ALCOBAÇA en de cisterciënzer abdij. Ligt
in een nauw dal bij de samenvloeiing van de Rio Alcoa en Rio Baga. Naar
Lisboa
e Vale do Tejo. Naar
stedenlijstaz Portugal.
Kaart van geheel toeristisch Portugal. Naar
uw accommodatie.
Real Abadia de Santa Maria de Alcobaça
Zie
Afbeeldingen van Real Abadia de Santa Maria de Alcobaça
▲
Dit klooster ontstond, hoe kan het ook anders, na een gelofte. Als dank
voor de inname van Santarém in 1147 op de Moren en als dankzegging aan
Bernard van Clairvaux, voor zijn hulp bij de erkenning van het
koningschap van Afonso I Henriques door de paus, werd in 1152 een domein
geschonken aan Franse cisterciënzer monniken. Voorwaarde was dat zij het
land zouden ontginnen en een klein klooster zouden bouwen. In 1178 werd
met de abdij begonnen, die in 1222 voltooid was. Binnen een eeuw was Alcobaça het machtigste klooster van Portugal.
De abt genoot een hoog
aanzien:
▲
hij was raadsman van de kroon en zijn bevoegdheden strekten
zich uit over 13 steden, 3 havens en 2 kastelen. Duizend min 1 monniken,
het volgens de regels toegestane maximum, bevolkten de abdij, die in de
loop der eeuwen heel wat wijzigingen heeft ondergaan: toevoeging van een
aantal kloostergangen, een keuken, en een sacristie.
De aardbeving van 1755,
▲
maar vooral de verwoesting door de Fransen
tijdens de Napoleontische oorlogen in het begin van de 19e eeuw, waarbij
de koorstoelen als brandhout werden gebruikt, hebben van het
oorspronkelijke kloostergedeelte weinig overgelaten.
Gigatische complex
▲
Wat overbleef is een gigantisch complex, waarvan een deel te bezoeken
is. Zie de plattegrond.
Het bestaat uit een kerk, vijf kruisgangen, een enorme slaapzaal,
ziekenhuis, bibliotheek, keuken en andere bedrijfsgebouwen. De minst
geslaagde wijziging is de bouw in het begin van de 18e eeuw van de
façade met twee westtorens in barokstijl. Alleen het sobere, gotische
portaal en het roosvenster werden geïntegreerd. In nissen naast het
portaal staan uit Carraramarmer gehouwen beelden van Benedictus en
Bernardus en in een nis boven het venster dat van Nossa Senhora de
Alcobaça. Wel oorspronkelijk is het exterieur van de apsis met zijn
elegante luchtbogen.
Interieur
▲
Bij binnenkomst van de kerk begrijpt u dadelijk de enorme
cultuurhistorische betekenis van deze kerk. Overeenkomstig de strenge
ascetische leefregels van de cisterciënzers is eenvoud en soberheid
troef in deze driebeukige hallenkerk, de grootste van heel Portugal. Clairvaux en Pontigny, Bourgondië, stonden model en op haar beurt diende
deze kerk als voorbeeld voor alle andere grote vroeggotische kerken in
Portugal.
De afmetingen van het schip spreken voor zichzelf.
▲
De
majestueuze indruk en het grandioze perspectief worden mede veroorzaakt
door de twee rijen dicht op elkaar geplaatste robuuste, witte zuilen. De
zijbeuken zijn smal en geen enkele opsmuk onderbreekt het strakke
lijnenspel. Aan het eind van het schip licht het koor ietwat op via de
kleurloze vensters.
Graftombes
▲
Hoe rijk en verfijnd van beeldhouwkunst zijn daarentegen de twee
14e-eeuwse flamboyant-gotische graftombes, van de hand van een onbekende
meester, in het transept van het
legendarische liefdespaar Pedro I en
Dona Inês de Castro.
▲
Tegenover elkaar geplaatst, opdat zij op de Dag
des Oordeels elkaar gelijktijdig recht in de ogen kunnen zien. De
beschadigingen aan de hoeken zijn het werk van Franse militairen. De
tombe van Inês de Castro staat links. Zij is gracieus afgebeeld: in de
ene hand heeft zij een handschoen en niet haar andere hand speelt ze met
haar parelketting. Engelen houden haar lijkwade vast en ondersteunen
haar hoofd.
De kist rust aan elke kant op drie monsters met
mensengezichten,
▲
de drie moordenaars. Op de fries zijn de wapens van
Portugal en die van het geslacht Castro aangebracht. Op de wanden van de
tombe zijn taferelen uit het leven van Christus uitgebeeld. Aan het
hoofdeinde de Kruisiging, de hoofden van de gekruisigden ontbreken, en
aan het voeteneinde het Laatste Oordeel, detail rechtsonder: zondaars
worden verscheurd door een monster, uitbeelding van de hel.
