voormalig Grauwzustersklooster (De Bosquetplein).
Het schilderachtige geheel van onregelmatig gegroepeerde gebouwen uit de 17de en 18de eeuw wordt thans als museum gebruikt. Oorspronkelijk werd het klooster in 1673 gevestigd in het Huis Stas, dat links naast de ingang ligt. Eenvoudige kapel uit 1705.

St.-Janskerk (NH; Hendrik van Veldekeplein).
De gotische parochiekerk bestaat uit een laat -14de-eeuws basilicaal schip, een midden-15de-eeuws koor met zijkapel en sacristie en een hoge, sierlijke toren, die in 1373 twee nieuwe bovenverdiepingen en in de 15de eeuw een achtkantige lantaarn kreeg. De spits is het resultaat van een restauratie in 1877-1885. Sinds 1632 dient de kerk de hervormde gemeente.

Voormalige Jezuïetenkerk en -klooster (Achter de Comedie 1).
De kerk, gebouwd tussen 1606-1614, dient sinds 1786 als theater; de resten van het kloostergebouw zijn tot woningen verbouwd. Als gevolg van de veranderingen is het oorspronkelijke kerkgebouw slechts met moeite te herkennen.

Kruisherenkerk en -klooster (Kruisherengang 21).
Het klooster (als enige in Maastricht goed bewaard) werd in 1483 gesticht. Het koor van de kerk werd tussen 1440-1459 gebouwd. Met de bouw van het schip werd begonnen in 1501, de netgewelven kwamen er vermoedelijk eerst na 1579 op. Aan de zuidzijde van de kerk sluit de kruisgang aan, omgeven door de drie vleugels van het klooster.

St.-Martinuskerk.
In deze kerk, voltooid in 1858 door PJ.H. Cuypers, in het stadsdeel Wijk bevinden zich een fraai doopvont uit 1482 (deksel uit 1717) en een indrukwekkend, zwart kruisbeeld uit de 14de eeuw.

St.-Mathiaskerk (Boschstraat).
De kleine stadskerk in Maasgotiek bestaat uit 14de-eeuwse (westelijk transept) tot 16de-eeuwse (oostelijke zijbeuken) delen. Het hele gebouw is met uitzondering van de onderbouw van de toren van mergelsteen. Inwendig: mooie piëta uit het einde van de 15de eeuwen een opmerkelijke heiligenfiguur (op de orgeltribune) uit omstreeks 1520.

Onze-Lieve-Vrouwekerk (0.- L.­Vrouweplein).
Met de bouw van deze tweede grote romaanse kerk van de stad, een geheel in steen overwelfde kruisbasiliek, werd rond het jaar 1000 begonnen. Uit deze tijd stamt in elk geval de westbouw met krocht, de bovenste delen dateren uit omstreeks 1200. In het midden van de 12de eeuw kwamen het romaanse schip en dwarsschip tot stand, eind 12de eeuw het oostelijke koor, wat later de galerij boven de kooromgang. Het noordwest­portaal werd in het begin van de 13de eeuw opgericht en in de 15de eeuw sterk vernieuwd; uit de 15de eeuw dateert de kapel van O.-L.-Vrouwe Sterre der Zee aan de westvleugel van de laatgotische kruisgang (vroeg -16de-eeuws) met kruisribgewelf. De kruisgewelven van het middenschip werden begin 18de eeuw toegevoegd aan de 15de­eeuwse gewelven van de kruising, maar zijn opvallend minder gedetailleerd. Zowel de voorgevel van de westbouw met de twee traptorentjes alsook het oostelijke koor met zijn rijkversier­de kapitelen zijn in hun vorm uniek.

St.-Servaaskerk (Vrijthof).
Verscheidene bouwperioden zijn aan deze kruisbasiliek met haar indrukwekkende westbouw af te lezen. Van het eveneens omstreeks 1000 begonnen oudste gebouw stamt hoofdzakelijk het driebeukige schip; kort daarop zullen het dwarsschip, het koor en de krocht zijn toegevoegd; van het tweede koor zijn de zijmuren behouden. Het huidige oostelijke koor en de koortorens kwamen na 1171 tot stand; daarbij werd de oude krocht onder het koor opgeheven en door een nieuwe onder de kruising vervangen. Nadat de kerk in 1087 tot rijkskerk en zetel van de keizerlijke kanselarij was verheven, werd aan de westzijde een tweede koor (voor de troon van de keizer) met twee zijkoren ontworpen, maar nooit geheel uitgevoerd. Boven het westkoor bevindt zich in het midden een schitterende keizerzaal.
Midden 13de eeuw ontstond het prachtige bergportaal,
met Mariareliëfs in het boogveld, aan de zuidzijde bij de westbouw. In de loop van de 14de en 15de eeuw ontstonden de kapellen langs de zijbeuken, de gewelven in het midden- en dwarsschip, alsmede de kruisgang aan de noordzijde met zijn rijke portaal. De omvangrijke restauratiewerkzaamheden, uitgevoerd na 1869, werden geleid door P.H. Cuypers; de barokke toren boven de keizerzaal werd daarbij vervan­gen door een neogotische, de twee krochten kregen nieuwe zuilen, pilaren en gewelven; ook het oostelijke koor met de dwerggalerij en de koortorens werden tijdens die werkzaamheden vernieuwd. Een volgende restauratie werd voltooid in 1990.
Inwendig zijn van groot belang:
de kapitelen in de westbouw met rijke figuratieve en ornamentele versieringen. In de krocht staat een romaanse relikwiehouder van de H. Servaas, de noodkist, uit eikenhout (omstreeks 1160), verguld en rijk versierd. Verder talrijke kunstschatten.

Waalse kerk (NH; St.-Pieterstraat).
De eenvoudige kerk met een rechthoekige toren met spits en koepeltje werd in 1732-1733 gebouwd. In de tijd van de van de Rede' vereerd.



Niet-kerkelijke gebouwen
Dinghuis (Kleine Staat/hoek Jodenstraat).
Het hoge laatgotische gebouw (omstreeks 1470) van het oude rechthuis heeft een schitterende natuurstenen voorgevel.

Voormalige Hoofdwacht.
Het rechthoekige gebouw op het Vrijthof vlak bij het koor van de St.-Servaaskerk werd in 1736 opgetrokken en in 1773 van nieuwe gevels voorzien.

St.-Servaasbrug.
De laat-13de-eeuwse brug verbindt de stad met het stadsdeel Wijk. De thans nog bestaande zeven (van de oorspronkelijk negen) halfronde bogen uit grauwe kalksteen werden in de loop van de tijd vaak vernieuwd.

Stadhuis (Markt).
Het vrij op het plein staande monumentale gebouw uit natuursteen werd tussen 1659-1664 gebouwd door Pieter Post; de toren werd in 1684 voltooid. De hele voorgevel is verdeeld door pilasters, naar de driebogige vooruitspringende middenpartij leiden twee trappen met balustraden. De vertrekken in het raadhuis zijn gegroepeerd om het 'Plein', een overdekte ruimte waarvan de lichte voorkant galerijen en Ionische zuilen toont, terwijl de massieve achterzijde met romaans aandoende rondbogen de onderbouw van de toren vormt. Inwendig vertrekken met stucplafonds, wandtapijten en schilderijen uit de 18de eeuw.
 
Woonhuizen.
Maastricht bezit, na Amsterdam, de meeste 17de- en 18de­eeuwse huizen, alle gebouwd onder Zuidnederlandse invloed. Ook door de kleuren van de gebruikte natuursteen onderscheiden ze zich van de Amsterdamse huizen. Niet alleen individuele huizen maar hele straten zijn bewaard gebleven.