De
tombe van Pedro I rust op
zes leeuwen
▲
en bij wordt eveneens beschermd door engelen en een bond aan
het voeteneind. De zijpanelen laten het leven van de heilige Bartolomeus
passeren. Dit is het enige religieuze aspect op de tombe, de rest is
profaan. Op het voeteneinde zijn de laatste levensmomenten van Pedro
uitgebeeld en op het hoofdeinde is een rad van fortuin te zien,
met daarin 18 scènes uit het leven van het paar en de moord op Inês.
Capela en Claustro
▲
In het rechter transept in de Capela da Morte de Sáo Bernardo
heeft een 17e-eeuwse terracottabeeldengroep de dood van de heilige
Bernardus als thema en ziet u de tombes van Afonso II en III in de muur
aangebracht. In de gotische Sala dos Támulos liggen hun
echtgenotes, respectievelijk Urraca en Brites, en een aantal anderen
opgebaard.
Achter de kooromgang,
▲
kruisgewelf, liggen de straalkapellen, met
tongewelven, de sacristie en de barokke Capela do Senhor dos Passos,
eveneens met een manuelino-portaal. Vanuit de kerk, links, betreedt u
het Claustro do Siléncio, kruisgang der stilte. De onderste etage
is 14e-eeuws gotisch, kapitelen met bloemen, planten en dieren, de
bovenste is een creatie van João de Castilho en uitgevoerd in
16e-eeuwse manuelinostijl, maar wel minder weelderig dan normaal. Het
gotische lavatorium, zeshoekig wasbakken, en de refter, met een
kruisgewelf op acht slanke zuilen; de kansel is uitgehouwen in de muur,
liggen zoals gebruikelijk bij elkaar.
Keuken
▲
Deze werd in de 18e eeuw herbouwd, waarna de wanden bekleed werden met grijswitte en grijsblauwe azulejos. Onder de 18 m hoge
schoorsteen kon meer dan één os worden geroosterd en aan de marmeren
tafel was plaats voor heel wat bezige handen. Een bekken, dat in
verbinding stond met de Rio Alcoa, zorgde voor vers drinkwater. Aan de
keuken grenst de opslagruimte en een trap leidt naar het op de tweede
etage gelegen dormitorium, de slaapzaal van de monniken met een aardige
afmeting.
Nog twee zalen
▲
Nog twee zalen zijn toegankelijk: de kapittelzaal met talrijke beelden
van onder andere pausen en de Sala dos Reis, koningszaal. Een
18e-eeuwse azulejos-cyclus op de wanden verhaalt de stichting van het
klooster. De negentien terracottabeelden van een aantal Portugese
koningen zijn door de monniken zelf vervaardigd.
Op het kerkhof heeft de 18e-eeuwse barokke Capela de Nossa Senhora do
Desterro azulejos met jachtscènes. Op een heuvel ziet u de ruines
van een Moorse citadel.
Inês de Castro
▲
Galicische hofdame van de gemalin van kroonprins Peter I van
Portugal, had jarenlang een verhouding met Peter, wat zijn vader en
verscheidene Portugese edelen een doorn in het oog was. In 1355 werd zij
te Coimbra vermoord. Toen Peter in 1357 koning werd, liet hij het lijk
van zijn beminde opgraven en haar in een lijkstoet naar het klooster van Alcobaça overbrengen, waar zij nu nog ligt in een prachtige graftombe
tegenover de zijne. Peter zou haar stoffelijk overschot bij die
gelegenheid gekroond hebben en de rijksgroten gedwongen hebben haar hand
te kussen. Het thema is vele malen in de Europese literatuur behandeld.
Orde der cisterciënzers
▲
Rooms-katholieke kloosterorde, gesticht in 1098 door de benedictijn
Robertus van Molesme te Cîteaux, waaraan de naam is ontleend, 23 km ten
zuiden van Dijon. Het was de bedoeling van Robertus, die met 21 monniken
de abdij van Molesme verliet, om in een nieuw klooster de regel van Benedictus van Nursia beter te gaan onderhouden. Door de intrede van
Bernardus van Clervaux met 30 gezellen , begin 12de eeuw, werd de
stichting een groot succes. Na de grote bloei van de eerste twee eeuwen
trad verval in. In de 17de eeuw kreeg het streven naar hervorming binnen
de orde tastbare resultaten door het werk van abt De Rancé, die in zijn
abdij La Trappe, Normandië, de strikte observantie invoerde. In 1892
werd de orde gesplitst in de Strikte Observantie, trappisten, en de
Gewone Observantie.
Omgeving
▲
In de omgeving van Alcobaça liggen nog enkele bezienswaardige
kerken: in Cós een 17e-eeuws nonnenklooster met 18e-eeuwse azuleos, in Vestiaria een kerk met een fraai manuelino-portaal,
in Évora de Alcobaça een kapel en een kerk, beide met een manuelino-portaal en in Maiorga een kerk met een manuelino-portaal en een pelourinho, schanpaal, in renaissancestijl.
Posto de Turismo
▲
Praça 25 de Abril. Alcobaca 2460 -
Tel. 00351.262.582.377 - Rt-leiriafatima.pt
= Regiao de Turismo
de Leiria/Fatima
** Algemene informatie
en boeken over Portugal. ▲
|