Bijzonder belangrijk zijn:
Markt, Boschstraat, Grote en Kleine Gracht, Brusselsestraat, de kaden langs de Maas, verder Grote Staat, Muntstraat, Vrijthof, Bredestraat, Wolfstraat, Stokstraat, Koestraat, Grote Looiersstraat, Kapoenstraat, Lenculenstraat, Tongerse Straat en in Wijk ten slotte de Rechtstraat en de Hogebrugstraat.
Topgevels
komen weinig voor (Ridderstraat 2, Lenculenstraat 5).

Zeldzaam zijn ook trapgevels
(Bonnefantenstraat 5) en pilastervoorgevels (Graanmarkt 3, Kleine Gracht 31).

Bonnefantenmuseum (Dominicanerplein 5).
Het museum telt drie grote verzamelingen: oude kunst, archeologie en eigentijdse kunst. Vooral de collectie moderne kunst groeit gestaag.

Versterkingen.
Van de eerste versterkingen uit de 13de eeuw stamt nog de Helpoort met haar twee slanke torentjes; westelijk daarvan, langs Langgrachtje en Kleine Gracht, bevinden zich aanzienlijke delen van de eerste stadsmuur. De tweede versterking ontstond eind l4de eeuw; daarvan zijn behouden gebleven de bijna ronde Pater Vinktoren en de onderbouw van de Waterpoort de Reek.
Ook deze tweede muur was voorzien van een weergang;
langs de Jeker en het Aldenhofspark kan men een groot stuk over de muur wandelen. Van de derde versterking uit het begin van de l6de eeuw zijn nog twee bastions, Haat en Nijd en Vijf Koppen, met een stuk van de muur ertussen bewaard. Aan de noordwest­stadsrand, in de buurt van de Statensingel, bevinden zich ten slotte nog resten en vijf bastions van de vierde versterking uit de l8de eeuw, de zgn. Hoge Fronten.

Andere bezienswaardigheden.
De stad telt nog drie watermolens over het riviertje de Jeker:
de Bisschopsmolen (Stenenbrug), de Leeuwenmolen (St.­Pieterstraat) en de Reek (Heksenhoek). Op de plaats van de voormalige molen van Dolk staat nu het conservatorium (door P.H. Dingemans), dat ongeveer in dezelfde proporties is gehouden.

Het kleine, maar opmerkelijke voormalige Wachthuis (St.-Servaasklooster 41) dateert uit omstreeks 1770.

De Hartekerk in Wijk werd in 1922 als centraalbouw gebouwd door A.J.N. Boosten en J. Ritzen.

In de St.-Petruskerk, in 1937 gebouwd door P.P.J. Peutz, bevindt zich een marmeren vroeg-18de­eeuws hoogaltaar afkomstig uit de St.­Servaaskerk.

De synagoge (Bogaardenstraat) is een gebouw van stadsarchitect M. Hermans uit 1839-1840.

Het gouvernementsgebouw voor de provincie Limburg (1978-1985, Hoge Weerd 10) is door B.G.J.J. Sudder gebouwd op de Maasoever.

Een fraai staaltje van industriële architectuur is de aardewerkfabriek van Sphinx-Céramique bij de Kennedybrug, een voorloper van het 'Nieuwe Bouwen', door J. Wiebenga (1912).

Omgeving
Bemelen
(4 km ZO).
De toren uit mergelsteen van de hervormde kerk is vermoedelijk 14de-eeuws, de kerk zelf werd gebouwd in 1845.

Borgharen (5 km N).
Het westelijke deel van het slot Borgharen (mooi gelegen aan de Maas) vormt een halve cirkel van 27 m doorsnee, aan weerszijden geflankeerd door vierkante torens, waarop twee lage vleugels aansluiten. Het complex is waarschijnlijk ontstaan uit een grote woontoren met ringmuur uit de 13de eeuw. De twee zijtorens werden na 1483 opgetrokken. In 1555 vond een omvangrijke verbouwing plaats; tussen 1648-1669 werden de zijvleugels en de bovenste geledingen van de zijtorens gebouwd. In 1776 werd het voorplein door een hek van Mathias Soiron afgesloten, en in 1785 werd ten slotte de nieuwe voorgevel uit mergelsteen opgetrokken.

Cadier en Keer (2 km ZO).
Uit de 12de eeuw stamt de torenonderbouw van de rooms-katholieke kerk, de bovengeledingen uit mergelsteen ontstonden in het laatste kwart van de 16de eeuw.

St.-Geertruid (8 km ZO).
De schilderachtig gelegen rooms-katholieke kerk bestaat uit een toren (waarschijnlijk vroeg-14de-eeuws), driebeukig schip en koor uit de 15de eeuwen een 16de­eeuw se grafkapel aan het oostelijke einde van de zuiderzijbeuk.

Itteren (5 km N).
Huis Meersenhoven, in kern middeleeuws, werd in 1743-1744 onder Franse invloed in sobere, strenge vormen opgericht.

Kanne (4 km Z).
In het plaatsje staat het slot Agimont (of Neercanne), het enige 'terrassenkasteel' in Nederland. Daniël van Dopff, gouverneur van Maastricht, liet het huis in 1698 tot de huidige toestand verbouwen. De terrassen uit mergelsteen hebben een vierkante en twee achtkantige hoektorens.

Limmel (4 km NO).
Van het kasteel Bethlehem, deels laatmiddeleeuws, deels 16de-eeuws, is aan de noordzijde van het grote moderne huis nog een bouwdeel met een ronde hoektoren behouden. Huis Jeruzalem werd in 1aatgotische vormen begin 16de eeuw gebouwd. De achtkantige traptoren overleefde de verbouwingen in de 18de eeuw.

Margraten (11 km ZO).
Het oude schip van de rooms-katholieke kerk werd in 1922 vervangen door een groter, dat dwars op het oude staat. Bewaard bleven de vermoedelijk 15de­eeuwse toren en, als zijkapel, het oude koor met mooie net- en stergewelven (rond 1500).

Mheer (12 km ZO).
Op de natuurstenen fundamenten van een middeleeuwse burcht werd in het midden van de 17de eeuw een bakstenen kasteel gebouwd. De forse ronde toren op de zuidoosthoek behoort tot de oudste delen van het complex, dat uit vier vleugels en een binnenhof bestaat. De eenbeukige, -neogotische kerk (RK) met houten tongewelf is een bouwwerk van P.J.H. Cuypers uit 1876. In het dorp staat een rijtje mooie vakwerkhuizen.

Noorbeek (14 km ZO).
De toren van de rooms-katholieke kerk dateert wellicht uit de 13de eeuw, het middenschip met vroege Maaskapitelen zou een overblijfsel kunnen zijn van een vroeg-14de-eeuwse basiliek. Rond 1500 werd de kerk vergroot en van een nieuw koor en laatgotische kruis- en netgewelven voorzien. De fraaie renaissancepreekstoel uit 1641 is versierd met reliëfvoorstellingen van de evangelisten. Naast het koor bevindt zich de St.-Brigidakapel uit omstreeks 1740.

Slenaken (18 km ZO).
De rooms-katholieke kerk werd in 1793 gebouwd naar plannen van de Brusselse architect J. Wincqs: driebeukig schip met Toscaanse zuilen, waarop het tongewelf van het middenschip en de vlakke plafonds van de zijbeuken rusten, een toren en een driezijdig gesloten koor. De Madonna op de Maansikkel dateert uit het eind van de 15de eeuw.

Zoeken naar een accommodatiebestemming (6498) in Nederland
Zoeken via Hotels/Wereldwijd naar een accommodatie in 212 landen.
Algemene informatie over Nederland